5 Weeks in Beijing (11)

Peking-opera (1)
京剧 Jingju

In de ogen van de doorsnee westerling betekent Peking-opera zoiets als een amalgaam van drama, comedie, opera, mime, ballet en circus. Voor wie hiermee opgroeide of voor wie kenner is, is het dit alles en veel meer.

De Peking-opera is een regionaal toneel. Ook de muzikale dimensie ervan heeft een typisch regionaal karakter.
Toen dit soort opera zich tussen 1770-1870 in de streek rond Beijing ontwikkelde, telde men in China ruim driehonderd dergelijke genres van regionaal toneel. Peking-opera zou de meest beroemde operavariant worden.
In feite is Peking-opera zelf al een mix van verschillende regionale toneelvormen. Met de oudere, eigen Pekinese opvoeringsstijl vermengden zich toneelvarianten uit Anhui en Sichuan maar vooral ook  de verfijnde kunqu uit Suzhou die vooral de nadruk legde op de zang en bijzonder gegeerd was in hogere kringen.
Maar de Peking-opera legt, buiten op de zang ook de nadruk op het spel van de acteurs zoals de acrobatiek van de gevechtsscènes.

Kenmerken van de Peking-opera

*de acteurs zijn getooid in prachtige kostuums die gekopieerd zijn op deze van het keizerlijk hof in de Ming en Qingdynastie maar het decor is afwezig: vroeger was het toneel gespeeld door rondtrekkende groepen die hun voorstelling gaven in theehuizen, op dorpspleinen…

*men onderscheidt vier verschillende karakterspelers: de mannelijke sheng, de vrouwelijke dan, het beschilderd gelaat jing en de clown chou
*de maskers en de schmink zijn van heel groot belang, de kleuren staan symbool voor diverse deugden en gebreken. Enkele voorbeelden daarvan: rood staat voor toewijding, purper voor wijsheid, zwart voor rechtschapenheid. Wit daarentegen symboliseert gemeenheid en bedrog, blauw een onbuigzame persoonlijkheid, groen edelmoedigheid, geel wreedheid. Goud en zilver worden alleen gedragen door goden, boeddha’s, monsters en spoken…
De schmink van de “goede” personages is eenvoudig terwijl die van de “boze” heel complex is.
*bepaalde bewegingen en attributen zijn veelzeggend: twee fazantenveren staan voor een landheer, een roeispaan in de hand van een schipper suggereert een bootreis, een soldaat die een vaandel heft stelt een heel leger voor…

*de monologen en dialogen zijn in het dialect van Beijing
*de rol van het orkest is analoog aan die van filmmuziek: het is een louter begeleidende achtergrondmuziek. Het orkest staat rechts van de scène om niets te missen van het stuk want het moet de zangers volgen en niet leiden zoals dat in het Westen het geval is.
Het orkest wordt geleid door de trommelspeler en omvat
胡琴huqin violen (de 二胡erhu met twee koorden en de京胡jinghu  met een schellere toon), een mondorgel 口琴kouqin, een gitaar met vier koorden, een chinese luit 琵琶pipa, een chinese hobo of 唢呐suona en percussie-instrumenten zoals gongs, cimbalen en bang, een soort castagnetten vervaardigd uit hard hout waarmee de orkestleider het ritme aangeeft.


In mijn volgende blog zal ik het hebben over de soorten toneelspelers en over de andere soorten Chinese opera.

Geef een reactie