Een boeiend boek over mevrouw Mao

Jiang Qing, de Rode Keizerin (2)江青,红女皇

China moet na veertig jaren oorlog (burgeroorlog, oorlog tegen Japan…) haar economie weer op gang brengen. Ze heeft ook nood aan leidinggevende functionarissen en intellectuelen om cultuur, onderwijs, wetenschap en techniek te doen heropleven.
Op een dag vraagt Jiang Qing, niets vermoedend, wanneer ze nu eindelijk een bureautafel krijgt om haar functie van Mao’s secretaresse degelijk uit te voeren. Die onschuldige vraag zal onverwachte gevolgen hebben.
Het Centraal Comité is van mening dat Jiang Qing , met haar uitgebreide kennis op literair en artistiek vlak, de Partij ten goede kan komen. Na overleg met Mao wordt ze van haar functie van secretaresse ontslagen en benoemd tot adjunct-directrice van de literaire en artistieke afdeling behorend tot het propagandadepartement. Dit gaat de start betekenen van een machtsstrijd tussen haar en haar echtgenoot met wie haar relatie met de dag slechter wordt. Ze zijn niet meer dan een “politiek koppel”.
Ten gevolge van het fiasco van de Grote Sprong Voorwaarts die tussen 1957 en 1962 de dood van meer dan 30 miljoen mensen voor gevolg heeft, wordt Mao door de Partij uitgeschakeld. Hij zoekt weer contact op met zijn vrouw die deze toenadering handig naar haar hand zet om radicale theorieën uiteen te zetten over de kunst in de populaire lagen van de bevolking als aanloop tot het doorvoeren ervan. Dit is ook de periode waar ze start met de hervorming van de Peking opera.

Om de macht te herwinnen komt Mao in 1965 met het plan van een Culturele Revolutie. Jiang Qing zal zich vanaf dan op de voorgrond plaatsen. Ze zal van de bloedige chaos die deze revolutie tot gevolg zal hebben, gebruik maken om zich tot de eerste rang van de hoogwaardigheidsbekleders te heffen.
In 1967 start ze met een “zuivering van de kunst” en verbiedt elke volkskunst die niet antifeodaal en antibourgeois is. Ze heeft alle macht in handen, ze is de Rode Keizerin. Met haar drie handlangers, Yao Wenyuan, Zhang Chunqiao en Wang Hongwen vormt ze “de Bende van Vier”.
Zij is het die een essentiële rol speelt tijdens de Culturele Revolutie die pas zal eindigen met de dood van Mao op 9 September 1976.
Een maand na Mao’s dood wordt de Bende van Vier gearresteerd door haar tegenstanders.
Jiang Qing wordt beschuldigd van complot.

De nieuwe machthebbers kunnen haar niet zomaar ter dood veroordelen dus richten ze, tussen november 1980 en januari 1981, een speciaal hof voor haar op om ze te veroordelen voor de talloze misdrijven die ze heeft gepleegd tijdens de Culturele Revolutie. Ze verschijnt voor 36 magistraten en een publiek van 600 mensen. Het wordt een spectakel-proces waarvan het vonnis door Deng Xiaoping reeds is beslist. Op 25 januari 1981 wordt ze ter dood veroordeeld, met uitstel van twee jaar om haar toe te laten berouw te hebben over haar zonden.
Tijdens het proces geeft ze geen enkele blijk van spijt, integendeel, ze scheldt iedereen uit.
Ze wordt uiteindelijk vrijgelaten om medische redenen: ze lijdt aan baarmoederkanker en mag zich terugtrekken bij haar dochter, Li Na, om daar verzorgd te worden.

Op 14 mei 1991 maakt Jiang Qing van de afwezigheid van Li Na gebruik om zich te verhangen.
Zij die Lü en Wu Zetian, de twee enige keizerinnen van China, zo vereerde,  wou zelf een keizerin worden, maar dan een Rode Keizerin.
De gruwelijke daden van Lü en Wu hebben haar nooit gestoord. Ze zag in hen slechts twee vrouwen die het oppergezag hadden uitgeoefend, en dat was voor haar een historisch precedent waar ze voordeel uit zou trekken. Maar haar ego was te groot en al haar daden waren volledig gedomineerd door haar persoonlijke ambities.
 Zij, die zichzelf “de hond van Mao” noemde kreeg, zoals Mao, geen recht op een mausoleum. Erger nog, haar dood werd slechts twee jaar later bekendgemaakt…

Jiang Qing, l’impératrice rouge
Du théâtre à la politique, la vie tumultueuse de l’épouse de Mao Zedong
Albin Michel, 1997 ISBN : 2-226-08890-3

Geef een reactie