Leven in een hutong (1)

Voor kort verscheen in een veel gelezen krant uit Beijing een interessant artikel.

 

De laatste dagen van sloppenwijkbewoners
Naast Tiantan is het dorpshoofd een vrouw

Op de intersectie van Chongwaidajie en Tiantanlu loopt een 200 meter lange, heel nauwe hutong. Een hondje,Laifu genaamd, blaft luid “goedendag” naar de onbekenden in het steegje. Als je tot het einde van de hutong wandelt, zie je op je rechter kant de deur van een courtyard, nr 32 van Shatushan Sixiang. Daar woont Han Jianqiu, samen met haar buren. De binnenkoer staat vol bloempotten, kamerpotten, oude schoendozen van al haar buren, alles is netjes op een rij gerangschikt. De ruimte die overschiet laat slechts plaats voor de passage van één fiets. Alhoewel er reeds 17 jaar voorbijging, is het nog steeds het decor van de populaire TV serie ‘Gossip Happy Life”.
Al snel werd deze wijk de ‘Chongwai nummer zes wijk’ genoemd.

scan0001

Schoondochter is terug
Er valt niets anders te doen dan uit de weg te gaan

Han Jianqu is zestig. Omdat ze de laatste jaren in het buurtcentrum werkte, ze heel warmhartig is, ze ervan houdt bagatellen op te lossen en daar geen vergoeding voor vraagt,  is ze door haar buren en naasten omgedoopt tot ‘dorpshoofd’. In feite gaat het hier niet om een dorp maar wel een buurt. Hoewel deze wijk naast het Tiantanpark ligt mist Han Jianqu er het meest rudimentaire comfort van de beschaafde stad.

scan0002

Nu leven daar nog vijftien families. De grootste woning is niet groter dan 15 m2. De woningen hebben geen wc, de bewoners moeten naar de publieke wc’s: die liggen op meer dan 200 meter buiten de hutong. Voor ieders gemak is de riool voor het huis dé plaats geworden waar men zijn kamerpot uitgiet. Elke morgen komt eenieder met zijn kamerpot naar buiten, giet hem uit in de riool, keert terug naar binnen om hem met water te vullen, hem zorgvuldig te spoelen en in de riool uit te gieten.

scan0005

Ondanks het gebrek aan comfort is Jianqu, zoals ze zelf beweert, ‘ heel tevreden met haar lot’. Ze vertelt: “Vroeger was er geen veilige gasverwarming noch warm water, er was geen gelegenheid om te douchen. Op een dag deed ik de stoof eens branden en ben ik bijna gestikt.”
In de kleine woonruimte was er ook geen mogelijkheid om een afzuigkap te installeren, de keukengassen verspreidden zich dus overal en de olie, die zich over de jaren accumuleerde, heeft zich diep in de muren vastgezet. De oorspronkelijke kleur van de muren is niet meer  te raden want de muren zijn bedekt met een dikke, vettige, zwarte laag.
Boven het fornuis hangt precies een bekertje: het is een lampje helemaal  bedekt met olie en as. Tijdens het interview werpt Jianqu versneden groene lenteui in de wok, een oliewasem vult het kamertje in een mum van tijd. Gegrepen door de rook nijpt ze haar ogen dicht en begint te hoesten. Verstikking is niet het grootste probleem, het krot heeft gaten in het plafond boven het fornuis. Indien het regent zit er voor Jianqu niets anders op dan met de ene hand een paraplu te openen en met de andere hand in haar wok te roeren.
’s Winters, als het heel koud is, het gas bijna op is en ze een suddergerechtje of een gefrituurd gerechtje wil eten, is ze de wanhoop nabij. “ Zodra het winter is maak ik baozi, jiaozi, van die dingen die op een klein vuurtje worden klaargemaakt”.

Geef een reactie