Maandelijks archief: mei 2010

Nostalgie naar het Shanghai van toen

Lied van eeuwig verdriet
长恨歌
Wang Anyi

Wang Anyi (°1954) is mijns inziens China’s meest prominente schrijfster en ik was dan ook heel opgetogen haar te mogen ontmoeten ter gelegenheid van Europalia China in oktober 2009.
Deze “grote dame van de Chinese literatuur » is sinds 2001 voorzitster van de schrijversvereniging van Shanghai . Net als haar stadgenote Zhang Ailing (1920-1995), beheerst ze de kunst de ziel alsook de handel en wandel van haar tijdgenoten en, meer specifiek, de gemoedstoestand van de Chinese vrouw op een fijngevoelige manier te analyseren.

Deze roman ontleent zijn titel aan het bekende gedicht van Bai Juyi (772-846) “ Lied van eeuwig verdriet” en telt bijna zevenhonderd bladzijden. Hij verscheen in China in 1995 en kreeg de prestigieuze Mao Dun prijs in 2000.
De Engelse vertaling, Song of Everlasting Sorrow, kreeg er een ondertitel bij:” A Novel of Shanghai”. Terecht, want dit verhaal is geritmeerd als het kloppend hart van de mythische stad Shanghai. Het is een fraai voorbeeld van “stadsliteratuur”. Het loopt over een periode van veertig jaar, van 1945 tot 1986, en is opgebouwd uit drie delen.

De eerste twee inleidende hoofdstukken van deel I hebben als onderwerp “longtangs” en “geroddel”, dé essentie van Shanghai. Niet de grootse gebouwen van de semikoloniale periode zijn het wezen van de stad, wel de “longtangs”, de nauwe steegjes van de volkse stadswijken. Daar begint en eindigt het leven van de hoofdfiguur: Wang Qiyao.
Met “geroddel” als thema legt Wang Anyi een duidelijke link tussen de complexe, roddelende natuur van de stad en de natuur van de vrouw. Shanghai heeft dus een uitgesproken vrouwelijk karakter…

Deel I start in 1945. Wang Qiyao woont met haar familie in een longtang. Het jaar daarop wint ze de derde prijs van de schoonheidswedstrijd “Miss Shanghai”. Een van haar aanbidders is een fotograaf, Mr. Cheng, maar ze verkiest zich te laten onderhouden door een rijke politicus. Berekening haalt het op oprechte liefde, net zoals in Zhang Ailings’ “Het gouden schandbord”.

In deel II, dat zich afspeelt van de jaren ’50 tot het einde van de Culturele Revolutie, beschrijft Wang Anyi het lot van de Shanghainezen wier levenswijze en identiteit gefatsoeneerd zijn door het oude Shanghai en zich nu moeten plooien naar het nieuwe regime. Nochtans houdt Wang Anyi bewust de politieke veranderingen op de achtergrond waardoor ze de intensiteit van de gemoedsbewegingen vergroot.
Wang Qiyao moet in deze periode noodgedwongen als verpleegster in haar onderhoud voorzien. Ze leidt wel een vrolijk leventje met drie vrienden waarmee ze elke dag mahjong speelt; in ’t geheim, want dat spel wordt verboden door het regime.
Ze wordt zwanger en bevalt van een dochter, Weiwei.

Het derde deel beslaat de laatste tien jaren van Qiyao’s leven en zet de verhoudingen tussen haar, Weiwei en Weiweis vrienden centraal. De jongere generatie is materialistisch geworden en heeft weer nostalgie naar het Shanghai van vroeger. Daardoor wordt Wang Qiyao razend populair in het jonge hippe milieu.
Maar haar leven eindigt op dezelfde gruwelijke wijze als die van keizerin Yang Guifei uit het gedicht van Bai Juyi (772-846 ) “ Lied van eeuwig verdriet”.

Dit “Lied” is een nostalgische roman met een fijne psychologische analyse van velerlei gemoedstemmingen.
Basisvoorzieningen van het dagelijks leven als kledij, eten, behuizing, transport worden met zoveel details beschreven dat dit werk een sociale roman wordt met als achtergrond de grote politieke omwentelingen uit die periode. Het belang dat de Shanghainezen hechten aan de trivialiteiten van hun alledaagse leventje in de longtangs duidt op hun apolitieke attitude en hun onverschilligheid voor het cultuurhistorische. In een periode van politieke onrust zijn de mensen niet in de mogelijkheid hun levensomstandigheden aan hun ideaal aan te passen. Ze kunnen slechts een eigen atmosfeer creëren dankzij kledij als onmiddellijke en meest intieme omgeving. Hun persoonlijkheid uitdrukken via mode is hun bescheiden vorm van vrijheid en zulks kan verwezenlijkt worden in een stad als Shanghai.
Tenslotte is deze roman een roman over menselijke verhoudingen, vriendschap en liefde. Al draait het verhaal volledig rond het personage Wang Qiyao, een ongrijpbare vrouw, toch laat het ons meteen toe binnen te dringen in de intimiteit van Shanghai waar zich geluidloos vele tragedies weven.

Aangezien de roman nog niet in het Nederlands is verschenen, geef ik hieronder de referenties van de Franse en Engelse vertaling.

Le Chant des regrets éternels
Wang Anyi
vertaald uit het Chinees door Yvonne André en Stéphane Lévêque
Editions Philippe Picquier, 2006
ISBN : 2-87730-806-5

The Song of everlasting Sorrow : A Novel of Shanghai
Wang Anyi
vertaald uit het Chinees door Michael Berry en Susan Chan Egan
ISBN : 978-0-231-14343-1 (paperback)
            978-0-231-14342-4 (gebonden)

Mijn vertaling van een ode aan de lente

春晓
孟浩然

春眠不觉晓,

处处闻啼鸟。

夜来风雨声,

花落知多少。

Ochtendgloren in de lente
Meng Haoran

Slapend in de lentemorgen, me van de ochtendgloren niet bewust,

hoorde ik van alle kanten vogellied.

Wind en regen ruisten de hele nacht,

hoeveel bloesems knapten af?

Meng Haoran (689?-740) was een leidinggevende dichter uit de Tangdynastie (618-906).

Niettegenstaande hij niet slaagde in het behalen van de hoogste graad van de keizerlijke examens (進士jinshi) en daardoor geen ambtelijke positie verwierf, had hij veel vrienden met een hoge positie in de regering. Daardoor boezemde hij respect in bij vele gekende, jongere dichters als Wang Wei, Li Po, Du Fu die hem gedichten opdroegen.

In dit heel apart idyllisch kwatrijn beschrijft de dichter niet rechtstreeks een lentelandschap maar zijn waarnemingen en gevoelens. Dit is Meng Haorans meest bekende gedicht.

Een aangrijpend boek

My Husband Puyi

我的丈夫浦仪

Li Shuxian

In februari was ik voor een hele maand in Beijing waar ik me een hoop boeken aanschafte van en over mijn favoriete schrijfster Zhang Ailing. Zoals steeds vreesde ik problemen bij de douane wegens bagageoverwicht. Bijgevolg beloofde ik mezelf, telkens ik een boekhandel binnenstapte, niets meer te kopen…

Op een dag geraakte ik na zoveel Beijingverblijven eindelijk in de veelbesproken Bookworm in de wijk Sanlitun: The Bookworm is een boekhandel met bibliotheek-bar-restaurant die regelmatig literaire events organiseert en zeer in trek is bij de “expats”.

Ik dronk er een cocktail, at er een heerlijke salade om eens te veranderen van wat mijn gewone “chinese stuff” was geworden en …kocht er een boek: “My Husband Puyi”, geschreven door Li Shuxian, de laatste echtgenote van de laatste Chinese keizer Puyi.

Ik was onmiddellijk gecharmeerd door de kaft: een oude vertederende foto van het koppel dat op een ochtend zijn woning verlaat om te gaan werken. Bij het doorbladeren van het boek werd ik getroffen door de rijkdom aan foto’s en dat was op zichzelf al een reden om me het boek aan te schaffen!

Ik begon al te lezen in de metro en miste bijna mijn halte! En zo ging het verder, avond na avond mocht ik mijn vrienden opnieuw gezelschap houden, ze vertelden me hun vreugde en leed , verklapten me in detail hun dagelijks leven, hun ziektes…maar wat me vooral aangreep was hun oprechte, onvoorwaardelijke, bijna naïeve liefde voor elkaar. ..

De auteur, Li Shuxian, wordt in februari 1962 door een gemeenschappelijke vriend aan Puyi voorgesteld. Zij is 37 en verpleegster van beroep.

Puyi is 56 en “gewone burger” geworden…

Eerst regeert hij als keizer Xuantong van de Aisin-Gioroclan, hij zal de laatste keizer zijn van de Qingdynastie (1644-1912). In 1912 wordt hij verplicht af te treden maar krijgt toelating in de Verboden Stad te blijven leven tot hij eruit wordt verdreven in 1924. Tussen 1932 en 1945 heerst hij als keizer Kangde over de door Japan opgestelde marionetstaat Manchuko (Mantsjoerij).

In 1945 wordt hij door het Rode Leger gevangen genomen en van 1950 tot 1960 wordt hij in een gevangenis van het Noordoosten van China (Fushun) “heropgevoed”. Hij wordt bij zijn voornaam genoemd: Puyi.

Li Shuxian heeft een afkeer voor “beroemde keizers uit films en traditionele opera’s” maar ondanks haar terughoudendheid laat ze zich toch overhalen Puyi te ontmoeten: hij bekoort haar meteen . Die eerste ontmoeting duurt bijna vier uur. Tien jaar heropvoeding in de gevangenis van Fushun heeft van de arrogante keizer een beminnelijk en attentvolle man gemaakt.

Volgen uitjes naar de bioscoop, Pekingopera waar Puyi zo dol op is, restaurants…

Ze huwen op 30 april 1962, de dag voor het feest van de arbeid, zij is bijna twintig jaar jonger dan hij.

Hun echtelijk geluk is jammer genoeg van korte duur: na vijf jaar sterft Puyi aan nierkanker, op 17 oktober 1967 in de hitte van de culturele revolutie.

Li Shuxians autobiografie is niet alleen een ode aan echtelijke, ware en onberekende liefde, maar ook een boeiende schets van de politieke toestand van die tijd (de grote hongersnood, de culturele revolutie) alsook van de impact van charismatische personages als Mao Zedong en Zhou Enlai.

In tegenstelling daarmee vertelt de auteur ook over herinneringen van Puyi in de Verboden Stad en plaatst haar lezers terug in de Qingdynastie: ze illustreert dit aan de hand van soms heel ongewone foto’s zoals deze van Puyi die, in keizerlijk gewaad,de buitenwereld aanschouwt van op een dak van de Verboden Stad!

Li Shuxian zal haar geliefde Puyi, die in 1967 sterft, dertig jaar overleven.

In al die jaren gaat ze bijna dagelijks naar de begraafplaats Babaoshan en vanaf 1995 naar de Western Qing Tombs nadat het as van Puyi naar daar is overgebracht en begraven.

Daar vertelt ze hem van alles en nog wat, grote gebeurtenissen maar ook haar gemoedstoestand; ze blijven samen tot in de dood…

MY HUSBAND PUYI

Verteld door Li Shuxian, geschreven door Wang Qingxiang en naar het Engels vertaald door Ni Na

China Travel & Tourism Press

ISBN 978-7-5032-3483-5