Auteursarchief: thierymaud68

Sur le balcon 阳台上Ren Xiaowen

Sur le balcon telt amper 110 bladzijden en is een typisch voorbeeld van een specifiek genre eigen aan de Chinese literatuur, het ligt tussen roman en kortverhaal. Brigitte Duzan, de vertaalster van het boekje, noemt dit een novella, ontleend aan het Engels omdat daarvoor in het frans geen woord bestaat. Duzan leidt trouwens een nieuwe collectie van de uitgeverij l’Asiathèque die volledig gewijd aan dit genre: “Novella de Chine”.

Ren Xiaowen, geboren in Shanghai in 1978, is een rijzende ster in de hedendaagse Chinese literatuur. Het is de eerste maal dat ze vertaald wordt naar het frans.

Het verhaal speelt zich af in een arme wijk van Shanghai, in 2010. Het huis van Zhang Yinxiong moet, samen met de omringende huizen, afgebroken worden. De vastgoedontwikkelaars liegen de inwoners voor dat daar een pretpark zal worden gebouwd om alzo de bewoners minder te moeten vergoeden: in werkelijkheid zullen daar moderne flatgebouwen komen. De vader van Yinxiong weigert elk voorstel van de vastgoedontwikkelaars, geraakt aan de drank en sterft aan een hartinfarct. Yinxiong beslist zijn vader te wreken.
Hij vindt werk in een restaurant waarvan een venster zicht heeft op het balkon van de vastgoedontwikkelaar die zijn vader zo tergde. En dan begint Yingxiong de vastgoedontwikkelaar en vooral zijn dochter, te bespieden…

In deze novella schetst de auteur een sociale kroniek met sterke, maar laag gevallen, mysterieuze personages. De intrige, die gebouwd is als een politieroman, houdt de lezer in spanning. Het open einde maakt onverwacht plaats voor emotie.
Dit boekje is prachtig en hoort thuis in elke Chinese bibliotheek!

Sur le balcon van Ren Xiaowen
L’Asiathèque, 2021

Jongens van glas Bai Xianyong

Jongens van glas is één van de meesterwerken van de hedendaagse Taiwanese literatuur. Het verscheen eerst in Taiwan, in 1977, onder de vorm van feuilleton in literaire tijdschriften. In 1983 verscheen het als boek en werd het verdeeld in vasteland China. Het verwierf algauw een cultstatus. Ook werd het al heel snel vertaald in verschillende talen. De roman staat trouwens op de lijst van de ‘100 romans die sinds 1944 de krant Le Monde het meest enthousiasmeerden’.

De Chinese titel is Nièzi, zondige zonen. De vertaler vertaalde het als Jongens van glas, naar het Taiwanees Bargoens dat de homogemeenschap een ‘glazen gemeenschap’ noemt.

Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel opent met een scène waarin de achttienjarige Aqing, de ik-figuur, door zijn vader uit huis wordt gezet: hij wordt immers uit school verwijderd wegens zijn onzedelijk gedrag met het hoofd van het scheikundelabo. Aqing belandt in West Park, en wordt opgenomen in een kring van homoprostitués. Deze staat onder de bescherming van instructeur Yang, tegelijk pooier en weldoener. Aqing vertelt de grote en kleine verhalen van deze microkosmos en ook zijn legendes. Hij is gefascineerd door de noodlottige liefde tussen Long Zi, symbool voor de draak, en A-feng die symbool staat voor de feniks…

Het tweede deel gaat over de opening van een nachtbar door Yang, de ‘instructeur’ van de homogemeenschap. Aqing en de vrienden van het park worden er tewerkgesteld en hoeven zichzelf niet meer te verkopen. Aqing vindt onderdak en veel steun bij een vrijgevige filantroop, de oude meneer Fu. Uiteindelijk ontdekt hij waarom de oude meneer Fu bereid is deze paria’s van de maatschappij te helpen…

Jongens van glas, die breekbare jongens, worden zondige zonen, nièzi 孽子, vanwege hun homoseksualiteit die niet door hun vader wordt erkend. Het is een roman over het generatieconflict tussen vaders en zonen, over broze jongens, gekweld door het spookbeeld van hun vader.

Zowel de Nederlandse als de Franse vertaling zijn schitterend!

Jongens van glas, vertaald door Mark Leenhouts, is uitgegeven door De Geus
Garçons de cristal, vertaald door André Lévy, verscheen bij Philippe Piquier

De mysterieuze oude stad die de geschiedenis van China herschrijft

Tot nu toe werd de Shangdynastie (1766-1122 v.C) beschouwd als de bakermat van de Chinese beschaving. Het was het eerste Chinese koninkrijk dat geschreven en archeologisch bewijsmateriaal achterliet. Deze dynastie heerste over de vallei van de Gele Rivier.
Recent archeologisch onderzoek toont nu echter aan dat er naast de Shang, 3000 jaar geleden dus, andere machtige koninkrijken bestonden die een regelmatige ruilhandel onder elkaar voerden.

In 1926, in Sanxingdui, gelegen bij de stad Chengdu in de provincie Sichuan, stuitte een boer bij het graven van een put op een groot aantal jadevoorwerpen. Deze vondst wekte grote belangstelling van archeologen. Het duurde tot 1986 voordat arbeiders van een baksteenfabriek, in dezelfde streek, een offerput vonden gevuld met duizenden voorwerpen van goud, brons, jade en keramiek. De vondst bracht vele raadsels met zich mee: er bestond geen schriftelijke overlevering over deze gemeenschap en de stijl van de gevonden voorwerpen bleek geheel los te staan van die van andere samenlevingen uit dezelfde periode: vreemde maskers met uitpuilende pupillen, olifantenslurven en oren…Nog andere opgravingen brachten grote gebouwen en zelfs een stadswal aan het licht. Toen bleek dat Sanxingdui een machtige en technisch gevorderde beschaving was die rond dezelfde periode als de Egyptische Toetanchamon bloeide. Het raadsel van Sanxingdui fascineerde China.

In 2019 brachten zes andere opgravingen, opnieuw heel dicht bij de vorige, offerplaatsen vol rituele artefacten aan het licht. Toen werd het de archeologen duidelijk dat ze één van de grootste archeologische vondsten van de eeuw hadden gedaan. Het meest spectaculaire stuk is een groot staand beeld van een man, 2,6 meter hoog en bijna 200 kilogram. Vele experten beweren dat dit beeld een voorstelling is van de opperleider van de Sanxingdui beschaving die zowel de rol had van god, als van koning en sjamaan. Het standbeeld is nu dé eyecatcher van het Sanxingdui museum.

Een mysterie blijft bestaan: daar waar de Shangdynastie ons, in het gebied van de Gele Rivier, orakelbeenderen met inscripties overliet, heeft men in Sanxingdui, ondanks haar hoogstaande beschaving en ruilhandel met andere Chinese koninkrijken, nog geen enkel geschreven karakter teruggevonden!

 

.

Liubiju 六必居

Onlangs kocht ik in mijn Chinese supermarkt sesampasta. Geen tahin, nee, echte Chinese sesampasta gemaakt van ongepelde, ongeroosterde sesamzaadjes. Tot mijn grote verwondering lag daar in het aanbod sesamsauzen ook sesamsaus van Liubiju.
Liubiju is Beijings oudste kruidenierwinkel. Ik loop er regelmatig binnen om er de ‘Old Beijing’ sfeer op te snuiven en sauzen te kopen voor mijn Chinese provisiekast.

Liubiju werd gebouwd in 1530, in Dashilan, een wijk dichtbij de Verboden Stad. Men zegt dat de keizers zich in Dashilan graag gingen vermaken. Eerst was Liubiju een likeurbrouwerij. Om zachte, zoete likeur te maken moest het proces aan zes regels voldoen: de gierstkorrels en de rijst moesten van goede kwaliteit zijn, de gist moest aan strikte hygiënische regels voldoen, de keramische flessen moesten van topkwaliteit zijn, de duur en de verwarmingsgraad moesten gepast zijn en het water moest zuiver zijn. Dat waren de zes voorwaarden die de naam aan de brouwerij gaven: Liubiju, letterlijk: de woning met de zes musts. Later werd de brouwerij een winkel waar men pickles en sauzen verkocht en nog steeds verkoopt. De strikte regels en de goede tradities van Liubiju bleven behouden…

Alhoewel in China vele kruidenierszaken vervangen werden door grootwarenhuizen blijven de Beijingers ook trouw aan hun traditionele winkels, en zo ook aan Liubiju.
Iedere morgen gaat de winkel open om 9:30. Grote potten pickles, sojasaus, komkommer in zoete saus, sesamsaus…maar ook de kleinere porseleinen potten blijven de inwoners van Beijing aantrekken. Alle producten zijn handgemaakt. Het assortiment telt wel twintig verschillende soorten pickles waarvan dagelijks 2.000 kilogram wordt gemaakt. Beijingers zijn verzot op deze, schijnbaar eenvoudige, pickles. In die mate dat, na alle excessen van het Chinees Nieuwjaar, wat gefrituurde gepekelde komkommer in de rijstsoep voor hen voldoende is. Pickles stillen de honger, pimpen de gerechten en geven een gevoel van comfort.

In 2008 kreeg Liubiju een telefoontje van een zekere Qin die 60 jaar geleden naar Taiwan was gevlucht. Hij vertelde dat, hoe ouder hij werd, hoe meer hij zijn geboorteland miste, en in ’t bijzonder de unieke smaak van Liubiju’ s pickles. Liubiju stuurde vijf jaar lang pickles naar Taiwan, tot de dood van de oude man…

 

 

Lu Xuns ‘Dagboek van een gek’: excerpten

 

Ter illustratie van mijn twee vorige blogs volgen hier twee excerpten uit Lu Xuns Dagboek van een gek. Uit deze excerpten blijkt dat het kannibalisme dat maar al te zeer in China een wrede realiteit is geweest ook een onderwerp is geweest van literaire teksten.
Op een dag kreeg Lu Xun twee schriften met dagboekaantekeningen van een vriend wiens broer, ondertussen genezen, leed aan een dwangvoorstelling. De taal van het dagboek was verward en dikwijls onsamenhangend. De meest samenhangende stukken gebruikte Lu Xun voor zijn kortverhaal.

 

Een paar dagen geleden kwam een pachter van ons uit Wolvendorp melden dat bij hen de oogst was mislukt. Hij vertelde mijn broer dat in het dorp een bekende misdadiger door de dorpelingen gezamenlijk dood was geranseld en dat een aantal mensen hart en lever uit zijn lichaam had gesneden en opgegeten, na ze eerst in olie gebraden te hebben. Dat versterkte je moed. Toen ik hun in de rede viel keken de pachter en mijn broer mij beiden aan. Vandaag pas besefte ik dat hun blik volkomen dezelfde was als die van de mensen buiten.
Toen dat besef tot me doordrong voer van hoofd tot voeten een koude rilling door me heen.
Als zij in staat zijn mensen te eten, dan zijn ze zeker ook in staat mij te eten…

     Als je iets goed wilt begrijpen, moet je beginnen met grondig onderzoek. Het stond me bij dat er in het verleden dikwijls mensen werden gegeten, maar het fijne wist ik er niet van. Toen ik een geschiedenisboek opensloeg om het na te kijken, stonden in het boek geen jaartallen vermeld. Alleen de woorden ‘Confucianistische deugd en plicht’ kwamen op iedere bladzijde weer in eindeloze herhaling voor. Omdat ik toch niet kon slapen bleef ik er de halve nacht in turen. Toen pas begon ik tussen de regels door andere woorden te zien, het hele boek was volgeschreven met twee woorden: mensen eten.
Al die woorden die in het boek geschreven stonden, al die woorden die de pachter had gezegd staarden me met een raadselachtige blik grijnzend aan.
Ook ik ben een mens, zij willen mij eten!

 

Uit Lu Xun, Verzameld werk
Vertaling K. Ruitenbeek
Meulenhoff  Amsterdam

Kannibalisme in China

De vroegste bronnen van kannibalisme in China dateren van de Yuandynastie, een Mongoolse dynastie (1279-1368). Een Yuan kookboek geeft recepten om menselijk vlees te bereiden. Deze gaan van bakken, roosteren, koken en roken tot zondrogen. Hierbij wordt het vlees van een kind het hoogst aangeprezen, gevolgd door dat van een vrouw en als laatste dat van een man.

In de grote klassieker Sanguo Yanyi (The Romance of the Three Kingdoms 1548) doodt een kok zijn vrouw en dient haar vlees op aan zijn meester Liu Bei omdat hij hem niets anders te bieden heeft.
Ook andere klassiekers als Shuihu Zhuan (Water Margin 14e eeuw) en Xi You Ji (Journey tot he West 1590) vermelden gevallen van kannibalisme…
Kannibalisme, een praktijk die taboe is in alle culturen, is het dus niet in China. China kende de grootste variëteit in de kannibalistische act, en ook een heel speciale, het ‘geleerde kannibalisme’. In de praktijk komt dit erop neer dat iemand een stuk van zijn lichaam afsnijdt, meestal de dij, en het laat sudderen in bouillon om een stervende ouder te voeden die dan op miraculeuze wijze herstelt. De grondgedachte van dit soort ‘geleerd kannibalisme’ komt van de confuciaanse filiale piëteit gekoppeld aan de boeddhistische compassie.

Een andere vorm van kannibalisme is het ‘hongersnood kannibalisme’. China heeft dikwijls extreme vormen van hongersnood gekend waarbij families hun kinderen met de buren uitwisselden om alzo hun eigen kind niet te moeten doden en opeten.

De derde vorm heet het ‘door de staat gesponsorde kannibalisme’ uit Wuxuan, in de zuidelijke provincie Guangxi.
Op 10 juli 1968, tijdens een kritieksessie van de Culturele Revolutie, werden Liao Tianlong, Liao Jinfu, Zhong Zhenquan en Zhong Shaoting doodgeslagen. Hun vlees werd afgesneden en in twee grote potten gekookt. Twintig tot dertig mensen namen deel aan deze kannibalistische act. Dit werd gerapporteerd in de Wuxuan analen van de Culturele Revolutie. De golf van kannibalisme duurde een jaar, het is de gruwelijkste episode van de Culturele Revolutie.
Maar de motivatie ervan was niet revolutionair. Het was uit persoonlijk verlangen omdat die mensen geloofden dat andermans lever en hart opeten hen een lang leven zou verzekeren!

In Lu Xuns ‘Dagboek van een gek’ wordt veel verwezen naar ‘mensen eten’. Ik kom hierop terug in een volgende blog.

 

 

 

Lu Xuns ‘Dagboek van een gek’: een toneelbewerking!

Shanghainezen mochten in maart van dit jaar een toneelbewerking van Lu Xuns bekende ‘Dagboek van een gek’ bijwonen. Een uitdaging van de Poolse regisseur Krystian Lupa.

Met ‘Dagboek van een gek’, geschreven in 1918, luidt Lu Xun het begin van de moderne Chinese literatuur in. Deze korte novelle die dikwijls wordt begrepen als een aanval op de ‘kannibalistische’ natuur van de traditionele Chinese maatschappij en cultuur, beschrijft in feite de spirituele ontwaking van een geleerde, door iedereen afgewezen als een gek.
Ondanks het feit dat deze novelle één van de meest invloedrijke werken is van de literatuur van de twintigste eeuw, leent het zich niet tot een toneeladaptatie. Krystian Lupa heeft dan ook, bij het schrijven van het script, een beroep gedaan op andere verhalen van Lu Xun: De ware geschiedenis van A Q, Mijn geboortestreek en De vlieger.

In het eerste bedrijf geraakt het verhaal van hoofdpersonage Zhou, naar de echte naam van Lu Xun, Zhou Shuren, zo dicht verweven met die van de gek, dat de lijnen tussen beiden totaal vervagen. Waar eindigt de wereld van Zhou? Waar begint de wereld van de gek? Voor Lupa is het paar elkaars spiegelbeeld dat de verticale dichotomie leraar-leerling omringt. Dit is een karakteristiek voor verhalen van verlichting.

Het tweede bedrijf gaat over het verhaal van de gek en de progressie in zijn dwangvoorstellingen. De openingsscene beschrijft de openbaring van de gek: hij loopt vrolijk naar het dak om het nieuwe leven, hem door de maan gebracht, te beleven. Lupa introduceert hier ook beelden van kruisiging en plaatst alzo het lijden van de gek en dat van Jezus naast elkaar.

In het derde bedrijf introduceert Lupa twee nieuwe karakters: een dokter die de draak steekt met de moderne wetenschap en een universiteitsstudent die mijmert over de hedendaagse opvoeding.
Chinese studenten zijn grootgebracht met het oeuvre van Lu Xun maar blijven nog steeds gevangen in het ‘kannibalistisch systeem’ (zie volgende blog) dat de auteur net bekritiseerde.

Dit toneelstuk is dus een actualisering van vier kortverhalen van Lu Xun. Het doel van hedendaagse interpretaties van klassieke werken is hun universaliteit te exploreren. En daar is Krystian Lupa in geslaagd!

Wie interesse heeft in het werk van Lu Xun raad ik de prachtig vertaalde bundel aan:

Lu Xun
Verzameld werk
Vertaling K. Ruitenbeek
Meulenhoff 2000

 

HAPPY DREAMS-Jia Pingwa 贾平凹

Jia Pingwa, geboren in 1952 in Dihua, Shaanxi, is, samen met Nobelprijswinnaar Mo Yan en Yu Hua, één van de grootste namen van de hedendaagse Chinese literatuur. Hij focust zich vooral op het leven van de gewone mens.

In 2004 krijgt de schrijver onaangekondigd bezoek. Het is Liu Shuzhen, een schoolvriend uit de tijd van de Culturele Revolutie. Liu Shuzhen vertelt dat hij zijn naam heeft veranderd: hij heet nu Happy Liu. Beide vrienden halen herinneringen naar boven: na de Culturele Revolutie ging Liu naar het leger, Jia liep college. Jia werd een bekende schrijver. Liu daarentegen oefende tal van beroepen uit zoals metser, maker van noedels en tofu…allemaal zonder succes tot hij uiteindelijk besloot zijn kans te wagen als afvalprikker in de grote stad Xi’an.
Afvalprikker? Jia, die nochtans meer dan dertig jaar in Xi’an woont, had nog nooit aandacht geschonken aan die job. Afvalprikkers maken de publieke wegen schoon, maar waar wonen en slapen ze? De twee vrienden beginnen te praten over de ins and outs van die job.

Happy Liu komt zijn vriend regelmatig opzoeken, wanneer het regent en hij dan niet kan werken. De schrijver geraakt meer en meer in de ban van het leven van een afvalprikker…Tot hij besluit er zijn volgende roman over te maken. Volgen dan ontelbare bezoeken en interviews van Happy’s collega’s en vrienden: Jia zorgt er dan voor dat zijn zakken vol pakjes sigaretten zitten, om uit te delen.

Bij het schrijven van zijn roman stelt Jia zich veel vragen: waarom ontstond deze klasse van migrerende arbeiders in China? Maakt deze klasse onvermijdelijk deel uit van de politieke en economische hervorming? Wie organiseert en leidt deze klasse? Hoe moet het nu verder met de dorpen die leeglopen?…

Dit boek, bijna vijfhonderd bladzijden dik, is een levendige beschrijving van het China van de gewone mens, het China van nu. Het leest heel vlot; de lezer wordt meegetrokken in de avonturen van Happy Liu, een onvergeeflijk vrolijke man. Een les in positief denken!

HAPPY DREAMS
Jia Pingwa
translated by Nicky Harman
amazon crossing 2017

Dandanmian versus ‘Dandanmian’  担担面对担担面

Ik ben een echte noodlefan! Als ik in China ben zijn noedels mijn dagelijkse kost. De diversiteit van de noedelsoorten alsook de bereiding ervan zijn oneindig; vele bereidingen zijn eigen aan een provincie of stad. Zo bijvoorbeeld de dandanmian afkomstig uit Chengdu, hoofdplaats van de provincie Sichuan.

Gezeten in onze favoriete ‘mianguan’ 面馆, in Beijing, bestelde mijn Chinese vriendin twee kommen dandanmian. Hoe groot was mijn verbazing toen ik zag dat de noedels baadden in een grote hoeveelheid soep: in Chengdu werden ze me nooit in soep geserveerd. Mijn vriendin beweerde dat dit de echte dandan noodles waren. Ik was daar niet van overtuigd en ging na hoe het nu echt in elkaar zit…

Dandan noodles zijn afkomstig uit Chengdu. Ze zijn een streetfood die hun naam te danken hebben aan de wijze waarop een straatventer zijn noedels verkoopt: hij draagt een bamboestok met een mand aan beide uiteinden op de schouders (dan 担 =op de schouder dragen). Er is een mand voor de noedels en een mand voor de saus en specerijen. Dandan noodles zijn een snack die de hele dag door wordt gegeten en in kleine kommen wordt geserveerd. Het zijn 干面 ganmian, droge noedels met een topping van krokant gefruit varkensvlees 臊子saozi, met ook tongverdovende Sichuan peper, chiliolie en 芽菜yacai, gepekelde groenten. De noedels worden gekenmerkt door vier adjectieven, ma 麻 verdovend  la 辣 pikant  xian 鲜smaakvol  xiang 香 gekruid.

Hoe komt het dat deze noedels nu elders, ten onrechte, in soep worden geserveerd?
In 1911, na de val van de Qingdynastie, moest Yeung Din-wu, één van de koks van de keizer, naar Hong Kong vluchten. Hij had veel moeite om zijn familie in stand te houden. Jaren nadien ontmoette hij een Sichuanees die een restaurant wilde openen maar geen kookervaring had. Yeung bood zijn diensten aan. Het restaurant, Wing Lai Yuen, opende in 1947 en serveerde er specialiteiten van Sichuan. Maar deze sterk gekruide en pikante keuken kon de Hongkongers, gewend aan lichte en ongekruid voedsel, niet behagen. Dus besloot Yeung het recept van de dandan noodles af te zwakken: hij schafte de chili olie af en voegde soep aan de noedels toe, alsook sesampasta en pindakaas. Vele restaurants uit Hong Kong namen Yeungs recept over.

Beetje bij beetje werden die 水面 shuimian, noedels in soep, via Shanghai en Beijing, in de hele wereld bekend als ‘dandanmian’. Deze noedels zijn ook heel tasty maar wil je de échte dandan mian proeven dan staat je er maar één ding te doen: ga naar Chengdu en eet een kommetje in het eettentje  甜水面担担面Tianshuimian Dandanmian!

KAVIAAR MADE IN CHINA! 中国制造鱼子酱!

 

Van de 26 Michelin drie sterrenrestaurants in Parijs serveren 21 ervan Chinese kaviaar. Ook het restaurant van Alain Ducasse in Monaco heeft dit op zijn kaart staan. De naam van deze kaviaar? Kaluga Queen. Maar…de Chinese brand staat slechts heel discreet vermeld op de verpakking. Voor ’t ogenblik toch.

Kaluga Queen kaviaar wordt geproduceerd op het Qiandao meer  千岛湖, het Duizend Eilanden meer, ten zuidwesten van Shanghai. De steur, een specifieke vissoort uit Rusland en Centraal Azië, die bekend staat om haar viskuit, wordt daar gekweekt. De kwaliteit van de kaviaar afkomstig van deze gekweekte steur zou minstens even goed zijn als deze van de wilde soort.

De firma Kaluga Queen verkoopt 60 ton kaviaar per jaar en is aldus ’s werelds grootste producent. Het Qiandao meer telt 30.000 steuren waarvan sommige tot 200 kg kunnen wegen. Kaluga Queen heeft daarbij ook ongeveer 40.000 plekken met broedsel in speciale incubator tanken.

Iranese experts beweren natuurlijk dat de beste kaviaar van de wilde Kaspische steur komt maar geven toe dat zijn Chinese tegenhanger heel goed is.
Het proces van het oogsten en het zouten van de kuit gebeurt net zoals in Iran.

Sinds de val van de Sovjet-Unie is de wilde steur, wegens de opheffing van strenge controles, uitgeput en als bedreigde vissoort geklasseerd. Dit heeft aanleiding gegeven tot het ontstaan van een commerciële bebouwing. Een andere reden voor het oogsten van kaviaar van gekweekte steur is dat deze vis, die 100 jaar kan worden, voor dat proces moet gedood worden.

Kaluga Queen biedt verschillende soorten kaviaar, waarbij de Beluga, net als in de Russische en Iraanse soorten, als de beste wordt bestempeld.

Jammer genoeg is de Kaluga Queen geen goedkoper vorm van kaviaar, integendeel: hij kost 10% duurder.

Of de westerse consument duurder gaat betalen voor deze ‘Made in China’ delicatesse wordt voor Kaluga Queen een uitdaging!