De volgende dagen maken we voettochten langs een aantal meren: het Qinghai meer, beter bekend onder zijn Mongoolse naam, Kokonor, het gezouten meer Chaka waarop kan gelopen worden, het Qaerhan meer…

We rijden, we babbelen, we eten, altijd zalig lekker met naast ons een tafel discussiërende lokale ‘white collars’ die elk een grote fles baijiu, de traditionele sterke drank aan 60%, in kleine shotjes naar binnen werken! En dat bij de lunch! Hoe doen ze het?
We logeren in een hotel in Golmud, alweer een tophotel waar een ‘Siri’ stembediening voor jou de gordijnen sluit, de televisie met XXX scherm aanzet. ’s Anderendaags on the road again! We zullen nooit twee maal in hetzelfde hotel hebben geslapen.

We komen aan in Dunhuang, het hoogtepunt van onze reis. Eerst een stroll door de ‘Zingende Duinen’ (waar ik mijn voeten verbrand aan het hete zand) en het romantische Crescent meer, een bezoek aan de nachtmarkt met zijn ontelbare eetstalletjes en souvenirstalletjes, een avondmaal van gele noedels met ezelvlees en aansluitend het bijwonen van een gracieus ballet waarbij de danseressen de rol vertolken van apsaras, bovennatuurlijke, hemelse nimfen uit de hindoeïstische en boeddhistische mythologie…Nu en dan valt de muziek uit maar de danseressen storen er zich niet aan.
De avond eindigt met de aanschaf van oude zilveren Tibetaanse oorbellen, waaraan een koraal en een turquoise parel ontbreken.
Geen nood: we laten ze herstellen als we in Beijing zijn, in Panjiayuan, de grote vlooienmarkt, bij artisanen voor wie het een kinderspel is!

























