Laatste dag in Xi’an. We bezoeken het Qinqiang kunstmuseum, een charmant complex waar duizenden artefacten samen met oude theaterkostuums, rekwisieten en maskers worden tentoongesteld. We proeven er eerst van een stukje Qinqiang opera, samen met heerlijke thee en versnaperingen, in een verfijnd kader.
秦腔Qinqiang opera is de oudste traditionele Chinese opera, ontstaan hier in Xi’an, hoofdstad van het vroegere Qin Rijk. Deze opera staat bekend om zijn krachtige, bijna geschreeuwde zang en ritme dat wordt aangegeven door houten rammelaars, bangzi. Volgens de legende werd dit ritme oorspronkelijk gebruikt als oorlogskreet door de soldaten van de Qin dynastie. In tegenstelling met Peking opera, vloeiender en eleganter, blinkt Qinqiang opera uit in de rauwe expressie van extreme emoties als woede, wanhoop en heldhaftigheid. Hij wordt beschouwd als de ‘vader’ van de andere opera’s en staat sinds 2006 op de lijst van het immaterieel cultureel erfgoed van UNESCO.

Het operastuk dat we te zien krijgen, beantwoordt aan deze beschrijving. Daarnaast is er ook een voorstelling van schaduwpoppenspel alsook een spectaculaire ‘Face Changing’, opera waarbij de danser telkens vliegensvlug en dus totaal ongemerkt zijn masker wisselt en ‘van gezicht verandert’.
In de namiddag brengen de chauffeur en de gids ons naar het treinstation, mooi en modern, net een vlieghaven: een duizelingwekkend aantal shops en restaurants, massagezetels, VIP rooms…new China.
Drie uur later brengt de 高铁, de high-speed railway (vaak meer dan 245 km/uur) ons in Lanzhou waar we worden opgewacht door onze tweede gids, Jackie en zijn chauffeur.
Jackie raadt ons de 夜市 yeshi, de nachtmarkt, aan.
Wow! Het is een lange straat vol eetstalletjes, de een naast de ander.
We eten er oesters met look en pikante olie op de BBQ, voor een prikje.
Ik zeg het telkens: China is een foodies heaven!

















