Ter voorbereiding van onze reis langs de Chinese zijderoute met als hoogtepunt de grotten van Mogao nabij Dunhuang, las ik Tun-Huang, een roman van de grote Japanse schrijver Yasushi Inoue (1907-1991).
Het verhaal speelt zich wel degelijk af in China, en start in 1026, in Kaifeng, de toenmalige hoofdstad van de Songdynastie.
Chao Xingte moet die dag de mondelinge proef van het keizerlijke examen van Jinshi 进士 afleggen, de hoogste en meest prestigieuze graad binnen het keizerrijk. De kandidaten zijn talrijk, Xingte wacht zijn beurt af in de tuin en…valt in slaap. Hij zal drie jaar moeten wachten op een nieuwe kans!
Hij staat op en doolt door de stad tot wanneer hij te midden van een menigte een vrouw ziet: ze ligt op een houten plank en is volledig naakt. Ze wordt per stuk door een ruwe Oeigoer te koop aangeboden: oren, neus, dijen, borsten…Ze is een Xixia die, nadat ze met een man naar bed was gegaan, zijn vrouw probeerde te vermoorden.
Xingte koopt haar, volledig, en geeft haar haar vrijheid terug. In ruil daarvoor krijgt hij van haar een stukje stof met daarop intrigerende karakters, Xixia karakters…
Voor Xingte start het avontuur dat hem leidt naar een woest gebied (die de toegangspoort vormt naar Centraal-Azië) waar de Tangut, een Tibeto-Birmaans volk, het Xixia rijk stichtten (1038-1227).
De Tangut kenden een spirituele evolutie naar het boeddhisme en ontwikkelden een eigen, uiterst complex schrift om boeddhistische sutra’s te vertalen. Dit schrift speelt een sleutelrol in Xingte’s zoektocht. Hij raakt geobsedeerd door het veiligstellen van de eeuwenoude boeddhistische geschriften in de grotten van Dunhuang, de ultieme oasestad op de zijderoute…
Een meeslepend avonturenverhaal vol passie, maar ook een diepgaande meditatie over de mysteries van de geschiedenis en over het verstrijken van de tijd.
Tun-Huang van Yasushi Inoue
Kodansha America, Inc, 1978














