Zhai 宅

Het Chinese karakter zhai 宅 betekent huis, thuisblijven. Het is een trend die, samen met de manga’s, uit Japan is overgewaaid en daar otaku heet. Het karakter otaku verscheen voor het eerst in de Chinese taal dankzij de Taiwanese volkscultuur. Zhai is de Chinese uitspraak van het Japanse kanji karakter otaku en vond ingang in Taiwan in de late jaren 1990. De Japanse popcultuur was er toen populair.
Afgeleide woorden als zhainan 宅男en zhainü 宅女, mannelijke thuisblijver en vrouwelijke thuisblijver, werden in Taiwan heel trendy rond 2005. Dankzij het internet verspreidden ze zich heel snel naar vasteland China.
De term zhainan werd aangewend in de media voor de beschrijving van mannen die zelden het huis verlaten en weinig letten op hun voorkomen (2009).

Dit oorspronkelijk eerder negatief karakter heeft nu een neutralere betekenis. Het wordt zelfs gebruikt voor de trendy jeugd, voor wie zhai een levensstijl voorstelt: de stereotiepe zhainan is een jongeman die thuis gekluisterd zit, de hele dag op internet surft, en addict is aan computer games, internet chats, forums, onlinefilms. Hij heeft een onverzorgd voorkomen en is introvert. Deze levensstijl heeft een boost gegeven aan het opduiken van online stores waarop je kleren, schoenen en nog meer kan kopen. De verschrikkelijke verkeershinder in de Chinese grootsteden heeft vast ook tot dit fenomeen bijgedragen.


Recent is in China een nieuw modewoord ontstaan: zhai jingji 宅经济, de zhai economie.
Meer informatie over dit nieuw modeverschijnsel krijgen jullie in mijn volgende blog.

Kimchi versus xinqi

Kimchi, de iconische Koreaanse ingelegde groente, is opnieuw onderwerp geweest van een culturele vete tussen China en Zuid-Korea. Oorzaak daarvan was dat het Zuid-Koreaanse ministerie van Cultuur, Sport en Toerisme in juli aankondigde dat het de officiële richtlijnen betreffende ‘toegeëigende vreemde woorden’ voor enkele Koreaanse voedingsmiddelen veranderde. En één daarvan is de Chinese transliteratie van het Koreaanse woord ‘kimchi’. Een vierduizendtal Chinese karakters werden daarvoor onder de loep genomen. Maar geen enkele daarvan kwam in aanmerking voor een correcte transliteratie. Er werd dan geopteerd voor het woord ‘xinqi’, dat een beetje lijkt op ‘kimchi’.

Xinqi, 辛奇, bestaat uit twee karakters waarvan het eerste, xin, scherp/bijtend/pikant betekent en het tweede, qi, o.a. vreemd/verrukkelijk.

Met deze nieuwe Chinese naam, die reeds in 2013 werd voorgesteld maar in China geen succes oogstte en verworpen werd, hoopt de Zuid-Koreaanse regering een duidelijk onderscheid te maken tussen de Koreaanse kimchi en de Chinese ingelegde groente die in China tot nog toe paocai 泡菜 werd genoemd.
Maar dat veroorzaakte een hevige polemiek in de media van beide landen! Eerst en vooral omdat de producten heel verschillend zijn. Kimchi refereert meestal naar gefermenteerde kool waar chilivlokken, look, gember en zout aan toegevoegd zijn. Paocai, letterlijk ‘geweekte groenten’, omvat vele soorten groenten, gaande van kool , wortelen, radijs, komkommer tot asperges, paddenstoelen…die gepekeld worden, al dan niet met kruiden.
In november 2020 behaalde China een IOS certificaat voor de Sichuan Paocai waardoor deze dé internationale standaard werd voor de ingelegde groenten. Volgde een artikel dat verkondigde dat de soevereiniteit van de kimchi slechts een naamgeving betrof. Dit werd gevolgd door een boze reactie van Zuid-Koreaanse netizens die spraken van een ‘diefstal’ van kimchi en de hele Koreaanse cultuur!
Anderzijds gebruiken de Chinezen niet de term ‘xinqi’ die trouwens niet erkend wordt in China. En ze noemen kimchi: ‘hanguo (Chinese) paocai’.
Waarom werd dan naar een nieuwe Chinese naam voor kimchi gezocht? De kimchiproductie ‘made in China’ blijft maar groeien, in die mate dat de Koreanen nu tien keer meer Chinese kimchi eten dan hun eigen Koreaanse!
Of het woordje xinqi daar iets aan zal veranderen is een andere kwestie…

Snow skin mooncake 冰皮月饼

Morgen viert men in China het midherfstfestival, 中秋节zhongqiujie, ook wel het maanfestival genoemd. (zie blog 22 september 2010). Traditioneel eet men dan mooncakes, yuebing. Tot voor enkele jaren was het maken van de mooncakes een ingewikkeld proces waarbij de cakes in de oven gebakken werden.


In Hong Kong werd dan een nieuwe soort mooncake op punt gesteld die niet gebakken wordt en dus rauw wordt gegeten, de snow skin mooncake: een zachte, smeuïge delicatesse!
Snow skin mooncake is van buiten wit en wordt dus koud gegeten, vandaar de naam ‘snow skin’.

Ik leerde het, samen met mijn man, maken in The Hutong, Beijing. We hadden veel lol en bereidden mooie exemplaartjes!

Ingrediënten voor een tiental cakes

45 g kleefrijstbloem
35 g rijstbloem
20g tarwezetmeel
185g melk of cocosnootmelk
50 g poedersuiker
20 ml gekookte olie met milde smaak bv. rijstolie
220 g lotuszaadpasta
20 g rijstbloem gedurende 10 min gebakken in oven van 120°

Methode

  1. Deeg: neem een grote kom, doe er de melk, de poedersuiker en de olie in en vermeng. Voeg nadien de twee soorten bloem en het zetmeel en vermeng heel goed. Leg opzij voor een half uurtje.
  2. Stoom het deeg gedurende 20 à 30 minuten op hoge temperatuur in een bamboemand. Haal het deeg uit de mand en laat wat afkoelen. Kneed het deeg goed en verdeel in balletjes van 25 g.
  3. Vulling: verdeel de lotuszaadpasta in balletjes van 10 g.
  4. Neem dan wat gebakken rijstbloem in de handpalmen, neem een balletje deeg maak er met de handpalm een plat schijfje van, leg een balletje vulling erin, omwikkel dit met het deeg en duw het in het met bloem bestreken mooncakevormpje. Klop de cake uit het vormpje. Doe zo verder met de andere deegballetjes. Leg de mooncakes in de ijskast voor een half uurtje. Ze zijn klaar om op te eten!

Je kan ze, met plasticfolie bedekt, enkele dagen in de koelkast bewaren.

Ik gebruik de traditionele, houten mooncakevorm maar er bestaan er ook heel handige in plastiek die je online kunt kopen.

中秋节快乐!

Sur le balcon 阳台上Ren Xiaowen

Sur le balcon telt amper 110 bladzijden en is een typisch voorbeeld van een specifiek genre eigen aan de Chinese literatuur, het ligt tussen roman en kortverhaal. Brigitte Duzan, de vertaalster van het boekje, noemt dit een novella, ontleend aan het Engels omdat daarvoor in het frans geen woord bestaat. Duzan leidt trouwens een nieuwe collectie van de uitgeverij l’Asiathèque die volledig gewijd aan dit genre: “Novella de Chine”.

Ren Xiaowen, geboren in Shanghai in 1978, is een rijzende ster in de hedendaagse Chinese literatuur. Het is de eerste maal dat ze vertaald wordt naar het frans.

Het verhaal speelt zich af in een arme wijk van Shanghai, in 2010. Het huis van Zhang Yinxiong moet, samen met de omringende huizen, afgebroken worden. De vastgoedontwikkelaars liegen de inwoners voor dat daar een pretpark zal worden gebouwd om alzo de bewoners minder te moeten vergoeden: in werkelijkheid zullen daar moderne flatgebouwen komen. De vader van Yinxiong weigert elk voorstel van de vastgoedontwikkelaars, geraakt aan de drank en sterft aan een hartinfarct. Yinxiong beslist zijn vader te wreken.
Hij vindt werk in een restaurant waarvan een venster zicht heeft op het balkon van de vastgoedontwikkelaar die zijn vader zo tergde. En dan begint Yingxiong de vastgoedontwikkelaar en vooral zijn dochter, te bespieden…

In deze novella schetst de auteur een sociale kroniek met sterke, maar laag gevallen, mysterieuze personages. De intrige, die gebouwd is als een politieroman, houdt de lezer in spanning. Het open einde maakt onverwacht plaats voor emotie.
Dit boekje is prachtig en hoort thuis in elke Chinese bibliotheek!

Sur le balcon van Ren Xiaowen
L’Asiathèque, 2021

Jongens van glas Bai Xianyong

Jongens van glas is één van de meesterwerken van de hedendaagse Taiwanese literatuur. Het verscheen eerst in Taiwan, in 1977, onder de vorm van feuilleton in literaire tijdschriften. In 1983 verscheen het als boek en werd het verdeeld in vasteland China. Het verwierf algauw een cultstatus. Ook werd het al heel snel vertaald in verschillende talen. De roman staat trouwens op de lijst van de ‘100 romans die sinds 1944 de krant Le Monde het meest enthousiasmeerden’.

De Chinese titel is Nièzi, zondige zonen. De vertaler vertaalde het als Jongens van glas, naar het Taiwanees Bargoens dat de homogemeenschap een ‘glazen gemeenschap’ noemt.

Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel opent met een scène waarin de achttienjarige Aqing, de ik-figuur, door zijn vader uit huis wordt gezet: hij wordt immers uit school verwijderd wegens zijn onzedelijk gedrag met het hoofd van het scheikundelabo. Aqing belandt in West Park, en wordt opgenomen in een kring van homoprostitués. Deze staat onder de bescherming van instructeur Yang, tegelijk pooier en weldoener. Aqing vertelt de grote en kleine verhalen van deze microkosmos en ook zijn legendes. Hij is gefascineerd door de noodlottige liefde tussen Long Zi, symbool voor de draak, en A-feng die symbool staat voor de feniks…

Het tweede deel gaat over de opening van een nachtbar door Yang, de ‘instructeur’ van de homogemeenschap. Aqing en de vrienden van het park worden er tewerkgesteld en hoeven zichzelf niet meer te verkopen. Aqing vindt onderdak en veel steun bij een vrijgevige filantroop, de oude meneer Fu. Uiteindelijk ontdekt hij waarom de oude meneer Fu bereid is deze paria’s van de maatschappij te helpen…

Jongens van glas, die breekbare jongens, worden zondige zonen, nièzi 孽子, vanwege hun homoseksualiteit die niet door hun vader wordt erkend. Het is een roman over het generatieconflict tussen vaders en zonen, over broze jongens, gekweld door het spookbeeld van hun vader.

Zowel de Nederlandse als de Franse vertaling zijn schitterend!

Jongens van glas, vertaald door Mark Leenhouts, is uitgegeven door De Geus
Garçons de cristal, vertaald door André Lévy, verscheen bij Philippe Piquier

De mysterieuze oude stad die de geschiedenis van China herschrijft

Tot nu toe werd de Shangdynastie (1766-1122 v.C) beschouwd als de bakermat van de Chinese beschaving. Het was het eerste Chinese koninkrijk dat geschreven en archeologisch bewijsmateriaal achterliet. Deze dynastie heerste over de vallei van de Gele Rivier.
Recent archeologisch onderzoek toont nu echter aan dat er naast de Shang, 3000 jaar geleden dus, andere machtige koninkrijken bestonden die een regelmatige ruilhandel onder elkaar voerden.

In 1926, in Sanxingdui, gelegen bij de stad Chengdu in de provincie Sichuan, stuitte een boer bij het graven van een put op een groot aantal jadevoorwerpen. Deze vondst wekte grote belangstelling van archeologen. Het duurde tot 1986 voordat arbeiders van een baksteenfabriek, in dezelfde streek, een offerput vonden gevuld met duizenden voorwerpen van goud, brons, jade en keramiek. De vondst bracht vele raadsels met zich mee: er bestond geen schriftelijke overlevering over deze gemeenschap en de stijl van de gevonden voorwerpen bleek geheel los te staan van die van andere samenlevingen uit dezelfde periode: vreemde maskers met uitpuilende pupillen, olifantenslurven en oren…Nog andere opgravingen brachten grote gebouwen en zelfs een stadswal aan het licht. Toen bleek dat Sanxingdui een machtige en technisch gevorderde beschaving was die rond dezelfde periode als de Egyptische Toetanchamon bloeide. Het raadsel van Sanxingdui fascineerde China.

In 2019 brachten zes andere opgravingen, opnieuw heel dicht bij de vorige, offerplaatsen vol rituele artefacten aan het licht. Toen werd het de archeologen duidelijk dat ze één van de grootste archeologische vondsten van de eeuw hadden gedaan. Het meest spectaculaire stuk is een groot staand beeld van een man, 2,6 meter hoog en bijna 200 kilogram. Vele experten beweren dat dit beeld een voorstelling is van de opperleider van de Sanxingdui beschaving die zowel de rol had van god, als van koning en sjamaan. Het standbeeld is nu dé eyecatcher van het Sanxingdui museum.

Een mysterie blijft bestaan: daar waar de Shangdynastie ons, in het gebied van de Gele Rivier, orakelbeenderen met inscripties overliet, heeft men in Sanxingdui, ondanks haar hoogstaande beschaving en ruilhandel met andere Chinese koninkrijken, nog geen enkel geschreven karakter teruggevonden!

 

.

Liubiju 六必居

Onlangs kocht ik in mijn Chinese supermarkt sesampasta. Geen tahin, nee, echte Chinese sesampasta gemaakt van ongepelde, ongeroosterde sesamzaadjes. Tot mijn grote verwondering lag daar in het aanbod sesamsauzen ook sesamsaus van Liubiju.
Liubiju is Beijings oudste kruidenierwinkel. Ik loop er regelmatig binnen om er de ‘Old Beijing’ sfeer op te snuiven en sauzen te kopen voor mijn Chinese provisiekast.

Liubiju werd gebouwd in 1530, in Dashilan, een wijk dichtbij de Verboden Stad. Men zegt dat de keizers zich in Dashilan graag gingen vermaken. Eerst was Liubiju een likeurbrouwerij. Om zachte, zoete likeur te maken moest het proces aan zes regels voldoen: de gierstkorrels en de rijst moesten van goede kwaliteit zijn, de gist moest aan strikte hygiënische regels voldoen, de keramische flessen moesten van topkwaliteit zijn, de duur en de verwarmingsgraad moesten gepast zijn en het water moest zuiver zijn. Dat waren de zes voorwaarden die de naam aan de brouwerij gaven: Liubiju, letterlijk: de woning met de zes musts. Later werd de brouwerij een winkel waar men pickles en sauzen verkocht en nog steeds verkoopt. De strikte regels en de goede tradities van Liubiju bleven behouden…

Alhoewel in China vele kruidenierszaken vervangen werden door grootwarenhuizen blijven de Beijingers ook trouw aan hun traditionele winkels, en zo ook aan Liubiju.
Iedere morgen gaat de winkel open om 9:30. Grote potten pickles, sojasaus, komkommer in zoete saus, sesamsaus…maar ook de kleinere porseleinen potten blijven de inwoners van Beijing aantrekken. Alle producten zijn handgemaakt. Het assortiment telt wel twintig verschillende soorten pickles waarvan dagelijks 2.000 kilogram wordt gemaakt. Beijingers zijn verzot op deze, schijnbaar eenvoudige, pickles. In die mate dat, na alle excessen van het Chinees Nieuwjaar, wat gefrituurde gepekelde komkommer in de rijstsoep voor hen voldoende is. Pickles stillen de honger, pimpen de gerechten en geven een gevoel van comfort.

In 2008 kreeg Liubiju een telefoontje van een zekere Qin die 60 jaar geleden naar Taiwan was gevlucht. Hij vertelde dat, hoe ouder hij werd, hoe meer hij zijn geboorteland miste, en in ’t bijzonder de unieke smaak van Liubiju’ s pickles. Liubiju stuurde vijf jaar lang pickles naar Taiwan, tot de dood van de oude man…

 

 

Lu Xuns ‘Dagboek van een gek’: excerpten

 

Ter illustratie van mijn twee vorige blogs volgen hier twee excerpten uit Lu Xuns Dagboek van een gek. Uit deze excerpten blijkt dat het kannibalisme dat maar al te zeer in China een wrede realiteit is geweest ook een onderwerp is geweest van literaire teksten.
Op een dag kreeg Lu Xun twee schriften met dagboekaantekeningen van een vriend wiens broer, ondertussen genezen, leed aan een dwangvoorstelling. De taal van het dagboek was verward en dikwijls onsamenhangend. De meest samenhangende stukken gebruikte Lu Xun voor zijn kortverhaal.

 

Een paar dagen geleden kwam een pachter van ons uit Wolvendorp melden dat bij hen de oogst was mislukt. Hij vertelde mijn broer dat in het dorp een bekende misdadiger door de dorpelingen gezamenlijk dood was geranseld en dat een aantal mensen hart en lever uit zijn lichaam had gesneden en opgegeten, na ze eerst in olie gebraden te hebben. Dat versterkte je moed. Toen ik hun in de rede viel keken de pachter en mijn broer mij beiden aan. Vandaag pas besefte ik dat hun blik volkomen dezelfde was als die van de mensen buiten.
Toen dat besef tot me doordrong voer van hoofd tot voeten een koude rilling door me heen.
Als zij in staat zijn mensen te eten, dan zijn ze zeker ook in staat mij te eten…

     Als je iets goed wilt begrijpen, moet je beginnen met grondig onderzoek. Het stond me bij dat er in het verleden dikwijls mensen werden gegeten, maar het fijne wist ik er niet van. Toen ik een geschiedenisboek opensloeg om het na te kijken, stonden in het boek geen jaartallen vermeld. Alleen de woorden ‘Confucianistische deugd en plicht’ kwamen op iedere bladzijde weer in eindeloze herhaling voor. Omdat ik toch niet kon slapen bleef ik er de halve nacht in turen. Toen pas begon ik tussen de regels door andere woorden te zien, het hele boek was volgeschreven met twee woorden: mensen eten.
Al die woorden die in het boek geschreven stonden, al die woorden die de pachter had gezegd staarden me met een raadselachtige blik grijnzend aan.
Ook ik ben een mens, zij willen mij eten!

 

Uit Lu Xun, Verzameld werk
Vertaling K. Ruitenbeek
Meulenhoff  Amsterdam

Kannibalisme in China

De vroegste bronnen van kannibalisme in China dateren van de Yuandynastie, een Mongoolse dynastie (1279-1368). Een Yuan kookboek geeft recepten om menselijk vlees te bereiden. Deze gaan van bakken, roosteren, koken en roken tot zondrogen. Hierbij wordt het vlees van een kind het hoogst aangeprezen, gevolgd door dat van een vrouw en als laatste dat van een man.

In de grote klassieker Sanguo Yanyi (The Romance of the Three Kingdoms 1548) doodt een kok zijn vrouw en dient haar vlees op aan zijn meester Liu Bei omdat hij hem niets anders te bieden heeft.
Ook andere klassiekers als Shuihu Zhuan (Water Margin 14e eeuw) en Xi You Ji (Journey tot he West 1590) vermelden gevallen van kannibalisme…
Kannibalisme, een praktijk die taboe is in alle culturen, is het dus niet in China. China kende de grootste variëteit in de kannibalistische act, en ook een heel speciale, het ‘geleerde kannibalisme’. In de praktijk komt dit erop neer dat iemand een stuk van zijn lichaam afsnijdt, meestal de dij, en het laat sudderen in bouillon om een stervende ouder te voeden die dan op miraculeuze wijze herstelt. De grondgedachte van dit soort ‘geleerd kannibalisme’ komt van de confuciaanse filiale piëteit gekoppeld aan de boeddhistische compassie.

Een andere vorm van kannibalisme is het ‘hongersnood kannibalisme’. China heeft dikwijls extreme vormen van hongersnood gekend waarbij families hun kinderen met de buren uitwisselden om alzo hun eigen kind niet te moeten doden en opeten.

De derde vorm heet het ‘door de staat gesponsorde kannibalisme’ uit Wuxuan, in de zuidelijke provincie Guangxi.
Op 10 juli 1968, tijdens een kritieksessie van de Culturele Revolutie, werden Liao Tianlong, Liao Jinfu, Zhong Zhenquan en Zhong Shaoting doodgeslagen. Hun vlees werd afgesneden en in twee grote potten gekookt. Twintig tot dertig mensen namen deel aan deze kannibalistische act. Dit werd gerapporteerd in de Wuxuan analen van de Culturele Revolutie. De golf van kannibalisme duurde een jaar, het is de gruwelijkste episode van de Culturele Revolutie.
Maar de motivatie ervan was niet revolutionair. Het was uit persoonlijk verlangen omdat die mensen geloofden dat andermans lever en hart opeten hen een lang leven zou verzekeren!

In Lu Xuns ‘Dagboek van een gek’ wordt veel verwezen naar ‘mensen eten’. Ik kom hierop terug in een volgende blog.

 

 

 

Lu Xuns ‘Dagboek van een gek’: een toneelbewerking!

Shanghainezen mochten in maart van dit jaar een toneelbewerking van Lu Xuns bekende ‘Dagboek van een gek’ bijwonen. Een uitdaging van de Poolse regisseur Krystian Lupa.

Met ‘Dagboek van een gek’, geschreven in 1918, luidt Lu Xun het begin van de moderne Chinese literatuur in. Deze korte novelle die dikwijls wordt begrepen als een aanval op de ‘kannibalistische’ natuur van de traditionele Chinese maatschappij en cultuur, beschrijft in feite de spirituele ontwaking van een geleerde, door iedereen afgewezen als een gek.
Ondanks het feit dat deze novelle één van de meest invloedrijke werken is van de literatuur van de twintigste eeuw, leent het zich niet tot een toneeladaptatie. Krystian Lupa heeft dan ook, bij het schrijven van het script, een beroep gedaan op andere verhalen van Lu Xun: De ware geschiedenis van A Q, Mijn geboortestreek en De vlieger.

In het eerste bedrijf geraakt het verhaal van hoofdpersonage Zhou, naar de echte naam van Lu Xun, Zhou Shuren, zo dicht verweven met die van de gek, dat de lijnen tussen beiden totaal vervagen. Waar eindigt de wereld van Zhou? Waar begint de wereld van de gek? Voor Lupa is het paar elkaars spiegelbeeld dat de verticale dichotomie leraar-leerling omringt. Dit is een karakteristiek voor verhalen van verlichting.

Het tweede bedrijf gaat over het verhaal van de gek en de progressie in zijn dwangvoorstellingen. De openingsscene beschrijft de openbaring van de gek: hij loopt vrolijk naar het dak om het nieuwe leven, hem door de maan gebracht, te beleven. Lupa introduceert hier ook beelden van kruisiging en plaatst alzo het lijden van de gek en dat van Jezus naast elkaar.

In het derde bedrijf introduceert Lupa twee nieuwe karakters: een dokter die de draak steekt met de moderne wetenschap en een universiteitsstudent die mijmert over de hedendaagse opvoeding.
Chinese studenten zijn grootgebracht met het oeuvre van Lu Xun maar blijven nog steeds gevangen in het ‘kannibalistisch systeem’ (zie volgende blog) dat de auteur net bekritiseerde.

Dit toneelstuk is dus een actualisering van vier kortverhalen van Lu Xun. Het doel van hedendaagse interpretaties van klassieke werken is hun universaliteit te exploreren. En daar is Krystian Lupa in geslaagd!

Wie interesse heeft in het werk van Lu Xun raad ik de prachtig vertaalde bundel aan:

Lu Xun
Verzameld werk
Vertaling K. Ruitenbeek
Meulenhoff 2000