Categorie archief: Geen categorie

Peindre hors du monde, moines et lettrés des dynasties Ming et Qing (2)

De mooie tentoonstelling, besproken in vorige blog, toont werken van verschillende stromingen en protagonisten. Met meer details gaan we hierop in deze blog even verder in.

Wu-school: na de relatieve vrijheid en individualistische stijl van de Yuan dynastie (1279 -1368) beslist keizer Hongwu een terugkeer naar de stijl van de Songdynastie. De verplaatsing van de hoofdstad van Nanjing naar Beijing zorgde voor een grote afstand tussen de keizerlijke invloed en Suzhou.

  • Shen Zhou (沈周1427-1509) werd geboren in een rijke familie in Changzhou, het huidige Suzhou. Shen Zhou bekleedde nooit een officieel ambt: hij wijdde zijn aangenaam leven aan de poëzie, de schilderkunst en de kalligrafie. Hij was vooral bekend om zijn landschappen maar blonk ook uit in het schilderen van bloemen, fruit en dieren in monochroom inkt. Hij lanceerde, bij de geletterde schilders, de traditie van het schilderen van bloemen. Hij was de stichter van de Wu-school en was, samen met Wen Zhengming, Tang Yin en Qiu Ying, één van de ‘Vier Meesters van de Ming’

  • Wen Zhengming (文徵明1470-1559) werd eveneens geboren in Changzhou. Zijn werk kenmerkt zich door eenvoud (een alleenstaande boom of een rots) en straalt een gevoel van sterkte uit. Hij schilderde ook de elite van het sociale leven.

 Songjiang-school: een kleine kunstacademie in Shanghai die beschouwd werd als een verdere ontwikkeling van de Wu-school in het toenmalige culturele centrum van Changzhou

  • Dong Qichang (董其昌1555-1636) werd geboren in een arme, maar geletterde familie. Hij behaalde de graad van jinshi, de hoogste graad in het examenstelsel van het Chinese Keizerrijk. Hij is bekend om zijn prachtige landschappen. In de Chinese schilderkunst maakte hij onderscheid tussen werken van het noorden, gekenmerkt door fijne trekken en zachte kleuren, en die van het zuiden waar men werkte met snelle kalligrafische kwaststreken

 

Loyalisten: hebben zich veertig jaar lang verzet hebben tegen de nieuwe Qing dynastie

  • Shitao (石濤 1642-1707) werd geboren in Quanzhou, provincie Guangxi. Hij was lid van het keizerlijke Ming huis en ontsnapte aan de invallers. Hij werd een boeddhistische monnik. Na vele zwerftochten in het zuiden kwam hij uiteindelijk in Beijing terecht om boeddhistisch beschermheerschap te zoeken. Hij faalde daarin, bekeerde zich tot het taoïsme en keerde terug naar Yangzhou.
    Shitao was één van de meest individualistische schilders van de Qingdynastie. Hij overtrad de rigide, gecodificeerde technieken van de Wu- en Songjiang-school en was daarom revolutionair in zijn kunst

  • Bada Shanren (八大山人1626-1705) was een afstammeling van de prins van Ning, uit de Mingdynastie. Hij begon reeds vanaf zijn jeugd te schilderen en poëzie te schrijven. Ook hij werd een boeddhistische monnik, na de val van de Ming. Zijn schilderijen van vogels en vissen in monochrome inkt alsook zijn landschappen zijn, zoals die van Shitao, heel individualistisch en niet onder te brengen in een traditionele categorie. Een excentriekeling!

 

Deze boeiende tentoonstelling loop tot 6 maart 2022. Tickets worden online gekocht.

Peindre hors du monde, moines et lettrés des dynasties Ming et Qing (1)

In het Parijse Musée Cernuschi loopt een mooie tentoonstelling van een honderdtal Chinese rolschilderijen. De schilderijen werden gemaakt tussen midden 15e en begin 18e eeuw, in de overgangsperiode van de Ming naar de Qing dynastie. Ze werden uitgeleend door het HKMOA, het Kunstmuseum van Hong Kong.

In de Mingdynastie kende het gebied Jiangnan, gelegen ten zuiden van de Yangtze, een grote ontplooiing. Steden als Nanjing, Hangzhou en vooral Suzhou genoten toen een grote artistieke bloei. In Suzhou stichtten schilders en kalligrafen een school en gaven haar de oude naam van de stad Suzhou: de Wu-school. Shen Zhou (1427-1509) was de stichter van deze school. Wen Zhengming (1470-1559) was er de belangrijkste vertegenwoordiger van.
Suzhou had haar rijkdom te danken aan de rijstcultuur en de zijdeproductie. Daardoor kon de stad geletterden zonder officieel ambt de mogelijkheid geven zich te wijden aan de literatuur, de kalligrafie en de schilderkunst.

In 1644 werd China veroverd door de Mandchous die de Qingdynastie stichtten. Vele geletterden, schilders en dichters, omdat ze de val van de Ming en de heerschappij van de nieuwe Qingdynastie als heel traumatiserend ervaarden, verkozen daarom hun carrière van ambtenaar op te geven en zich terug te trekken uit de wereld om te gaan leven in bossen en bergen. Dit teruggetrokken leven werd dan, samen met de figuur van de kluizenaar, een van de favoriete thema’s van de Wu-school.
Ook Ming loyalisten trokken zich terug uit het mondaine leven. Enkelen onder hen werden monnik zoals Shitao (1642-1707) en Bada Shanren (1626-1705), beiden waren familieleden van de keizerlijke familie. Ze zochten onderdak in de tempels en inspiratie in de bergen.

Naast werken van deze loyalisten en de Wu-school toont deze tentoonstelling ook werken van de Songjiang school, gelegen in een stadsdeel in het zuidwesten van Shanghai. In de late Mingdynastie werd Songjiang de hoofdplaats van de schilderkunst, waarvan Dong Qichang (1555-1636) de belangrijkste vertegenwoordiger is.

Het Kunstmuseum van Hong Kong bezit meer dan 7000 kalligrafieën en schilderijen. De meest waardevolle maken deel uit van de Chih Lo Lou collectie, gelegeerd door de overledene Ho Iu-kwong, zelf een verzamelaar en een filantroop. Hij gaf zijn collectie een literaire bijnaam, zoals de geletterden van vroeger deden. Chih Lo Lou betekent ‘het paviljoen van de perfecte gelukzaligheid’. Een gelukzaligheid die we ervaren bij het contempleren van deze meesterwerken!

Zhai economie 宅经济

Zoals in mijn vorige blog besproken betekent het karakter zhai  ‘thuisblijven’, maar dan in de meest extreme vorm. Alles gebeurt van thuis uit: werken vanuit thuis maar ook nooit uit gaan eten of boodschappen doen. Deze manier van leven bestaat reeds enkele jaren: ze betrof aanvankelijk mensen die echt niet graag buitenkwamen.


De Covid en de lockdowns hebben veel mensen gedwongen tot die zhai groep te gaan behoren. En dit heeft een heel nieuw concept doen ontstaan: de ‘zhai economie’.
Hierbij speelt de fooddelivery de belangrijkste rol. Niet alleen kant en klare maaltijden worden aan huis gebracht maar ook verse groenten, fruit, vlees, vis…Mijn vriendin Zhouzhou bijvoorbeeld, die in Beijing woont, klikt gewoon op haar smartphone om van alles thuis te laten leveren, ze gaat nooit meer boodschappen doen!

Een favoriete app in China heet 饿了吗?Heb je honger? Hij wordt in meer dan zevenhonderd steden door 260 000 000 Chinezen gebruikt.
Het feit dat de mensen niet meer naar buiten mochten, heeft in de deliverysector een nieuw fenomeen doen ontstaan: hot pot aan huis! De heel bekende hot pot restaurants Haidilao, die iedere nacht 10 000 Beijingers, die meer dan twee uur in de rij hebben gestaan, voedden, brachten een nieuw concept: Haidilao levert aan huis niet alleen het eten maar, indien je dat wenst, ook de service!


De koerier komt dan aan, geladen met twee grote boxen: één vooraan op de borst met het eten, één achteraan op de rug met het keukengereedschap.
Hij haalt alle doosjes met het eten uit en verdeelt ze over de tafel. Nadien zet hij de elektrische plaat aan, en giet de hete bouillon in de grote pan. Hij bedient je, net zoals in het restaurant! Hij voorziet de dames met lang haar zelfs van een haarband opdat hun haren niet in de soep zouden vallen!


Wanneer alles op is, neemt hij alles weer weg. De prijs? Ongeveer 10 euro p/p naast 10 euro voor de koerier en 4 euro voor de levering.

Dit nieuw concept brengt Haidilao geen winst op maar biedt de klant, die geen zin heeft om twee, soms drie uur in de rij te staan, de mogelijkheid om een heel bijzonder moment te ervaren.

Een zege voor de zhai populatie!

Zhai 宅

Het Chinese karakter zhai 宅 betekent huis, thuisblijven. Het is een trend die, samen met de manga’s, uit Japan is overgewaaid en daar otaku heet. Het karakter otaku verscheen voor het eerst in de Chinese taal dankzij de Taiwanese volkscultuur. Zhai is de Chinese uitspraak van het Japanse kanji karakter otaku en vond ingang in Taiwan in de late jaren 1990. De Japanse popcultuur was er toen populair.
Afgeleide woorden als zhainan 宅男en zhainü 宅女, mannelijke thuisblijver en vrouwelijke thuisblijver, werden in Taiwan heel trendy rond 2005. Dankzij het internet verspreidden ze zich heel snel naar vasteland China.
De term zhainan werd aangewend in de media voor de beschrijving van mannen die zelden het huis verlaten en weinig letten op hun voorkomen (2009).

Dit oorspronkelijk eerder negatief karakter heeft nu een neutralere betekenis. Het wordt zelfs gebruikt voor de trendy jeugd, voor wie zhai een levensstijl voorstelt: de stereotiepe zhainan is een jongeman die thuis gekluisterd zit, de hele dag op internet surft, en addict is aan computer games, internet chats, forums, onlinefilms. Hij heeft een onverzorgd voorkomen en is introvert. Deze levensstijl heeft een boost gegeven aan het opduiken van online stores waarop je kleren, schoenen en nog meer kan kopen. De verschrikkelijke verkeershinder in de Chinese grootsteden heeft vast ook tot dit fenomeen bijgedragen.


Recent is in China een nieuw modewoord ontstaan: zhai jingji 宅经济, de zhai economie.
Meer informatie over dit nieuw modeverschijnsel krijgen jullie in mijn volgende blog.

Kimchi versus xinqi

Kimchi, de iconische Koreaanse ingelegde groente, is opnieuw onderwerp geweest van een culturele vete tussen China en Zuid-Korea. Oorzaak daarvan was dat het Zuid-Koreaanse ministerie van Cultuur, Sport en Toerisme in juli aankondigde dat het de officiële richtlijnen betreffende ‘toegeëigende vreemde woorden’ voor enkele Koreaanse voedingsmiddelen veranderde. En één daarvan is de Chinese transliteratie van het Koreaanse woord ‘kimchi’. Een vierduizendtal Chinese karakters werden daarvoor onder de loep genomen. Maar geen enkele daarvan kwam in aanmerking voor een correcte transliteratie. Er werd dan geopteerd voor het woord ‘xinqi’, dat een beetje lijkt op ‘kimchi’.

Xinqi, 辛奇, bestaat uit twee karakters waarvan het eerste, xin, scherp/bijtend/pikant betekent en het tweede, qi, o.a. vreemd/verrukkelijk.

Met deze nieuwe Chinese naam, die reeds in 2013 werd voorgesteld maar in China geen succes oogstte en verworpen werd, hoopt de Zuid-Koreaanse regering een duidelijk onderscheid te maken tussen de Koreaanse kimchi en de Chinese ingelegde groente die in China tot nog toe paocai 泡菜 werd genoemd.
Maar dat veroorzaakte een hevige polemiek in de media van beide landen! Eerst en vooral omdat de producten heel verschillend zijn. Kimchi refereert meestal naar gefermenteerde kool waar chilivlokken, look, gember en zout aan toegevoegd zijn. Paocai, letterlijk ‘geweekte groenten’, omvat vele soorten groenten, gaande van kool , wortelen, radijs, komkommer tot asperges, paddenstoelen…die gepekeld worden, al dan niet met kruiden.
In november 2020 behaalde China een IOS certificaat voor de Sichuan Paocai waardoor deze dé internationale standaard werd voor de ingelegde groenten. Volgde een artikel dat verkondigde dat de soevereiniteit van de kimchi slechts een naamgeving betrof. Dit werd gevolgd door een boze reactie van Zuid-Koreaanse netizens die spraken van een ‘diefstal’ van kimchi en de hele Koreaanse cultuur!
Anderzijds gebruiken de Chinezen niet de term ‘xinqi’ die trouwens niet erkend wordt in China. En ze noemen kimchi: ‘hanguo (Chinese) paocai’.
Waarom werd dan naar een nieuwe Chinese naam voor kimchi gezocht? De kimchiproductie ‘made in China’ blijft maar groeien, in die mate dat de Koreanen nu tien keer meer Chinese kimchi eten dan hun eigen Koreaanse!
Of het woordje xinqi daar iets aan zal veranderen is een andere kwestie…

Snow skin mooncake 冰皮月饼

Morgen viert men in China het midherfstfestival, 中秋节zhongqiujie, ook wel het maanfestival genoemd. (zie blog 22 september 2010). Traditioneel eet men dan mooncakes, yuebing. Tot voor enkele jaren was het maken van de mooncakes een ingewikkeld proces waarbij de cakes in de oven gebakken werden.


In Hong Kong werd dan een nieuwe soort mooncake op punt gesteld die niet gebakken wordt en dus rauw wordt gegeten, de snow skin mooncake: een zachte, smeuïge delicatesse!
Snow skin mooncake is van buiten wit en wordt dus koud gegeten, vandaar de naam ‘snow skin’.

Ik leerde het, samen met mijn man, maken in The Hutong, Beijing. We hadden veel lol en bereidden mooie exemplaartjes!

Ingrediënten voor een tiental cakes

45 g kleefrijstbloem
35 g rijstbloem
20g tarwezetmeel
185g melk of cocosnootmelk
50 g poedersuiker
20 ml gekookte olie met milde smaak bv. rijstolie
220 g lotuszaadpasta
20 g rijstbloem gedurende 10 min gebakken in oven van 120°

Methode

  1. Deeg: neem een grote kom, doe er de melk, de poedersuiker en de olie in en vermeng. Voeg nadien de twee soorten bloem en het zetmeel en vermeng heel goed. Leg opzij voor een half uurtje.
  2. Stoom het deeg gedurende 20 à 30 minuten op hoge temperatuur in een bamboemand. Haal het deeg uit de mand en laat wat afkoelen. Kneed het deeg goed en verdeel in balletjes van 25 g.
  3. Vulling: verdeel de lotuszaadpasta in balletjes van 10 g.
  4. Neem dan wat gebakken rijstbloem in de handpalmen, neem een balletje deeg maak er met de handpalm een plat schijfje van, leg een balletje vulling erin, omwikkel dit met het deeg en duw het in het met bloem bestreken mooncakevormpje. Klop de cake uit het vormpje. Doe zo verder met de andere deegballetjes. Leg de mooncakes in de ijskast voor een half uurtje. Ze zijn klaar om op te eten!

Je kan ze, met plasticfolie bedekt, enkele dagen in de koelkast bewaren.

Ik gebruik de traditionele, houten mooncakevorm maar er bestaan er ook heel handige in plastiek die je online kunt kopen.

中秋节快乐!

Sur le balcon 阳台上Ren Xiaowen

Sur le balcon telt amper 110 bladzijden en is een typisch voorbeeld van een specifiek genre eigen aan de Chinese literatuur, het ligt tussen roman en kortverhaal. Brigitte Duzan, de vertaalster van het boekje, noemt dit een novella, ontleend aan het Engels omdat daarvoor in het frans geen woord bestaat. Duzan leidt trouwens een nieuwe collectie van de uitgeverij l’Asiathèque die volledig gewijd aan dit genre: “Novella de Chine”.

Ren Xiaowen, geboren in Shanghai in 1978, is een rijzende ster in de hedendaagse Chinese literatuur. Het is de eerste maal dat ze vertaald wordt naar het frans.

Het verhaal speelt zich af in een arme wijk van Shanghai, in 2010. Het huis van Zhang Yinxiong moet, samen met de omringende huizen, afgebroken worden. De vastgoedontwikkelaars liegen de inwoners voor dat daar een pretpark zal worden gebouwd om alzo de bewoners minder te moeten vergoeden: in werkelijkheid zullen daar moderne flatgebouwen komen. De vader van Yinxiong weigert elk voorstel van de vastgoedontwikkelaars, geraakt aan de drank en sterft aan een hartinfarct. Yinxiong beslist zijn vader te wreken.
Hij vindt werk in een restaurant waarvan een venster zicht heeft op het balkon van de vastgoedontwikkelaar die zijn vader zo tergde. En dan begint Yingxiong de vastgoedontwikkelaar en vooral zijn dochter, te bespieden…

In deze novella schetst de auteur een sociale kroniek met sterke, maar laag gevallen, mysterieuze personages. De intrige, die gebouwd is als een politieroman, houdt de lezer in spanning. Het open einde maakt onverwacht plaats voor emotie.
Dit boekje is prachtig en hoort thuis in elke Chinese bibliotheek!

Sur le balcon van Ren Xiaowen
L’Asiathèque, 2021

Jongens van glas Bai Xianyong

Jongens van glas is één van de meesterwerken van de hedendaagse Taiwanese literatuur. Het verscheen eerst in Taiwan, in 1977, onder de vorm van feuilleton in literaire tijdschriften. In 1983 verscheen het als boek en werd het verdeeld in vasteland China. Het verwierf algauw een cultstatus. Ook werd het al heel snel vertaald in verschillende talen. De roman staat trouwens op de lijst van de ‘100 romans die sinds 1944 de krant Le Monde het meest enthousiasmeerden’.

De Chinese titel is Nièzi, zondige zonen. De vertaler vertaalde het als Jongens van glas, naar het Taiwanees Bargoens dat de homogemeenschap een ‘glazen gemeenschap’ noemt.

Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel opent met een scène waarin de achttienjarige Aqing, de ik-figuur, door zijn vader uit huis wordt gezet: hij wordt immers uit school verwijderd wegens zijn onzedelijk gedrag met het hoofd van het scheikundelabo. Aqing belandt in West Park, en wordt opgenomen in een kring van homoprostitués. Deze staat onder de bescherming van instructeur Yang, tegelijk pooier en weldoener. Aqing vertelt de grote en kleine verhalen van deze microkosmos en ook zijn legendes. Hij is gefascineerd door de noodlottige liefde tussen Long Zi, symbool voor de draak, en A-feng die symbool staat voor de feniks…

Het tweede deel gaat over de opening van een nachtbar door Yang, de ‘instructeur’ van de homogemeenschap. Aqing en de vrienden van het park worden er tewerkgesteld en hoeven zichzelf niet meer te verkopen. Aqing vindt onderdak en veel steun bij een vrijgevige filantroop, de oude meneer Fu. Uiteindelijk ontdekt hij waarom de oude meneer Fu bereid is deze paria’s van de maatschappij te helpen…

Jongens van glas, die breekbare jongens, worden zondige zonen, nièzi 孽子, vanwege hun homoseksualiteit die niet door hun vader wordt erkend. Het is een roman over het generatieconflict tussen vaders en zonen, over broze jongens, gekweld door het spookbeeld van hun vader.

Zowel de Nederlandse als de Franse vertaling zijn schitterend!

Jongens van glas, vertaald door Mark Leenhouts, is uitgegeven door De Geus
Garçons de cristal, vertaald door André Lévy, verscheen bij Philippe Piquier

De mysterieuze oude stad die de geschiedenis van China herschrijft

Tot nu toe werd de Shangdynastie (1766-1122 v.C) beschouwd als de bakermat van de Chinese beschaving. Het was het eerste Chinese koninkrijk dat geschreven en archeologisch bewijsmateriaal achterliet. Deze dynastie heerste over de vallei van de Gele Rivier.
Recent archeologisch onderzoek toont nu echter aan dat er naast de Shang, 3000 jaar geleden dus, andere machtige koninkrijken bestonden die een regelmatige ruilhandel onder elkaar voerden.

In 1926, in Sanxingdui, gelegen bij de stad Chengdu in de provincie Sichuan, stuitte een boer bij het graven van een put op een groot aantal jadevoorwerpen. Deze vondst wekte grote belangstelling van archeologen. Het duurde tot 1986 voordat arbeiders van een baksteenfabriek, in dezelfde streek, een offerput vonden gevuld met duizenden voorwerpen van goud, brons, jade en keramiek. De vondst bracht vele raadsels met zich mee: er bestond geen schriftelijke overlevering over deze gemeenschap en de stijl van de gevonden voorwerpen bleek geheel los te staan van die van andere samenlevingen uit dezelfde periode: vreemde maskers met uitpuilende pupillen, olifantenslurven en oren…Nog andere opgravingen brachten grote gebouwen en zelfs een stadswal aan het licht. Toen bleek dat Sanxingdui een machtige en technisch gevorderde beschaving was die rond dezelfde periode als de Egyptische Toetanchamon bloeide. Het raadsel van Sanxingdui fascineerde China.

In 2019 brachten zes andere opgravingen, opnieuw heel dicht bij de vorige, offerplaatsen vol rituele artefacten aan het licht. Toen werd het de archeologen duidelijk dat ze één van de grootste archeologische vondsten van de eeuw hadden gedaan. Het meest spectaculaire stuk is een groot staand beeld van een man, 2,6 meter hoog en bijna 200 kilogram. Vele experten beweren dat dit beeld een voorstelling is van de opperleider van de Sanxingdui beschaving die zowel de rol had van god, als van koning en sjamaan. Het standbeeld is nu dé eyecatcher van het Sanxingdui museum.

Een mysterie blijft bestaan: daar waar de Shangdynastie ons, in het gebied van de Gele Rivier, orakelbeenderen met inscripties overliet, heeft men in Sanxingdui, ondanks haar hoogstaande beschaving en ruilhandel met andere Chinese koninkrijken, nog geen enkel geschreven karakter teruggevonden!

 

.

Liubiju 六必居

Onlangs kocht ik in mijn Chinese supermarkt sesampasta. Geen tahin, nee, echte Chinese sesampasta gemaakt van ongepelde, ongeroosterde sesamzaadjes. Tot mijn grote verwondering lag daar in het aanbod sesamsauzen ook sesamsaus van Liubiju.
Liubiju is Beijings oudste kruidenierwinkel. Ik loop er regelmatig binnen om er de ‘Old Beijing’ sfeer op te snuiven en sauzen te kopen voor mijn Chinese provisiekast.

Liubiju werd gebouwd in 1530, in Dashilan, een wijk dichtbij de Verboden Stad. Men zegt dat de keizers zich in Dashilan graag gingen vermaken. Eerst was Liubiju een likeurbrouwerij. Om zachte, zoete likeur te maken moest het proces aan zes regels voldoen: de gierstkorrels en de rijst moesten van goede kwaliteit zijn, de gist moest aan strikte hygiënische regels voldoen, de keramische flessen moesten van topkwaliteit zijn, de duur en de verwarmingsgraad moesten gepast zijn en het water moest zuiver zijn. Dat waren de zes voorwaarden die de naam aan de brouwerij gaven: Liubiju, letterlijk: de woning met de zes musts. Later werd de brouwerij een winkel waar men pickles en sauzen verkocht en nog steeds verkoopt. De strikte regels en de goede tradities van Liubiju bleven behouden…

Alhoewel in China vele kruidenierszaken vervangen werden door grootwarenhuizen blijven de Beijingers ook trouw aan hun traditionele winkels, en zo ook aan Liubiju.
Iedere morgen gaat de winkel open om 9:30. Grote potten pickles, sojasaus, komkommer in zoete saus, sesamsaus…maar ook de kleinere porseleinen potten blijven de inwoners van Beijing aantrekken. Alle producten zijn handgemaakt. Het assortiment telt wel twintig verschillende soorten pickles waarvan dagelijks 2.000 kilogram wordt gemaakt. Beijingers zijn verzot op deze, schijnbaar eenvoudige, pickles. In die mate dat, na alle excessen van het Chinees Nieuwjaar, wat gefrituurde gepekelde komkommer in de rijstsoep voor hen voldoende is. Pickles stillen de honger, pimpen de gerechten en geven een gevoel van comfort.

In 2008 kreeg Liubiju een telefoontje van een zekere Qin die 60 jaar geleden naar Taiwan was gevlucht. Hij vertelde dat, hoe ouder hij werd, hoe meer hij zijn geboorteland miste, en in ’t bijzonder de unieke smaak van Liubiju’ s pickles. Liubiju stuurde vijf jaar lang pickles naar Taiwan, tot de dood van de oude man…