Voorouderverering in China (1)

Tijdens Chinees Nieuwjaar zoomde ik, zoals gewoonlijk, met mijn vriendin uit Beijing, Zhouzhou. Ze was toen met man en kinderen bij haar schoonfamilie, in Shandong. Wat zag ik op de achtergrond? Nu geen spierwitte muur zonder een enkele versiering maar wel een altaar voor vooroudercultus, rijkelijk versierd en voorzien van eten en drinken! Zhouzhou vertelde me dat ze bij haar thuis, in Ningxia, geen familiealtaar hadden, dat voorouderverering in China heel verschillend is naargelang de provincie, dat de familie van haar man heel chuantong 传统, traditioneel is. Ja, ik herinner mij dat Faguo zijn verjaardag viert volgens de agrarische-of maankalender, ieder jaar verschillend dus. Dit heeft al echtelijke ruzies voor gevolg gehad: Zhouzhou onthoudt slechts zijn zonnekalender verjaardag!  

Voorouderverering verwijst naar rituelen die zijn ontworpen om de geesten van iemands overleden voorouders te herdenken en te vereren. Alhoewel ze vaak wordt geassocieerd met het confucianistische idee van kinderlijke piëteit, xiao孝, overschrijdt voorouderverering de grenzen van religieuze tradities, geografische regio’s en sociaaleconomische groepen.
Ze zou dateren uit de neolithische periode en is een van de oudste en meest invloedrijke elementen van de Chinese, religieuze cultuur. Ze is de meest diepgewortelde religie in de Chinese ziel.
China wordt gekenmerkt door haar offercultuur, jisi wenhua 祭祀文化: offers brengen aan doden of voorvaderen. China heeft sinds altijd een landbouwcultuur. Alles, en vooral het eten, komt van de aarde, in tegenstelling met Westerse culturen die ook veel uit de zee halen.
Lang, heel lang geleden, wisten de mensen niet waarom het regende of waarom de zon scheen, waarom het warm was in de zomer en koud in de winter. Vanwege die agrarische cultuur was het weer dus van primordiaal belang. In die tijd geloofden de Chinezen dat er in de hemel goden waren en dat die goden weleens hun voorvaderen zouden kunnen zijn. Ze geloofden dat deze laatsten in staat waren tot ‘magische acties’ met regen, zon, sneeuw…en zijn toen gestart met het brengen van offers. Die waren eerst niet bedoeld voor de voorvaderen, wel voor de goden. De mensen plaatsten veel voedsel op een tafel en nodigden de goden uit dit voedsel te komen eten. Tegelijk maakten ze een wens, bijvoorbeeld dat het weer steeds beter zou worden, dat de grond steeds vruchtbaarder zou worden, dat ze steeds meer kippen, varkens, runderen zouden bezitten.

Mettertijd is de jisi wenhua geëvolueerd van godencultus naar een verering van de voorouders. Overleden voorouders zijn verhuisd naar een andere wereld, een wereld van waaruit ze hun nageslacht kunnen helpen zoals bijvoorbeeld steeds beter studeren, steeds beter werken, hun wensen vervullen. Alzo is de vooroudercultus met een altaar in het huis ontstaan.

Het verschil met vroeger is dat men nu geen wensen meer uit bij het plaatsen van voedsel op het thuisaltaar; het voedsel dient om terug te denken aan de overledenen.
Een attente, liefdevolle nazaat bereidt dan ook een favoriet gerecht.
Als dat geen filiale piëteit is!