Wang Yan   王燕

Wang Yan, we noemen haar Yanr Yanr, maakt deel uit van mijn eerste Chinese vrienden.

Toen ik haar leerde kennen was ze een van de managers van mijn favoriete hotel, Grand Hotel du Palais Rouge. Dit hotel ligt in een hippe straat in Beijing, dichtbij de Lama tempel, en heeft een Franse naam omdat de eigenaar verliefd is op Frankrijk en ook een perfect Frans spreekt.

Yanr Yanr werkt niet meer in het hotel, maar telkens als ik in Beijing ben, gaan we samen uit. De vorige keer gingen we eten ‘in een eettentje waar je zeker nog nooit bent geweest’. Inderdaad, daar was ik nog nooit geweest maar de lange wachtrij klanten voorspelde veel goeds. De zaak droeg geen naam, slechts twee karakters in neon: 卤煮 luzhu.

Zhu is: koken, braden. Maar wat betekende lu weeral? Oh ja: een dikke saus met specerijen. Mmmmm! Veelbelovend! Tot we binnen waren en ik op de muur het menu zag: we waren in een zaak met als specialiteit: darmen in een dikke soep! Daar ben ik met honger van tafel gegaan!

Waar zouden we nu heengaan? Een BBQ zaak! Dit eettentje is zelfs helemaal niet aangeduid, een zonder naam tentje in een smalle hutong.


We gaan binnen: het ruikt er heerlijk.

We bestellen brochetjes van kippenvleugels, kippenharten en kippenlevers, tofoe, jiu cai, een soort bieslook, aubergines…Overheerlijk!

 

We praten honderduit over ons werk, onze reizen, onze dromen…

 

We verlaten het eettentje, ik zeg aan de baas dat ik weldra met mijn man terugkom, zo lekker vond ik het daar.

We keren terug naar de metro maar nu nemen we elk de tegenovergestelde richting.

再见,燕儿燕儿, tot gauw Yanr Yanr…

泡温泉  Spa in Beijing

Tijdens onze laatste QQ-sessie voor mijn vertrek naar China sprak mijn vriendin Zhouzhou me honderduit over de spa in de buurt van haar woning.
QQ is het Chinese equivalent van onze Skype, en is voor mij een goede manier om met mijn Chinese vrienden contact te houden.

Wanneer ik in Beijing aankom, is Zhouzhou’s eerste vraag dan ook: “Je hebt je badpak toch mee om samen met ons naar de spa te gaan?”
Nee, een bikinietje (ik draag niets anders) heb ik niet mee!
“Dan kopen we er eentje, op Taobao.” Volgt een lange internetzoektocht door de catalogus ‘deftige’ badpakken van Taobao. Onze keuze valt op een rood badpak, met een gedrapeerd borststuk en ingenaaide beha: alle Chinese badpakken hebben zo een ingenaaide beha.

De spa-dag is eindelijk aangebroken. Het regent! Jammer, maar we zitten toch binnen.
Het is acht uur. Eerst heb ik een uur metro te reizen naar Haidianqu, de universiteitswijk gelegen in het noordwesten van Beijng.
Zhouzhou, haar man Faguo en haar dochter Xiao Yu wachten me op aan de uitgang van de metro. Dan rijden we nog een halfuurtje naar de spa.


Het is een groot gebouw. We gaan binnen: rechts aan de ingang is er een shop met…’deftige’ badpakken.

Zhouzhou, Xiao Yu en ik omkleden ons in de vrouwenvestiaire.
De spa heeft twee verdiepingen: de gelijkvloerse en de eerste verdieping.
We starten beneden: twee ondiepe zwembaden, jacuzzi’s, rainshowers…Iedereen glundert hier, iedereen heeft het naar zijn zin.
De meeste Chinezen kunnen niet zwemmen want zwemlessen zitten niet in het leerprogramma. Zhouzhou en Xiao Yu maken daarvan deel uit. Ik geef hen dus hun eerste zwemles: ze volgen stipt mijn instructies en zijn superblij! Die drang om iets nieuws te leren is aangrijpend; Chinezen zijn nieuwsgierig op alle vlakken!

Vervolgens gaan we naar boven, naar de eerste verdieping: in de grote Chinese openluchttuin zijn verschillende kleine bassins, met ‘helend’ water. Zo is er een rode wijn bassin, een pompoenbassin, een groene thee bassin, een aloë vera bassin…We proberen ze allemaal, om zo gezond mogelijk terug huiswaarts te keren. Gelukkig regent het niet te hard en blijft het aangenaam…

Om twaalf uur heeft iedereen honger en gaan we dus een pizza eten, in hetzelfde complex. Van een Chinese pizza verwacht ik niet veel maar kom, lets’s try. Pizza Margarita, hawaian, en ook: een lekkere pizza funghi di bosco en truffel!!! Heerlijk!!!

’s Namiddags doen we alles nog eens over, we zullen uitgerekend in totaal zes uren ‘geweekt’ hebben.

Op het einde van de namiddag douchen we in luxueuze badkamers waar douchegel, shampoo en bodylotion voorradig zijn. We föhnen ons haar terwijl we met de andere vrouwen babbelen. Iedereen loopt hier naakt, zonder gêne.

Een dagje in een Chinese spa, ja dat is wel echt heel ontspannend…

 

Didi 滴滴出行

Tijdens mijn laatste verblijf in Beijing zag ik opnieuw de volgende scene: een kraaknette luxe auto met donkere beglazing stopt ergens langs de weg en blijft een tijdje staan, waarna een reiziger uitstapt. De auto rijdt weg…
Neen, de reiziger werd hier niet afgezet door een familielid of een vriend maar wel door een DiDi, het equivalent van onze Über.

DiDi is een hype in Beijing: waarom zou je nog een gewone taxi nemen? De gewone taxi’s zijn niet altijd netjes, de chauffeurs kunnen nors zijn, als ze je willen voeren natuurlijk. Een gewone taxi moet je op straat aanhouden en dan hopen dat hij je niet weigert. Dit kan verschillende redenen hebben: omdat je opgegeven bestemming niet op zijn reisroute ligt, omdat hij het adres niet kent of omdat hij gewoon nu effe een nap wil nemen…
Didi integendeel hou je niet aan op straat: met je smartphone bel je naar de maatschappij die je onmiddellijk lokaliseert en je foto’s stuurt van chauffeurs die in je omgeving zijn.

Je kiest welke categorie van wagen je wenst, een kleine wagen, een standaard wagen of nog een luxewagen, en dan kies je welke chauffeur je het meest bevalt. Dan wordt je gezegd binnen hoeveel tijd de auto er zal zijn; je volgt zijn traject op het schermpje van je smartphone. De wagen is aangekomen. Je stapt in, de chauffeur kent steeds het adres waar zijn klant naartoe wil want hij heeft een GPS. Hij spreekt je aan in Standard Chinese, indien je geen zin hebt om te praten dan zwijgt hij en brengt je zonder omwegen naar het gevraagde adres. Eenmaal aangekomen betaal je met je Weixin (We Chat) portemonnee. En dat is nu mijn grote frustratie: alleen kan ik geen Didi nemen: omdat ik geen Chinese bankrekening heb, heb ik bijgevolg geen Weixin portemonnee en Didi’s worden uitsluitend via deze betaalwijze vergoed.
In gezelschap van mijn vriendin Zhouzhou mocht ik dan toch een DiDi-avontuur beleven en het was top! Een droom! De wagen was kraaknet, de jonge, charmante chauffeur vertelde ons dat hij chauffeur was in bijberoep, dat het zo goed opbracht en dat hij het als voltijdse activiteit zou uitoefenen; hij was cool in zijn rijgedrag en nam geen omwegen, hij was gecultiveerd zodat het gesprek tussen ons drieën spiritueel was. Hij stopte niet ‘ergens dichtbij onze bestemming’ zoals ik reeds enkele keren had meegemaakt om nadien nog een half uur onder de blakende zon te moeten stappen. Neen, hij zette ons af aan de ingang van de bioskoop waar Zhouzhou en ik een Indische film gingen bekijken!

DiDi of, voluit, DiDi Chuxing, wat zoiets betekent als ‘op reis met DiDi’ werd door Cheng Wei in juni 2012 opgericht (het heette toen DiDi Dache en vervolgens DiDi Kuaidi) en is nu reeds actief in 400 steden van China. Het hoofdkwartier ligt in Beijing. DiDi is ‘s werelds grootste ride-sharing maatschappij  met 25 miljoen ritten per dag. Begin 2016 ging het met de Amerikaanse rivaal Uber, die in 2013 op de Chinese markt kwam, een prijzenoorlog aan. In augustus van hetzelfde jaar kocht DiDi Uber over.
In april 2018 heeft DiDi zijn eerste vestiging buiten Azië geopend, in Mexico. Hij plant om ook daar zijn rivaal Uber te verslaan…

 

老大妈 laodama

Hij heet 高天瑞, draagt een rode jas, een rode pet, een rood armdoek en waakt over Shishahai, een lake area in Beijing. Hij is een ‘laodama’, letterlijk ‘een Madam’, dit is een chinees koosnaampje voor een ‘oudere vrouw’. Maar laodama heeft nog een andere betekenis: een laodama zorgt voor de veiligheid van haar buurt. De hele dag wandelt ze de straat op en af, bereid om mensen met allerlei te helpen maar ook om een oogje in ’t zeil te houden: merkt ze iets abnormaals dan zal ze onmiddellijk de meest nabij zijnde politiepost verwittigen.

高天瑞 is zo’n laodama! En hij is een man, een pittoreske en innemende Amerikaan die na zijn echtscheiding drieëntwintig jaar geleden naar Beijing kwam en nooit meer weg wou. Hij kocht er een courtyard, leerde Mandarijn en leefde zich volledig in in de Chinese way of life.

Toen Terry, dit is zijn echte naam, besloot in China te blijven, had hij maar één probleem: zijn visum dat steeds opnieuw moest verlengd worden. Daarom wou hij zich nuttig maken en werd…laodama, en meer specifiek 西城大妈, dit betekent: xichengdama, een laodama van het district Xicheng, die over meer dan 70000 zielen waakt.
Xicheng met zijn talrijke meren trekt vele toeristen aan, zowel Chinese als buitenlandse. Terry is dus geknipt om zijn laodama taak uit te voeren: hij biedt zijn diensten aan niet alleen in het Engels en het Mandarijn maar ook in het Kantonees. En zo is Terry steeds meer in de kijker komen te staan en heeft hij ook de nieuwsgierigheid van de media gewekt: er zijn reeds twee documentaire films over hem op CCTV4, de nationale Tv-zender, uitgezonden. Terry is geleidelijk aan beroemd geworden…


Iedere dag, na ‘het werk’, gaat Terry luisteren naar liefhebbers van Afrikaanse tamboerijn, op een pleintje vol goudkleurige ginkgo’s. Ook dat doet Terry steeds meer houden van Beijing, ook dat maakt zijn xichengdama droom waar…

Kleine Wilde Gans pagode

Tijdens mijn weekendje in Xi’an bezocht ik de tweede dag, naast het Moslimkwartier en zijn moskee, de Kleine Wilde Gans pagode.
Deze pagode is minder bekend dan haar grote zus, de nabij gelegen Grote Wilde Gans pagode, maar heeft enorm veel charme. Die dag regende het pijpenstelen maar dat had voor gevolg dat de kleuren van de rozentuin die de pagode omringt, prachtig uitkwamen.

 

Deze pagode is een mooi voorbeeld hoe het boeddhisme tijdens de Tangdynastie (618-907) in China werd geïntroduceerd en later in de Hancultuur werd geïntegreerd.

 

De Grote Wilde Gans pagode werd gebouwd in de Yonghui periode (650-655), tijdens de regeerperiode van de Tang keizer Gaozong. Ze was bedoeld als bergplaats voor de sutra’s die de befaamde monnik Xuan Zang uit Indië had meegebracht.

De Kleine Wilde Gans pagode werd ook in de Tangdynastie gebouwd, maar later, en meer bepaald in de Jinglongperiode (707-710) tijdens de regeerperiode van Keizer Zhongzong. Daar de pagode in de tuin van de Jianfu tempel lag, heette ze eerst ‘Jianfu Tempel Pagoda’ maar omdat ze geleek op de Grote Wilde Gans pagode, kreeg ze de naam van Kleine Wilde Gans pagode. Daar zouden de sutra’s die door de monnik Yi Jing uit Indië had meegebracht, bewaard worden.

 

Vanwaar komt de naam ‘Wilde Gans pagode’? Er is een legende aan verbonden. Naar deze oude legende waren er twee sekten in het boeddhisme: één waar het eten van vlees verboden was, een andere waar dat niet  verboden was.
Op een dag konden de vleesetende monniken nergens vlees kopen. Toen een van de monniken een zwerm wilde ganzen zag voorbijvliegen zei hij bij zichzelf: “Vandaag hebben we geen vlees te eten. Ik hoop dat de barmhartige Boddhisatva er ons wat zal geven.” Op dat ogenblik braken de vleugels van de leider van de ganzen en hij viel op de grond. De monniken schrokken en dachten dat dit een omen van de Boddhisatva was die hun drang naar vlees afkeurde en hen ertoe wou aanzetten vromer te leven. Op de plaats waar de wilde gans neerviel bouwden de monniken een pagode. Ze noemden het Wilde Gans pagode en stopten met het eten van vlees…

Hanyangling 汉阳陵: het Naakte Terracottaleger

Minder bekend en minder grandioos dan het ‘Terracottaleger’ maar ook heel indrukwekkend is het ‘Naakte Terracottaleger’, dat twintig kilometer ten noorden van Xi’an (Shaanxi) ligt. Het is China’s eerste ondergrondse museum dat in 2006 voor het publiek werd opengesteld.


Het is een dubbel graf: dat van keizer Liu Qi van de Westelijke Handynastie (206 v.C-24 v.C.) en dat van zijn echtgenote, keizerin Wang. Het werd gebouwd in 153 v.C. en beslaat een opmerkelijk uitgebreide oppervlakte. Naast het graf van de keizer en de keizerin kan men er ook de begraafplaats van menselijke offers en het kerkhof van de criminelen bezoeken…

Waarom spreekt men hier van ‘Naakte Terracottaleger’?

Keizer Liu Qi en keizerin Wang werden, net als hun beroemde voorganger Qin Shi huangdi, samen met hun leger en gevolg begraven. Maar ook hier waren het beelden in terracotta. Deze waren veel kleiner dan die van het Terracottaleger: een derde van een normale mensenlengte groot en slechts het hoofd, de romp en de onderste ledematen waren van terracotta gemaakt.

Hun armen waren van hout en ze droegen luxueuze kleren van… zijde! En dat had natuurlijk tot gevolg dat de tand des tijds de houten armen zou doen verrotten en de zijden kleren zou doen afsterven zodat de beelden nu…naakt en zonder armen zijn!

Het graf van de keizer ligt in het centrum van het mausoleum. Het heeft de vorm van het Chinese karakter 亞ya dat o.a. Azië betekent. In deze vroegere tijden werd deze grafvorm als de beste beschouwd.

Het graf van de keizerin ligt 450 meter ten Oosten van dat van haar man, is veel kleiner maar heeft ook de 亞ya vorm.

De archeologen hebben reeds 3.000 voorwerpen uitgegraven: honden, schapen, geiten en varkens maar ook stoven, graanbakken, wijnvaten, paarden en koetsen, allemaal bedoeld voor het leven van de keizer in het hiernamaals.

Maar wat de geschiedkundigen het meest verbaasde was wel de ontdekking van duizenden beeldjes zonder armen en…naakt.

Bingmayong 兵马俑

Ik ben net terug uit Xi’an 西安 waar ik het Bingmayong, bij ons beter bekend als het Terracottaleger, ging bezoeken. Mijn lang gekoesterde droom werd plots werkelijkheid!

Met zijn oppervlakte van 20 ha is het Bingmayong het grootste in situ museum van China.

Het Terracottaleger wordt toevallig ontdekt door landbouwers die op 29 maart 1974, in het dorpje Xiyang, een irrigatieput boren. De archeologen beginnen hun opgravingen het jaar daarop, in juli 1975. Een maand later beslist men een in situ museum te bouwen: het Terracottaleger van Qin Shi Huangdi 秦始皇帝. Het mausoleum bestaat voor het ogenblik uit drie grafkuilen met, naast 8000 soldaten en paardenknechten  ook nog bronzen koetsen en paarden.

Het Terracottaleger trekt jaarlijks twee miljoen bezoekers aan.

Qin Shi Huangdi was de eerste keizer van China. Hij besteeg de troon in 247 v.C., op dertienjarige leeftijd. Zijn moeder handelde de staatszaken af tot zijn meerderjarigheid.
Toen Qin Shi Huangdi aan de macht kwam, bestond China uit zeven koninkrijken waaronder het koninkrijk Qin. Het Qin leger onderwierp de zes andere koninkrijken en Qin Shi Huangdi unificeerde China alzo tot één groot rijk. Naast de politieke unificatie zorgde hij ook voor de economische, militaire en ideologische unificatie.
Qin Shi Huangdi heeft ook de vestingmuren, gebouwd door de verschillende koninkrijken, laten verbinden tot één Lange Muur van 10.000 li (= 5.000 km).

De eerste keizer van China begon de constructie van zijn mausoleum kort na zijn troonsbestijging: dit nam 39 jaar in beslag en zou een grandioos wereldwonder worden. Meer dan 700.000 arbeiders werkten aan de constructie, ze maakten 8.000 levensgrote soldaten wier gezichten allemaal verschillend waren…

Maar waarom is elke krijger uniek?

Ten tijde van Qin Shi Huangdi was de praktijk van de xun 殉 heel gebruikelijk. Xun betekent: volgen tot in het graf. Koningen, prinsen, hertogen, werden begraven samen met hun levende echtgenotes, slaven, dienaars, krijgers…
Op die manier zouden ze in hun leven na de dood verder gediend en beschermd worden.

Qi Shi huangdi was de eerste die weigerde dat zijn gevolg en zijn leger samen met hem levend begraven werden. Daarom liet hij een Terracottaleger maken dat hem in het hiernamaals zou beschermen. Opdat zijn leger er zo echt mogelijk zou uitzien, moest elke krijger uniek zijn, niet alleen qua gelaatstrekken maar ook qua uniform…
Dank aan de eerste keizer van China dat we, dankzij zijn barmhartigheid, meer dan 2.000 jaar later zijn grandioze leger mogen bewonderen!
Het graf van de keizer is nog niet opengemaakt, wat staat ons daar te wachten?

 

Tulou, 土楼 een lemen woningcomplex

In een van mijn vorige blogs sprak ik over de Hakka en de vijf migraties waartoe ze gedwongen werden.
De derde migratie startte rond 1171, toen een steeds groeiend aantal bandieten de provincie Fujian onveilig maakten.

Gelukkig vluchtten ze niet allemaal! De moedigsten onder hen bouwden woningen gemaakt van een mengsel van aarde, steen, bamboe en hout: echte versterkte burchten die meestal rond waren maar soms ook vierkant en die onderdak konden geven aan grote families; tot 800 mensen konden er wonen!
De meeste van die tulou’s werden gebouwd tussen de 12° en 20° eeuw.

Een tulou is drie à vier verdiepingen hoog en heeft muren met schietgaten die tot 1,8 m dik kunnen zijn.
Het ‘huis’ is goed geventileerd, het is warm in de winter en fris in de zomer en is bestand tegen stormen en aardbevingen. Het heeft meestal maar één houten deur die dikwijls verstevigd is met een ijzeren plaat.

De meest indrukwekkende tulou ligt in het dorpje Gaobei en maakt sinds 2008 deel uit van de UNESCO World Heritage Sites.
Deze tulou werd redelijk laat gebouwd, in 1705.


Hij is rond, bestaat uit vier concentrische ringen rond een centrale open binnenplaats en is drie verdiepingen hoog. De gelijkvloerse verdieping omvat de keukens van de families, op de eerste verdieping wordt het graan gestockeerd, op de tweede en de derde verdieping liggen de leefruimten en de slaapkamers. In totaal zijn er 370 kamers. Deze tulou heeft twee hoofdingangen en twee zij-ingangen.

De oudste en hoogste tulou ligt in Shuyan: hij werd in 1308 gebouwd en telt vier verdiepingen.

 

Heel interessant is de lay-out van de tulou die heel sterk doet denken aan die van de siheyuan in Beijing (zie blog 13 juni 2011). Beide werden ze gebouwd naar de Chinese woningtraditie van ‘gesloten van buiten, open van binnen’.


En net als de siheyuan worden de tulous bewoond door alle takken van eenzelfde familieclan: één dak als symbool voor eenheid en bescherming.
Werd de clan nog groter? Dan werd aan de buitenkant nog een ring errond gebouwd. Eenvoudig toch!

酿豆腐    GEVULDE TOFU

Ik at dit recept voor het eerst in een Hakkarestaurant in Beijing (zie vorige blog) en was meteen bekoord door de originaliteit van dit gerecht.
Hakka’s zijn dus een Chinese minoriteit die van de Han afstammen en door de eeuwen heen vanuit centraal China steeds verder naar het zuiden migreerden. In het Zuiden was er weinig tarwe om knoedels te maken, dus vervingen de Hakka’s de deegwikkel door tofu, een neutrale smaak die een hartige vulling omsluit.
Onderstaand recept is een basisrecept maar je kan er ook gember, lente-ui, koriander, gedroogde tangerine schil… aan toevoegen

Ingrediënten

500 gr stevige tofu, gespoeld en drooggedept
200 gr varkensgehakt (30% vet)
100 gr rauwe scampi’s (darmpje verwijderd, lichaampjes gespoeld en gedroogd)
1 lookteentje, geperst
1 eetl lichte soyasaus
1 eetl Shaoxingwijn
2 theel maïzena

Methode

  1. Hak de scampi’s tot een grove pasta (met hakmes of foodprocessor)
  2. Vermeng de scampi’s met het vlees, de look, sojasaus, wijn en maïzena
  3. Snij de tofu (in de dikte) tot grote plakken van ongeveer 3 cm en versnijd deze in vierkanten van ongeveer 5 cm
  4. Haal met een meloenschep (min. 2 cm diameter) bolletjes uit de tofusukken en zorg ervoor niet te diep te gaan
  5. Vul voorzichtig de tofuvierkantjes met het scampi-vleesmengsel en schik ze op een groot bord dat in de stoompan past
  6. Breng water in de stoompan aan de kook en stoom de gevulde tofu met het deksel op de pan voor 10 à 15 minuten (let erop dat er steeds water in de pan is!)
  7. Haal de schotel uit de stoompan en dien op

Ik eet dit gerechtje graag puur maar voor wie er liever een sausje bij heeft het volgend receptje:

Vermeng in een pannetje 1 eetl Shaoxing, 2 theel lichte sojasaus, 2 theel maïzena en wat kookvocht tot een glad mengsel, breng kort aan de kook en giet over de tofu. Garneer eventueel met wat versnipperde lente-ui.

 

Hakka 客家

Vele jaren terug ging ik in Beijing voor het eerst in een Hakka restaurant eten. De naam van het restaurant was 客家菜 kejiacai, letterlijk Kejiakeuken of Hakkakeuken. Het restaurant maakt deel uit van een keten en is één van de culinaire success stories van de hoofdstad. Ik was onder de indruk van het decor: eenvoudig houten meubilair en muren vol graffiti met Chinese karakters maakten het eethuisje heel apart. De eigenaar, Chu Nai, is een schilder die fan is van de Hakkakeuken. Ik at er gestoomde tofu gevuld met varkensvlees: heerlijk!

Wat betekent het woord kejia of hakka?
客家, vertaald als kejia in het Mandarijn en hakka in het Kantonees, betekent letterlijk ‘gastgezin’.
Rond 317 v. C. verjoegen barbaren uit het Noorden het Hakka volk uit zijn land, Henan. Henan is een provincie gelegen in centraal China, in de vlakte van de Gele Rivier, de vroegere bakermat van de Chinese cultuur. De Hakka’s vluchtten naar het Zuiden, naar Jiangxi. Dit was de eerste massamigratie. Ze zou gevolgd worden door vier andere.

De tweede migratie greep plaats in de Tangdynastie (618-907) toen rebellen onder leiding van Huang Chao de Tangdynastie wilden omverwerpen. Vele Hakka’s vluchtten naar het veiliger en stabieler Zuiden, vooral naar Fujian. Vanaf het einde van de Tangdynastie leefde een grote concentratie Hakka’s er gedurende vier eeuwen relatief geïsoleerd: dit was een aanleiding tot een consolidatie van hun taal, cultuur en identiteit.

De derde migratie was het gevolg van een groeiend aantal bandieten in het zuidelijke Fujian, dit gebeurde rond 1171. De Hakka’s verhuisden naar het Noorden van Guandong. Daar bewerkten ze weilanden die door luie Kantonese boeren verwaarloosd waren. De Hakka’s waren niet welkom bij  de lokale bevolking die hen de naam ‘Hakka’, gastgezin, gaf.

Tijdens de vierde migratie verjoegen de Mantsjoes van de Qingdynastie (1644-1911) de Hakka’s van Guangdong naar Sichuan, Guangxi en Taiwan.

De vijfde migratie startte in 1867. Zestien jaar daarvoor, in 1851 dus, vormde een Hakka, Hong Xiuquan, een leger van ‘Uitverkoren Mensen’. Vele van die Uitverkoren Mensen waren onderdrukte Hakka’s. Hongs doel was de Qingdynastie uit de weg te ruimen. Zijn leger raasde door gans China en dit duurde tot 1864. Deze opstand heet de Taiping Rebellie, het was een burgeroorlog die 20 miljoen mensenlevens eiste. De rebellie faalde, de hevige gevechten en de angst voor represailles maakten dat de Hakka’s een vijfde maal migreerden, naar Hainan en overzee…


Nu schat men het aantal Hakka’s op 80 miljoen, verspreid over heel de wereld. Interessant is te noteren dat de Hakka’s, omwille van het feit dat ze behoren tot een subgroep van de Han Chinezen, een hogere status hebben dan de andere minoriteiten.

In mijn volgende blog geef ik een recept van de toch wel aparte keuken van de Hakka’s.