Zo zou het leven moeten zijn Mo Yan

Op We Chat viel ik onlangs op een artikel van Mo Yan, Nobelprijswinnaar literatuur. Ik wou het graag voor mijn lezers vertalen…

Zo zou het leven moeten zijn (een goede literaire compositie met diepgang!)

Mo Yan

Vele jaren geleden sprak ik met een vroegere schoolvriend. Zijn vrouw was toen onlangs overleden en hij vertelde mij dat hij, bij het opruimen van de spullen van zijn vrouw, een zijden sjaal had gevonden. Ze hadden die in een bekende winkel gekocht tijdens een reis naar New York. Het was een mooie, verfijnde sjaal van een goed gekend merk; het prijskaartje met de exorbitant hoge prijs hing er nog aan: zijn vrouw had hem nooit durven aandoen, ze wachtte op een speciale dag om hem in te luiden.
Mijn vriend stopte met spreken, ik verbrak de stilte niet.
Hij hernam het woord: “Je moet niet wachten op een speciale dag om mooie dingen te gebruiken, elke dag dat je leeft is een speciale dag.”

Nadien, telkens als ik aan die zin terugdacht, legde ik mijn bezigheden opzij, zocht een roman uit, zette mijn stereo aan, ging languit op de sofa liggen, en nam wat tijd voor mezelf.
Door de glazen terrasdeur genoot ik dan van het zicht van de rivier met haar fris water en trok me het stof op de ramen niet aan; soms trok ik mijn huisgenoten mee om uit te gaan eten zonder me te  bekommeren om de maaltijd die dan thuis werd klaargemaakt.
Het leven zou een ervaring moeten zijn die we koesteren en niet een opeenvolging van dagen die we moeten verduren.

Ik deelde die zinnen met een dame. Toen ik haar later weer ontmoette, vertelde ze me dat ze nu niet meer dezelfde is als vroeger en dat ze haar mooie porseleinen voorwerpen nu in het likeurkeldertje heeft gelegd. Vroeger dacht ook zij dat het porselein slechts bij speciale gelegenheden mocht worden gebruikt; nadien kwam ze tot de vaststelling dat die dag misschien nooit zou komen.
“In de toekomst” of nog “er komt vast een dag” behoren niet meer tot haar woordenschat. Indien iets waard is om blij om te zijn, indien ze op iets fier mag zijn, dan zal ze er nu naar luisteren, zal ze er nu naar kijken.

Vaak zouden we graag met oude vrienden samenkomen maar zeggen altijd “we zoeken naar een gelegenheid”.

Vaak zouden we graag een klein kind dat groot geworden is, in de armen nemen maar wachten altijd op de gepaste gelegenheid.

We zouden altijd een brief willen schrijven naar onze wederhelft om onze liefde te bewijzen, of om hem/haar te zeggen hoe we hem/haar bewonderen, maar telkens zeggen we tot onszelf dat het niet dringend is.

Eigenlijk zouden we iedere morgen, wanneer we de ogen openen, tot onszelf moeten zeggen dat dit een speciale dag is. Elke dag, elke minuut moet gekoesterd worden.

Om het in slagzinnen te zeggen:

Je moet dansen zoveel als je wil, want niemand kijkt naar jou.

Je moet iemand liefhebben zoveel je kunt, alsof je nooit zult gekwetst worden.

 

Zo zou het leven moeten zijn!   Mo Yan

树才  Diepe herfst

Stille herfst
die lijkt op een denker die het denken moe is.
Maar nog steeds in gedachten is verzonken,
met stil maar intens verdriet.

Schone herfst
die lijkt op een lammetje, ginds ver op het grasland.
Oprecht maar hulpeloos
en steeds meer voorovergebogen.

Het loof dwarrelt ritselend neer.
Treurzang … van een gebroken gitaar.
Het denken biedt weerstand aan die teloorgang,
het is een vorm van medelijden.

Gelukkig maar dat de herfst eraan komt,
ze lijkt op een menselijk lichaam,
maar raakt met ziel vervuld.

De herfst doet ons terugdenken aan feiten, aan woorden.
De bomen rillen en denken dat ze hun blaadjes zullen behouden,
maar in werkelijkheid worden ze, dag na dag,
kaal.

De herfst is een spiegel. Ik zet haar om
in bezinning en hul haar in een waas
om haar zielsgebed niet te zien.

Vertaling: Maud Thiery

Shu Cai 树才 , dichter in Peking

In Peking behoort de boekhandel Sanlian tot mijn favorieten. Heel centraal gelegen en met heerlijke eettentjes in de nabijheid. Na een van mijn talrijke foodie trips in de buurt ervan stapte ik Sanlian binnen, eerlijk gezegd omdat het buiten 40° was en de airco van de winkel er top is.

Toen ik daar in de boeken aan ’t snuffelen was, werd mijn aandacht getrokken naar een stapel dichtbundels van een voor mij onbekende dichter: Shu Cai. Ik bladerde doorheen de bundels en kocht een exemplaar omdat ik zijn poëzie heel toegankelijk vond…

Shu Cai werd drieënvijftig jaar geleden in de zuidelijke provincie Zhejiang geboren.
Dankzij zijn succesvol slagen van de gaokao, het beangstigend Chinees toelatingsexamen tot de universiteit, werd hij meteen aanvaard in het prestigieuze Instituut voor Vreemde Talen in de hoofdstad.
Hij verliet zijn dorp waar zijn vader de dubbele functie van dorpshoofd en directeur van de basisschool vervulde.
In die tijd (1983) was een treinreis een heel avontuur: een meer dan dertig uren durende rit van Hangzhou naar Beijing, niet te vergelijken met de zes uren HST nu!

 

Shu Cai’s grootste probleem toen was de taal: hij sprak geen Mandarijnenchinees, hij kende enkel het dialect van zijn district. Zelfs nu nog is zijn standaard Chinees minder goed dan zijn Frans, de taal die hij in het Instituut voor Vreemde Talen heeft geleerd!

 

De eerste gedichten die Shu Cai schreef hadden het over Madianqiao, een verkeerswisselaar waar hij jarenlang heeft geleefd. Hij keek naar de mensen, de auto’s, de fietsers die voorbijgingen, terugkwamen, opnieuw passeerden, verdwenen…een bron van inspiratie.
Toen Shu Cai universiteit liep, was werd hij bevriend met grote dichters als Duoduo en Beidao die deel uitmaakten van de Obscure Dichters. In het begin weigerden de grote officiële poëzietijdschriften hun gedichten te publiceren. Op het einde van de jaren 1970 was de poëtische doctrine immers nog steeds die van Mao Zedong: poëzie moest een perfecte match zijn van romantisme en revolutionaire geest. Duoduo en Beidao stelden hun wonden en hun boosheid tentoon. Hun werken leken veel op de westerse poëzie, op het symbolisme. Het Franse symbolisme heeft de Chinese poëzie sterk beïnvloed.

Na zijn afstuderen is Shu Cai in Peking blijven wonen en gaan werken in het ministerie voor Buitenlandse Handel.
In 1990 werd hij voor vier jaar als diplomaat naar Senegal gestuurd.
Na zijn terugkeer besloot hij zijn briljante carrière als diplomaat vaarwel te zeggen om zich volledig te kunnen wijden aan zijn poëzie.
Nu doet Shu Cai research over de Franse poëzie, het instituut waar hij werkt eist hem pas één dag per week op. De rest van de tijd organiseert hij poëziefestivals om een dialoog tussen de Chinese en de Franse poëzie te ontwikkelen.
Hoewel Shu Cai van het zuiden is, waar hij zijn familie regelmatig gaat bezoeken, houdt hij niet van het consumentisme, de drang naar comfort en het materialisme van zijn streekgenoten.
Hij verkiest de soberheid en de schamelheid van zijn adoptiestad, Peking, die hem veel meer inspireert…

Beijing by heart

Bezoek je Beijing individueel en heb je weinig tijd om een bezoek aan de culturele bezienswaardigheden voor te bereiden, neem dan contact met Nelly Alix.

Nelly, een Parisienne, studeerde Chinees en belandde in 2005, dankzij een uitwisselingsprogramma, in Beijing.
Haar eerste contact met de stad was een ontgoocheling: ze vond dat haar Mandarijnenchinees, ondanks haar mooie diploma, onvoldoende was om zich in de grootstad te kunnen behelpen. Ze was pas 21 jaar, had haar land nooit voor meer dan een week verlaten, en was overdonderd door de bruisende stad. Ze ervaarde Beijing als chaotisch en vreesde op straat door een auto overreden te worden. Tijdens haar eerste verblijf ontmoette ze een Zweedse student en ging na haar studies met hem samenwonen, in Göteborg. Ze leerde er Zweeds maar vond er jammer genoeg geen werk.
Het koude klimaat, de koele sociale contacten maar vooral de druk van de familie van haar vriend  om te trouwen, maakten dat ze daar weg wou.
Ze kocht een heen ticket voor… Beijing.

Deze keer viel de stad wel mee. De Olympische Spelen waren voorbij en de stad was veel veranderd.
Eerst deed ze vertaalwerk voor een Chinese site maar vond al gauw dat de onderwerpen weinig interessant en te propagandistisch waren!
Ze werd freelancer en maakte een stadsgids voor een Frans luxemerk. En vanaf dan is alles heel vlug gegaan.
Ze hield ervan om familie en vrienden door Beijing te gidsen en kwam op het idee om, samen met een vriendin, haar beroep ervan te maken. Zo ontstond hun project Pékin par coeur (beijingbyheart.com). Hier geen groep toeristen die het Zomerpaleis binnenvallen met allemaal dezelfde pet op, lopend achter een gids die als bezeten een vlag van dezelfde kleur als hun petten heen en weer beweegt en luid in de megafoon roept!
Wel thematische wandelingen op maat voor families of kleine groepen, in het Engels en het Frans voor 300 yuan.
De eerste wandeling had als thema ‘literair Peking’: een bezoek aan het huis van Lao She, de vroegere Pekinguniversiteit waar de 4 Meibeweging ontstond, een klein museum gewijd aan de nieuwe literatuur in de landstaal waar Mao Zedong als bibliotheekassistent werkte en die nu het ‘Rode Paviljoen’ wordt genoemd….

Nieuwsgierig? Kijk snel naar de site beijingbyheart.com en geniet van de prachtige foto’s!

 Beijing  then and now 

Tijdens mijn laatste verblijf in Beijing woonde ik een interessante boekvoorstelling bij: Brian Page’s prachtige fotoalbum “Beijing then and now”.

Beijing, letterlijk hoofdstad van het Noorden, ligt op amper 55 km ten zuiden van de Grote Muur. De Grote Muur had tot doel de gesettelde, agrarische bevolking ten zuiden ervan te beschermen tegen de invallen van de “barbaren”, de nomaden die in de steppen ten noorden van de muur leefden.
Beijing is, weliswaar met enkele intermittenties, reeds 700 jaar de hoofdstad van China.
Ironisch genoeg was het Kublai Khan die, na de invasie van China door zijn noordelijke Mongoolse troepen, Beijing stichtte in 1279. De Mongoolse Yuandynastie eindigde in 1368 met de komst van de Ming.
Beijings grootste en mooiste bouwwerken dateren uit de vroege Mingdynastie (1368-1644). De Verboden Stad, overgebleven stadspoorten, de meeste pailou’s, de Drum Tower, de Bell Tower…werden alle toen gebouwd.

Het fotoboek “Beijing then and now” maakt deel uit van een reeks. Zo verschenen er reeds exemplaren over Singapore, Chicago, St. Louis, Hong Kong…
David Page’s grootouders leefden lange tijd in Beijing en Page erfde mooie oude foto’s van hen.
Hij werd door de uitgeverij Pavilion uitgenodigd om op zijn beurt een ‘then and now’ te maken. Page huurde een fotograaf in, gaf hem de oude foto’s en vroeg hem er nieuwe te maken vanuit dezelfde invalshoek, in de mate van het mogelijke natuurlijk. Zo kwam het boek tot stand, een heel interessant document voor liefhebbers van de geschiedenis en de evolutie van deze prachtige stad!

 

Beijing then and now
Brian Page
Pavilion Books
ISBN-13: 978-1-911216-82-7

Beijing Bricked!

Le Grand Hôtel du Palais Rouge,in ‘t Chinees北京红云阁龙腾 酒店, mijn vaste stek sinds 2013, is niet meer…

 

Het prachtig hotel werd gebouwd in 2013, in detraditionele wijk van de Lama Tempel. Bouwheer was Yang Dan, een jonge, trendy Chinese ondernemer die verzot is op de Franse taal en cultuur en dit hotel daarom ook een Franse naam gaf.

Ik logeerde er voor de eerste maal toen het amper een viertal maanden bestond. Ik was meteen bekoord door het stijlvolle onthaal van het personeel, het traditionele design met heel veel rood en goud, een echt charme hotel.


De ligging was uitstekend: een metrostation op 200 meter, de Tibetaans boeddhistische Lamatempel aan de overkant, het hippe straatje Wudaoying hutong met haar trendy eettentjes en winkeltjes…mijn paradijs.

Toen ik er eind mei van dit jaar arriveerde, voelde ik al snel dat er iets veranderd was. Het terras waarop mijn kamer uitgaf en waar de gasten, luierend in de rotan stoelen, zo graag een glaasje dronken en een sigaretje rookten, lag vol met afval. Toen ik Shifu, de handy man, daarover ondervroeg, vertelde hij me dat de regering niet meer akkoord was met het twee verdiepingen hoge gebouw; hij deed nogal mysterieus dus drong ik niet aan.

 

Ongeveer een week voor mijn vertrek, toen ik “huiswaarts” keerde, zag ik met ontsteltenis dat de voorgevel volledig waf afgebroken: geen mooi knalrood meer! Weg! Yang Dan, de eigenaar, vertelde me dan uiteindelijk hoe alles in elkaar zat en dat zijn hotel volledig moest worden afgebroken “op bevel van de regering”. Ik verhuisde naar een verdieping lager omdat mijn verdieping zou worden afgebroken. Alle meubels werden zorgvuldig ingepakt, naar beneden gedragen en op straat gezet om dan naar een, voor mij onbekende bestemming te worden gebracht. Ik begon echt te vrezen dat ik er mijn laatste week niet meer zou kunnen logeren.
De moed in mijn schoenen, onder een brandende zon van 40°,  ging ik op zoek naar een andere shelter. Ik vond natuurlijk niets dat even mooi en gezellig was. Mijn zoektocht was overbodig: mijn mooie stek werd pas een tweetal dagen na mijn vertrek met de grond gelijk gemaakt!

Mijn Grand Hôtel du Palais Rouge is een van de slachtoffers  van de recente golf van publieke renovaties die Beijing ondergaat.

Zowel traditionele hutongs als de moderne wijk Sanlitun ondergaan hetzelfde lot: kleine bedrijven worden er  afgebroken en/of herbouwd met een ongeziene razernij. Normaal gebeuren renovaties rond speciale gebeurtenissen zoals bijvoorbeeld de Olympische Spelen van 2008. Maar er zijn nu geen evenementen in het vooruitzicht. Waarom dan die harde aanpak? In overeenstemming met een meeting van de regering op 17 maart moesten “stadsongemakken aangepakt worden”. Maar de “aanpak” lijkt meer op “vernieling”. Populaire bars in de “Dirty Bar Street” in Sanlitun worden gewoonweg gesloten. In de hutongs wordt de nadruk gelegd op de restauratie van courtyards naar het originele grondplan. Dit betekent : huizen met één verdieping en één deur per adres, grijs geschilderde muren en kleine ramen.

De echte reden van deze “renovatie” kent niemand: heeft dit te maken met de ambities van Beijings nieuwe burgemeester? Of is het om de bevolking van hartje Beijing te doen verhuizen naar een grotere regio Jing-Jin-Ji (Beijing-Tianjin-Hebei)? Of nog om de migranten uit de stad te jagen?
Voor het ogenblik blijft dit allemaal gehuld in een mysterieuze smog…

GSM betaling in China

Tijdens mijn laatste verblijf in China, ontdekte ik dat de betaalwijze er een grote verandering had ondergaan. Vroeger, toen je boodschappen deed, moest je gewoonlijk alles cash betalen. Maar nu, als mijn vrienden het huis verlaten, nemen ze geen portemonnee mee; als ze iets moeten betalen, “vegen ”ze hun mobieltje en betalen alzo de rekening. Ik was daarover uiterst verbaasd omdat ik zo’n betaalwijze in het buitenland helemaal niet zo vaak had gezien.

GSM betaling is echt poepsimpel. In China is de meest gebruikte betaalwijze “We Chat” en “Alipay”.
“We Chat” is een software voor communicatie en sociaal netwerk uitgebaat door Tencent, dat in China een reusachtig grote groep gebruikers heeft.
“Alipay” is een product van de groep Ali Baba; deze groep bezit tegelijk China’s grootste online shopping website, Taobao.
Buiten “We Chat” en “Alipay” hebben Baiduportemonnee en Jingdongportemonnee een vast aantal gebruikers. Concreet gaat men als volgt te werk: nadat de betaalsoftware aan de bankkaart is verbonden, haalt men zijn mobieltje uit als er een betaling moet uitgevoerd worden, men scant de QR  barcode van de handelaar of men vraagt de handelaar het bedrag in de betalingssoftware te scannen: de betaling is in een wip klaar.

Nu kan je in bijna alle shoppingcenters met je GSM betalen, zelfs aan een fruittentje langs de weg. Daarboven kunnen de mensen via verschillende APPs genieten van diensten als take away,  onderhoud, taxi bestelling, carpooling.

Bovendien kan je via je mobieltje bankbetalingen overmaken aan anderen; als je met vrienden samen gaat eten kan je deze ook gebruiken om de rekening te delen. Elektriciteit-, water-, natuurlijk gas, gsm rekeningen enz. doe je met je mobieltje.

En net vanwege het opduiken in grote getale van deze betaalsoftware bloeit de elektronische handel in China meer en meer.
Waarom zijn de internet betaalplatformen in China zo snel kunnen groeien?
Een van de oorzaken is: in China zijn creditcards laat verschenen en zijn niet zo gebruikelijk. Een andere oorzaak is dat het aantal GSM gebruikers in China het grootste is van de hele wereld, 90% van de Chinezen gebruiken een mobiel en internet zodat de Chinezen heel vlug naar het tijdperk van GSM betaling zijn overgestapt. Om die reden voorzien enkele analisten dat China heel waarschijnlijk het eerste land zal zijn dat het gebruik van papiergeld stopt.
Dit is, samen met de hoge snelheid trein (tot 400 km/uur), de wijdverspreide koerierdiensten en natuurlijk de grote online shopping website Taobao, China’s hedendaagse fierheid…

Het Shaolinklooster  少林寺en de Forest of Pagodas 塔林

’s Anderendaags neem ik …een westers ontbijt. Daar waar in Beijing mijn eerste maal van de dag  bestaat uit doufunao 豆腐脑, dit is heerlijke, warme, zachte tofu met als topping chiliolie, oestersaus, sojasaus, sesamolie, verse koriander. Ik vergezel dit van een youtiao 油条 een lange torsade beignet. Daarbij drink ik een glas warm water. Maar hier in het Luoyang New Friendship Hotel, een echte aanrader, trakteer ik mezelf op een sla van exotische vruchten, Franse baguette, geitenkaas, gezouten boter en twee cappuccino’s! Ik was de smaak van dat alles bijna vergeten!

In onze volumewagen krijgen mijn reisgezellen en ik uitleg over het Shaolinklooster. Dit klooster werd ter ere van de Indische monnik  Bodhidarma,  in 496 v.C. gebouwd. Bodhidarma was de grondlegger van het Mahayana boeddhisme, bij ons beter bekend als Chinese Chan of Zen boeddhisme. De tempel wordt aldus beschouwd als de geboorteplaats van het Chinese boeddhisme.
De tempel is ook heel bekend om zijn Kung Fu. Shaolin Kung Fu is de synthese van andere vechtkunsten tot een heel aparte vechtstijl. De praktijk ervan verhoogt de fysische en mentale kracht.


Zodra we het klooster betreden, worden we naar een zaal geleid waar een Kung Fu demonstratie zal plaatsgrijpen. De ‘krijgers’ zijn heel jong en ongelooflijk lenig, ik benijd ze! Het is een prachtig spektakel.

Na een lekkere vegetarische lunch in een nabije nonnenklooster wandelen we naar de Forest of Pagodas. Daar liggen meer dan 200 pagodes, gedenkstenen boven graven van merkwaardige monniken en abten. De totale oppervlakte van dat ‘woud’ is meer dan 14.000 vierkante meter, de pagodes dateren van 791 v.C. tot 1995 en variëren van twee tot zeven verdiepingen. De pagodes dragen verschillende boeddhistische patronen en opschriften die het leven van de bewoners ervan illustreren. De recentste pagode, die van 1995, is verfraaid met een auto, een computer, een radio!

In de late namiddag keren we met de sneltrein  terug naar Beijing, en komen ’s avonds aan in de hightech metropool waar nette rijen taxi’s de reizigers naar huis brengen…

龙门石窟Longmen, de grotten en de tempel

Vorige maand, toen ik in China was, maakte ik een weekendtrip naar Luoyang (Henan) met als hoogtepunten de Grotten van Longmen en het Shaolinklooster.
In het gezelschap van twee Canadese vrouwelijke profs vertrek ik om 6:00 vanuit Xizhan, het westelijke treinstation van Beijing.  We reizen 5 uren met de hoge snelheid trein, tegen 303 km/uur.
Luoyang ligt op het knooppunt van het Grote Kanaal en de oude Zijderoute. Luoyang (letterlijk: ten Noorden van de Luorivier) was de hoofdstad van negen dynastieën, van de Oostelijke Zhou (770-221 v.C.)  tot de late Tang (923-936).
In het station wacht onze gids ons op, we begeven ons meteen naar de beroemde boeddhistische grotten die behoren tot de UNESCO World Heritage.
De grotten liggen op 12 km ten zuiden van Luoyang, langs twee bergen: Xiangshan en Longmenshan. Over een lengte van 1 km kan je 1352 grotten, meer dan 100.000 beelden, 40 pagodes en 3600 tabletten met boeddhistische opschriften bewonderen: duizelingwekkend!

Het snijwerk in de grotten startte in de 5° eeuw, toen het Chinese Boeddhisme zijn eerste hoogtepunt bereikte en de toenmalige keizer een vrome boeddhistische  gelovige was. Mijn reisgezellen en ik zijn laaiend enthousiast ondanks de hete dag waarbij de temperatuur bijna 40° bereikt.

Na de lunch begeven we ons naar de Tempel van het Witte Paard 白马寺. Dit was de eerste tempel in China toen het boeddhisme vanuit Indië werd geïntroduceerd.

 

 

Deze tempel werd gebouwd op de plaats waar, volgens de traditie, een wit paard  dat de eerste sutras vanuit Afghanistan meebracht, in 67 na C. halt hield. Het witte paard (volgens de boeddhistische traditie zijn witte paarden hét transportmiddel voor sutra’s en religieuze objecten) stopte daar, net voor Luoyang, en wou zijn weg niet verder zetten.
Deze tempel is, sinds mijn cursus boeddhisme in de sinologie,  voor mij mythisch. Jammer genoeg is slechts de voorgevel bewaard gebleven.
De tempel was een heel belangrijk centrum voor de verspreiding van de leer en de vertalingen ervan en was één van de meest bezochte tempels tijdens de Noordelijke Weidynastie.

Dag één eindigde met een kort bezoek aan de oude stad Luoyang, een heerlijke hot pot en een zalige nachtrust in een *****sterren hotel….

Migranten op sociale netwerken

Op 50 km van Beijing ligt Picun, een toevluchtsoord voor migranten die van het platteland komen om te werken in de grootstad. Ze vechten tegen hun ontworteling. Bovendien zal ook deze shelter weldra door de bulldozers van de modernisatie vernietigd worden…

Picun ligt op de weg van Beijing naar de vlieghaven.
Het is een stofferige nederzetting van nu al ongeveer 10.000 migranten. Picun voorziet de hoofdstad van allerlei, gaande van meubels tot aircokooien en bouwmaterialen. Stadjes als Picun maken dat de hoofdstad van pracht en praal kan genieten. Jammer genoeg zijn de migranten de speelbal van China’s ruwe kapitalisme: door het hukou-systeem leven ze in een administratief nomansland (zie mijn blog Mingong van 22/12/2016). Het gebrek aan wettelijke rechten (bvb. 150 miljoen migranten hebben slechts 2 vertegenwoordigers op het Nationaal Volkscongres), de alomtegenwoordige corruptie, de stress veroorzaakt door de repetitieve bewegingen, zeven dagen op zeven, de nauwe huisvesting waarbij families genoodzaakt zijn op enkele vierkante meter samen te leven… maken het migrantenleven uitzichtloos.
Dit perspectiefloos bestaan gaf in 2002 aanleiding tot de oprichting van een literair clubje en een artistiek troepje in Picun. De clubleden verenigen zich wekelijks in een eenvoudig lokaaltje waar ze hun kleine literaire en dichterlijke composities uitwisselen.

 

In Shenzhen leven ook veel dergelijke migranten-dichters. Een ervan was Xu Lizhi. Hij deed lopendebandwerk in een Foxconnfabriek. Hij pleegde zelfmoord op 30 september 2014 door uit het raam van een zevende verdieping te springen. Hij schreef het gedicht: “ Een ijzeren maan”. Het eerste vers luidt als volgt: “Ik slikte een ijzeren maan door, ze noemden het een moer”…

 

我是范雨素 Ik ben Fan Yusu. Dit is de titel van het artikel dat een migrante (Xiangyang, Hubei) in april van dit jaar op internet plaatste en dat al meer dan 3 miljoen keren werd gelezen. Oorspronkelijk werd het gepost op We Chat maar het werd er door de censuur van Tencent weer heel vlug afgehaald. De reden daarvoor is dat de twijfelachtige status van de migranten in China teveel in het licht wordt gesteld en dat het literaire clubje van Picun herinneringen oproept aan de golf van 13 zelfmoorden die de Taïwanese groep Foxconn in 2010 trof.

In haar artikel vertelt de veertigjarige Fan Yusu over haar prille liefde voor de literatuur van Charles Dickens, Jules Verne, Daniel Defoe en hoe ze noodgedwongen de school moest verlaten op 12-jarige leeftijd om te gaan werken.
Ze loopt weg van huis, vlucht eerst naar Hainan, nadien naar Beiing “om de wijde wereld te verkennen”. Daar huwt ze met een man uit Dongbei en krijgt twee dochtertjes. Maar ze verlaat haar man omdat hij drinkt en haar slaat. Volgt een periode van het leven in het rurale China met familiale ruzies, haar broers mislukking in zijn examens, haar angst voor ontworteling…
Ze keert terug naar Beiing waar ze bij een rijke vrouw werkt als ayi, huishoudster-babyoppas. In die periode zet ze haar belevenissen op internet. Ze wordt plots beroemd maar die beroemdheid gaat gepaard met het lastiggevallen worden door nieuwsgierigen, bewonderaars, journalisten en zelfs uitgevers. Ze kan dit allemaal niet aan en verlaat Beiing.
Ze heeft nu toevlucht gevonden in een dorp nabij Xiangyang…