Anima Cao Jinling

In Gent grijpt de derde editie van het Made in China Festival plaats. Naast concerten, documentaires, debatten, visual arts en literatuur krijgt de Chinese film hier opnieuw extra aandacht.

Na ‘The Coffin Painter’ (异乡来客)en ‘Better Days’ (少年的你) was het de beurt aan de derde film: Anima (莫尔道嘎).

De film gaat over het illegaal bomenkappen in Inner Mongolia en meer bepaald het meest noordelijke deel ervan, rond het stadje Mordaoga莫儿道嘠, de Chinese naam van de film.
De film speelt zich af in de etnische minderheid van de Ewenki (Evenken). De Ewenki zijn een nomadisch Toengoezisch volk uit Noord-Azië. Ze wonen in Rusland en ook in China waar ze een van de 56 officieel erkende etnische groepen zijn.
In de Ewenkitaal betekent Mordaoga ‘helder water’. In de taal van de Oroqen, een andere officieel erkende etnische minderheid, betekent het ‘plaats waar berken groeien’ en in het Mongools staat Mordaoga voor ‘paardrijden’.

Deze prachtige film kreeg in het Westen de naam ‘Anima’ omdat het geen documentaire is maar wel een verhaal met een ‘ziel’: het ontbossingsproces maakt hier deel uit van het leven en van het lot van de personages.
De film gaat over het ware verhaal van Linzi, een Ewenki boomhakker, die in de jaren 1990 het laatste en grootste woud van China (450.000 ha) wil beschermen tegen de houtsmokkelaars.

Twee jaar duurde het maken van de film. De kijker geniet van prachtige natuurtaferelen in de vier seizoenen. Vooral de scènes van de winterlandschappen tijdens een sneeuwtornado zijn aangrijpend.
Opdat ze zich zouden wennen aan de extreme koude in Mordaoga, liet de cineaste de acteurs een maand vooraf ter plekke komen.

Anima, in 2020 uitgekomen, is de eerste film van filmmaakster Cao Jinling en werd reeds bekroond met ontelbare prijzen.

Alhoewel het verhaal zich dertig jaar geleden afspeelt, is het thema actueler dan ooit!

  De Spijker   Zhang Yueran

‘Magistral. Ce livre est une déflagration.’ Zo omschrijft Le Nouveau Magazine littéraire Zhang Yuerans roman ‘Le clou’. Ik las de roman in het Frans, daar de Nederlandse vertaling slechts in mei 2022 verschijnt.

Zhang deed er zeven jaar over om het boek te schrijven en zei daarmee vaarwel aan de youth literature, een literatuur met als doelgroep jongeren tussen achttien en dertig jaar (in China tenminste).
Haar roman verscheen in 2016, behaalde onmiddellijk de top 10 en maakte van Zhang ‘de schrijver van het jaar 2016’.

De structuur van de roman is een ‘twee stemmen verhaal’ en gaat over de vijandschap tussen twee families, over drie generaties.
Op dertigjarige leeftijd vinden Li Jiaqi en Cheng Gong elkaar terug in Jinan, de hoofdplaats van de noordoostelijke provincie Shandong. Zij, Li Jiaqi, komt uit Beijing om voor haar grootvader te zorgen. Hij, Cheng Gong, heeft Jinan nooit verlaten.
Hun beider grootvaders, een eminent chirurg en een adjunct-directeur van het universitair ziekenhuis, kenden elkaar tijdens de sombere jaren van de Culturele Revolutie. Op een dag, na een kritieksessie waarbij Cheng Gongs grootvader bewusteloos in de Toren van de Doden wordt achtergelaten, steekt iemand een spijker in zijn hoofd waardoor hij een plant wordt…
Li en Cheng vertellen elkaar afwisselend wat ze allemaal beleefd hebben van de scheiding in hun kinderjaren tot het weerzien: de feiten en gebeurtenissen worden met veel details en op een heel fijngevoelige manier beschreven.

De Chinese titel van de roman is 茧, jian, wat cocon betekent. Met het idee van cocon in het hoofd wordt de Chinese lezer duidelijk hoe de twee vertellers langzaam en minutieus de zijden draad van de cocon afwikkelen, op zoek naar de kern van hun verhaal: de waarheid. Wie heeft een spijker in het hoofd van Cheng Gongs grootvader gestoken? Ik vind het dan ook jammer dat de Franse en Nederlandse vertalers voor clou en spijker hebben gekozen! Te meer daar Zhang zegt: ‘De titels van mijn romans zijn altijd verwant aan dieren en planten (…), ik wil steeds starten met een beeld waarrond het verhaal wordt opgebouwd. Zo ook voor 茧, cocon, die de essentie uitmaakt en omwikkeld is door woorden.’

Zhang Yueran bekent dat ze het verhaal van haar vader heeft gestolen. Haar vader was een letterkundige die in 1978 een kortverhaal schreef met als titel 钉子, dingzi, spijker. Ze vertelt: ‘Mijn vader woonde als kind in de compound van het hospitaal. Daar leefde ook zijn oom die dokter was. Ze kenden elkaar heel goed. Er werd een spijker in zijn hoofd geboord waarna hij een vegetatief leven begon te lijden. Niemand heeft ooit geweten wie de moordenaar was.’
Maar in haar roman geeft Zhang wél aanwijzingen wie de dader zou kunnen zijn…
Een meesterwerk!

Le Clou
Zhang Yueran
Zulma

 

De Spijker verschijnt in mei 2022 bij Prometheus

Le président Mao est mort  Du Qinggang

我佩服您 ! Ik bewonder U!
Dat is het eerste wat in mij opkomt na het lezen van het 177 bladzijden tellende boekje, volledig in het frans geschreven door een Chinees! Een krachttoer!

Du Qinggang, de schrijver van het boek, droomde als twaalfjarige jongen de Franse taal te leren. In 1972, in volle Culturele Revolutie die pas vier jaar later zou eindigen.
In die zwarte jaren van de geschiedenis van China waren er geen bandrecorders, Du wist dus niet hoe het Frans klonk. Hij zegt: ‘Les véritables sonorités du français nous étaient inconnues.’

Het boek, dat 22 hoofdstukken telt, is een fresco van het dagelijkse leven tijdens de Culturele Revolutie en gaf me antwoord op de vragen die ik me hierover stelde. Het boek zit vol humoristische verhalen.
Een voorbeeld ervan: in hoofdstuk 20 Histoire de faire l’amour vertelt Du dat hij en zijn medestudenten goed het werkwoord aimer kenden (de Franse les begon altijd met: J’aime la Chine) maar niet het woord amour gekoppeld aan het werkwoord faire. Op een dag komt een mooie Franse prof lesgeven aan de Chinese studenten Frans. Ze vraagt hen wat ze na de lessen doen. De klasverantwoordelijke antwoordt onmiddellijk: “nous faisons l’amour.”
« Où? »
vraagt ze. « Un peu partout et s’il pleut, nous le faisons dans la classe. » Volgt een hilarische quiproquo over dit verkeerde taalgebruik!

Du Qinggang, in die tijd secretaris van de Liga van de Communistische Jeugd, is helemaal niet verblind door de Partij en durft op te merken dat Mao zich dingen permitteerde die hij zijn volk verbood…

Le président Mao est mort is een interessant boek vol poëzie, fijngevoeligheid en naïveteit. Een must in elke Chinese bibliotheek!

Du Qinggang (°1959, Wuhan) behaalde een doctoraat in Letteren aan de Université VIII van Parijs. Hij geeft reeds 36 jaar Franse les en is nu deken en hoogleraar Franse literatuur aan de Universiteit van Wuhan.

Le président Mao est mort
Desclée de Brouwer, 2002

 

Guan 观 觀

In mijn vorige blog maakte ik het onderscheid tussen een boeddhistische en een taoïstische tempel, namelijk dat, in het chinees, de eerste si 寺 wordt genoemd en de tweede guan 观 (vereenvoudigd karakter), 觀 (traditioneel karakter).


Guan 观 / 觀 bestaat uit twee componenten:

De linker component van het karakter betekent: zilverreiger. De rechter component betekent: gadeslaan. Dit karakter kan een werkwoord zijn en betekent dan: een zilverreiger die amper zichtbare dingen observeert en aldus de kleinste omgevende aanwezigheden detecteert.
Guan 观als substantief had als oorspronkelijke betekenis: observatietoren. Later werd het: aan godheden gewijde altaren die, wanneer men ze betrad, de mens dichterbij de hemel brachten.

Wanneer, tijdens de Zuidelijke en Noordelijke Dynastieën (420-589), het taoïsme kloosters begon te bouwen volgens het model van de boeddhistische kloosters, is men de taoïstische kloosters de naam guan gaan geven.  Het eerste klooster werd gebouwd in het begin van de 6° eeuw, in de Zhongnan bergen 终南山, ook nog Taiyi bergen 太乙山genoemd, ten zuiden van Xi’an. De tempel van het klooster heet Louguantai 樓觀台en werd gebouwd op de site van een oude toren met als doel de hemel te observeren. Deze toren had ook een altaar in de vorm van een platform voor de cultus van de goden, vandaar de suffix tai. Laozi 老子zou daar zijn Daodejing 道德经 geschreven hebben.

De taoïstische kloosters werden dus benoemd door een term die de idee suggereerde van een locatie waar het mogelijk is om zich te verbinden met de kosmos en waar men, via interne meditatie neiguan 内观, op zoek kan gaan naar zijn eigen innerlijk universum. Dit proces eist duisternis, stilte en afzondering.

De Acht Onsterfelijken 八仙 (2)

Hier volgen de prachtige prenten van de Acht Onsterfelijken, getooid met kleurrijke, zijden gewaden!

Cao Guojiu 曹国舅, oom van een Songkeizer, wordt voorgesteld in keizerlijke kledij, met in de hand hetzij een jaden plaatje, kenteken van adel of, zoals hier, een paar castagnetten. Hij schonk al zijn geld aan de armen en leefde als kluizenaar in de bergen. Hij is de beschermheer van de acteurs.

Han Xiangzi 韩湘子, neef van de geletterde Han Yu, wordt voorgesteld met een toverfluit waarmee hij tal van dieren aantrok. Hij is de beschermheer van de muzikanten.

He Xiangu 何仙姑 wordt voorgesteld als een jonge vrouw met een lotus in de hand. Ze leefde op de Parelmoeren Berg en ontdekte dat ze in leven kon blijven zonder te eten. De keizerin nodigde haar uit maar ze verdween tijdens de reis en werd onsterfelijk.

Lan Caihe 蓝采和 is een bedelaarster die in de straten zong. Wanneer men haar geld gaf, bond ze het aan een koordje en zwaaide ermee ofwel gooide ze het op de grond voor de armen. Op een dag werd ze vergiftigd en verdween in een wolk. In haar armen draagt ze een bloemenmand.

Lü Dongbin 吕洞宾 was een alchemist: hij wierp enkele rijstkorrels in een put en het water veranderde in wijn. Hij was een uitstekende schermer en wordt voorgesteld met een zwaard in de hand alsook een veger in de vorm van een paardenstaart: dit staat symbool voor het kunnen vliegen in de lucht en stappen op wolken.

Tieguai Li 铁拐李 was een manke man die dikwijls dronken was en daarom voorgesteld wordt met een kalebas met wijn.

Zhang Guolao 张果老 draagt een yugu, een holle bamboe die aan de hand van trommelstokken muziek maakt. Hij is de patroonheilige van schilders en kalligrafen.

 

Zhongli Quan 钟离权 was een generaal uit de Handynastie, voorgesteld met een baard en een magische waaier die de doden opnieuw tot leven kon brengen.

Jammer voor jullie: het recept voor hun onsterfelijkheid heb ik nog steeds niet gevonden!

 

De acht onsterfelijken 八仙 (1)

Enkele maanden geleden kreeg ik van een vriendin een doosje met acht prachtige Chinese prenten: haar vader, een arts, had ze, lang geleden, een voor een, van een farmaceutische firma uit China toegestuurd gekregen.
Ik herkende onmiddellijk de Acht Onsterfelijken uit het taoïsme. Een echte schat! Een interessant onderwerp voor een blog…

Het taoïsme kan je vergelijken met de klassieke natuurfilosofie met als ideaal het leven in eenheid met de natuur. De maatschappij, een creatie van de mens, wordt dus als kunstmatig gezien. Veel taoïstische geletterden trokken zich aldus terug uit de mensenwereld om als kluizenaars in de bergen te gaan leven.
Oorspronkelijk was het taoïsme een filosofie. Later werd het de eerste Chinese volksreligie met eigen tempels, priesters en erediensten. De invloed van het, later uit Indië geïntroduceerde boeddhisme op het taoïsme, en andersom, was groot. We mogen hier echt spreken van syncretisme. Leuk detail: het woord ‘tempel’ heeft een verschillend karakter in het boeddhisme en in het taoïsme. In het boeddhisme heet het 寺si; in het taoïsme 观guan. Dit zal het onderwerp worden van een latere blog.

Onsterfelijkheid van de mens speelde een grote rol bij de taoïsten. Ze probeerden dit te bereiken aan de hand van magie en alchemie.

In mijn volgende blog heb ik het ook over de acht taoïsten die onsterfelijkheid hebben bemachtigd.

 

 

 

Zhang Tongxue, een Chinese boer wordt tik tok ster

Zhang Tongxue 张同学, een eenvoudige man uit Yingkou, een dorpje in de noordelijke provincie Liaoning, post op de sociale media, en dit elke dag, een korte video van zijn eenvoudige leven op het platteland.
De kijker ziet hem vroeg in de ochtend opstaan, zijn bed opmaken, de restjes van zijn avondmaal opwarmen, werken, verjaardagen van goede vrienden vieren…

Zhang startte met zijn dagelijkse verslag amper twee maanden geleden, zijn 39 video’s brachten hem reeds 7.000.000 fans op Douyin op, de Chinese naam voor Tik Tok. Hij is zo razend populair geworden dat hij nu door tal van publiciteitsfirma’s gevraagd wordt om als model te poseren!

Waarom hebben de Chinezen zo’n behoefte om naar die videootjes te kijken? Ontelbaar veel mensen beweren dat ‘indien ze een dag de gelegenheid niet hebben gehad de video van Zhang Tongxue te bekijken, ze zich onwel voelen’.

Zhang is niet de enige die ‘rurale’ Douyin video’s post. Maar Zhangs sterkte is dat zijn video’s geen ‘familiale trivialiteiten’ tonen maar dat ze via Zhangs dagelijkse activiteiten nostalgie en andere emoties opwekken. Zo bijvoorbeeld door de donsdeken met bloemetjes, de wekker op de tafel, de geëmailleerde beker, de oude posters aan de muur, de uit de mode geraakte drankjes…
De achtergrondmuziek die hij gebruikt komt uit bekende oude TV series van Hong Kong, die op hun beurt tal van herinneringen oproepen.

De eerste shoot richt Zhang Tongxue altijd op zichzelf. Hij geeft daarbij geen overbodige commentaren maar laat de kijker, vanaf het uit bed stappen van de ‘ik’ persoon, het dagelijkse leven van een jongeman in het landelijke China meeleven: zijn boodschappen in de versmarkt twee maal per week, het afpingelen met de verkopers, zijn babbel met een zaakvoerster…de kijkers beleven een verloren verleden.
Door zijn heel sterke manier om zich een plaats waar men geleefd heeft te herinneren, bouwt Zhang Tongxue een realiteit die doet verlangen naar vroegere tijden. Daardoor kunnen de netizens afstand nemen van de zware last die op hun schouders rust. Ze staren zich blind op zijn knusse, ongedwongen leventje zonder hypothecaire lening, zonder autolening…maar willen niet horen hoe Zhang zich zorgen maakt over zijn jaarlijkse inkomen of het vinden van een job. Zhang vertelt dit allemaal terwijl hij zijn schoenen poetst of zijn haren kamt.

Deze tegenstelling tussen zijn moeilijke financiële situatie en het gemakkelijke leventje op het platteland brengt Zhang op harmonieuze wijze in beeld door nooit te overdrijven maar door te tonen dat hij geen alternatief heeft.
De stedelingen, gevangen in hun landschap van beton, kijken naar het ‘echte’ leven op het platteland en gaan alzo de druk van de realiteit vergeten.

Vind je het leuk dit zelf eens te bekijken, ga dan naar You Tube op ‘Zhang Tongxue’.

De drang naar escapisme van de stadsmens samen met de uitstekende filmtechniek van Zhang Tongxue maakten van hem een Tik Tok ster!

 

 

 

La Main du Bouddha , historische roman van José Frèches

 

Vijfde eeuw van onze jaartelling…
In het Klooster van het Haar van Koutcha, een oase langs de zijderoute, leven monniken, aanhangers van geweldloosheid. Ver daar vandaan, ten zuiden van de Lange Muur, leven een bloeddorstig koninkje, een oude gebochelde geletterde, een prinses die verliefd is op een jonge christen, een taoïstisch hoofd geobsedeerd door seks, een prostituee die ervan droomt zich te kunnen wreken…

In dit China, verdeeld geraakt door jarenlange oorlogen, en steeds heel onontvankelijk voor buitenlandse invloeden, gebeurt nu het onwaarschijnlijke: het boeddhisme, een godsdienst uit Indië, raakt er gevestigd!
Schrijver José Frèches legt uit dat zulks kon plaatsgrijpen omdat in Indië het hindoeïsme, eertijds door het boeddhisme verdrongen, opnieuw meer en meer aanhangers kreeg. De afwezigheid van een god, de minachting van materiële goederen en de aansporing om af te zien van alle begeerte, dé pijlers van het boeddhisme, werden, vooral door arme Indiërs, immers steeds moeilijker aanvaard. De traditionele hindoeïstische goden daarentegen gaven hen hun bescherming mits een kleine offerande. De boeddhistische kloosters besloten daarom de leer van Boeddha buiten Indië te verspreiden. Ideeën nemen dezelfde wegen als goederen, de oasen van de Zijderoute waren dus belangrijke doelwitten voor de boeddhistische missionarissen.

José Frèches, vroegere conservator van het Guimet museum (afdeling China), deelt met de lezer zijn grote kennis van China en het boeddhisme dankzij een geromanceerde approach van deze, voor vele Westerlingen, soms moeilijk te vatten godsdienst.
De acht en veertig korte hoofdstukken lezen gemakkelijk. De vele, onverwachte ontwikkelingen in het verhaal maken het boek spannend om te lezen en leren ons veel over het boeddhisme. Het wordt vast opnieuw een bestseller voor Frèches waarvan de tientallen werken reeds vertaald werden in een en twintig talen!

La Main du Bouddha
José Frèches
XO Editions, 2021

 

 

Peindre hors du monde, moines et lettrés des dynasties Ming et Qing (2)

De mooie tentoonstelling, besproken in vorige blog, toont werken van verschillende stromingen en protagonisten. Met meer details gaan we hierop in deze blog even verder in.

Wu-school: na de relatieve vrijheid en individualistische stijl van de Yuan dynastie (1279 -1368) beslist keizer Hongwu een terugkeer naar de stijl van de Songdynastie. De verplaatsing van de hoofdstad van Nanjing naar Beijing zorgde voor een grote afstand tussen de keizerlijke invloed en Suzhou.

  • Shen Zhou (沈周1427-1509) werd geboren in een rijke familie in Changzhou, het huidige Suzhou. Shen Zhou bekleedde nooit een officieel ambt: hij wijdde zijn aangenaam leven aan de poëzie, de schilderkunst en de kalligrafie. Hij was vooral bekend om zijn landschappen maar blonk ook uit in het schilderen van bloemen, fruit en dieren in monochroom inkt. Hij lanceerde, bij de geletterde schilders, de traditie van het schilderen van bloemen. Hij was de stichter van de Wu-school en was, samen met Wen Zhengming, Tang Yin en Qiu Ying, één van de ‘Vier Meesters van de Ming’

  • Wen Zhengming (文徵明1470-1559) werd eveneens geboren in Changzhou. Zijn werk kenmerkt zich door eenvoud (een alleenstaande boom of een rots) en straalt een gevoel van sterkte uit. Hij schilderde ook de elite van het sociale leven.

 Songjiang-school: een kleine kunstacademie in Shanghai die beschouwd werd als een verdere ontwikkeling van de Wu-school in het toenmalige culturele centrum van Changzhou

  • Dong Qichang (董其昌1555-1636) werd geboren in een arme, maar geletterde familie. Hij behaalde de graad van jinshi, de hoogste graad in het examenstelsel van het Chinese Keizerrijk. Hij is bekend om zijn prachtige landschappen. In de Chinese schilderkunst maakte hij onderscheid tussen werken van het noorden, gekenmerkt door fijne trekken en zachte kleuren, en die van het zuiden waar men werkte met snelle kalligrafische kwaststreken

 

Loyalisten: hebben zich veertig jaar lang verzet hebben tegen de nieuwe Qing dynastie

  • Shitao (石濤 1642-1707) werd geboren in Quanzhou, provincie Guangxi. Hij was lid van het keizerlijke Ming huis en ontsnapte aan de invallers. Hij werd een boeddhistische monnik. Na vele zwerftochten in het zuiden kwam hij uiteindelijk in Beijing terecht om boeddhistisch beschermheerschap te zoeken. Hij faalde daarin, bekeerde zich tot het taoïsme en keerde terug naar Yangzhou.
    Shitao was één van de meest individualistische schilders van de Qingdynastie. Hij overtrad de rigide, gecodificeerde technieken van de Wu- en Songjiang-school en was daarom revolutionair in zijn kunst

  • Bada Shanren (八大山人1626-1705) was een afstammeling van de prins van Ning, uit de Mingdynastie. Hij begon reeds vanaf zijn jeugd te schilderen en poëzie te schrijven. Ook hij werd een boeddhistische monnik, na de val van de Ming. Zijn schilderijen van vogels en vissen in monochrome inkt alsook zijn landschappen zijn, zoals die van Shitao, heel individualistisch en niet onder te brengen in een traditionele categorie. Een excentriekeling!

 

Deze boeiende tentoonstelling loop tot 6 maart 2022. Tickets worden online gekocht.

Peindre hors du monde, moines et lettrés des dynasties Ming et Qing (1)

In het Parijse Musée Cernuschi loopt een mooie tentoonstelling van een honderdtal Chinese rolschilderijen. De schilderijen werden gemaakt tussen midden 15e en begin 18e eeuw, in de overgangsperiode van de Ming naar de Qing dynastie. Ze werden uitgeleend door het HKMOA, het Kunstmuseum van Hong Kong.

In de Mingdynastie kende het gebied Jiangnan, gelegen ten zuiden van de Yangtze, een grote ontplooiing. Steden als Nanjing, Hangzhou en vooral Suzhou genoten toen een grote artistieke bloei. In Suzhou stichtten schilders en kalligrafen een school en gaven haar de oude naam van de stad Suzhou: de Wu-school. Shen Zhou (1427-1509) was de stichter van deze school. Wen Zhengming (1470-1559) was er de belangrijkste vertegenwoordiger van.
Suzhou had haar rijkdom te danken aan de rijstcultuur en de zijdeproductie. Daardoor kon de stad geletterden zonder officieel ambt de mogelijkheid geven zich te wijden aan de literatuur, de kalligrafie en de schilderkunst.

In 1644 werd China veroverd door de Mandchous die de Qingdynastie stichtten. Vele geletterden, schilders en dichters, omdat ze de val van de Ming en de heerschappij van de nieuwe Qingdynastie als heel traumatiserend ervaarden, verkozen daarom hun carrière van ambtenaar op te geven en zich terug te trekken uit de wereld om te gaan leven in bossen en bergen. Dit teruggetrokken leven werd dan, samen met de figuur van de kluizenaar, een van de favoriete thema’s van de Wu-school.
Ook Ming loyalisten trokken zich terug uit het mondaine leven. Enkelen onder hen werden monnik zoals Shitao (1642-1707) en Bada Shanren (1626-1705), beiden waren familieleden van de keizerlijke familie. Ze zochten onderdak in de tempels en inspiratie in de bergen.

Naast werken van deze loyalisten en de Wu-school toont deze tentoonstelling ook werken van de Songjiang school, gelegen in een stadsdeel in het zuidwesten van Shanghai. In de late Mingdynastie werd Songjiang de hoofdplaats van de schilderkunst, waarvan Dong Qichang (1555-1636) de belangrijkste vertegenwoordiger is.

Het Kunstmuseum van Hong Kong bezit meer dan 7000 kalligrafieën en schilderijen. De meest waardevolle maken deel uit van de Chih Lo Lou collectie, gelegeerd door de overledene Ho Iu-kwong, zelf een verzamelaar en een filantroop. Hij gaf zijn collectie een literaire bijnaam, zoals de geletterden van vroeger deden. Chih Lo Lou betekent ‘het paviljoen van de perfecte gelukzaligheid’. Een gelukzaligheid die we ervaren bij het contempleren van deze meesterwerken!