“De gemakkelijkste manier om de schande van de kolonisatie teniet te doen en macht te heroveren, is rijk te worden.”
Tash Aw is van Chinese afkomst en zegt een Chinees te zijn. Zijn twee grootvaders maakten ergens in de jaren twintig de gevaarlijke boottocht van Zuid-China naar het Maleisisch schiereiland. De ene grootvader was een Hokkien uit de provincie Fujian, de andere was afkomstig van Hainan. Beiden ontvluchtten de hongersnood en de burgeroorlog die China toen ondermijnden. Beiden hadden een stukje papier met daarop de naam van een contactpersoon. Ze stonden daar op de dokken, als vreemdelingen verdwaald op een pier… Maleisië stond toen onder Brits bestuur, vreemdelingen, hoofdzakelijk Chinezen, vonden er gemakkelijk werk en vestigden er zich.
Tash Aw 欧大旭 werd geboren in 1971, in Taipei maar het gezin keerde terug naar Kuala Lumpur, Maleisië, toen hij twee jaar was. Thuis sprak hij Mandarijn en Kantonees, op school sprak hij Maleis en Engels. Later emigreerde hij naar Engeland om er in Cambridge rechten te studeren. Daarna verhuisde hij naar Londen waar hij een MA in creatief schrijven behaalde en zijn literaire carrière begon. Nu woont hij in Parijs.
Tash Aw schreef reeds ontelbare romans, korte verhalen, essays en ook een non fictieverhaal Strangers on a Pier (2016) waarin hij het verhaal van zijn grootvaders vertelt. De precieze redenen van de emigratie van de grootvaders van China naar Maleisië blijven daarbij in stilte gehuld. Toen Tash zijn vader ernaar vroeg, deed deze ze af als ‘saaie verhalen van arme mensen’. Misschien omdat hij niet wilde dat deze redenen het nieuwe, welvarende, vrije leven van het gezin zouden overschaduwen.
“Voordat ik überhaupt wist wat het was om homo te zijn, wist ik wat het was om Chinees te zijn en hierom te worden gehaat.” Tash groeide ook op met het racisme gericht tegen de Maleisische Chinezen. Deze trilogie van ervaringen- een familie waar de zwijgplicht heerste, de omgevende antipathie tegenover de Chinezen en een opkomende homoseksualiteit- leidden de schrijver ertoe onzichtbaar te willen zijn in potentieel vijandige situaties. Dat beschrijft hij krachtig in Strangers on a Pier: de weigering van zijn ouders dat er over hen geschreven wordt, zoniet zouden ze zichtbaar worden. Tash Aw vond deze houding zo deprimerend toen hij opgroeide en zich afvroeg: “Waarom zijn etnische minderheden , zelfs in de literatuur van Maleisië, onzichtbaar? Waarom zijn Chinezen onzichtbaar, terwijl ze in werkelijkheid overal aanwezig zijn?”
Strangers on a Pier, Tash Aw
Fourth Estate, London ((2015)

