Peindre hors du monde, moines et lettrés des dynasties Ming et Qing (1)

In het Parijse Musée Cernuschi loopt een mooie tentoonstelling van een honderdtal Chinese rolschilderijen. De schilderijen werden gemaakt tussen midden 15e en begin 18e eeuw, in de overgangsperiode van de Ming naar de Qing dynastie. Ze werden uitgeleend door het HKMOA, het Kunstmuseum van Hong Kong.

In de Mingdynastie kende het gebied Jiangnan, gelegen ten zuiden van de Yangtze, een grote ontplooiing. Steden als Nanjing, Hangzhou en vooral Suzhou genoten toen een grote artistieke bloei. In Suzhou stichtten schilders en kalligrafen een school en gaven haar de oude naam van de stad Suzhou: de Wu-school. Shen Zhou (1427-1509) was de stichter van deze school. Wen Zhengming (1470-1559) was er de belangrijkste vertegenwoordiger van.
Suzhou had haar rijkdom te danken aan de rijstcultuur en de zijdeproductie. Daardoor kon de stad geletterden zonder officieel ambt de mogelijkheid geven zich te wijden aan de literatuur, de kalligrafie en de schilderkunst.

In 1644 werd China veroverd door de Mandchous die de Qingdynastie stichtten. Vele geletterden, schilders en dichters, omdat ze de val van de Ming en de heerschappij van de nieuwe Qingdynastie als heel traumatiserend ervaarden, verkozen daarom hun carrière van ambtenaar op te geven en zich terug te trekken uit de wereld om te gaan leven in bossen en bergen. Dit teruggetrokken leven werd dan, samen met de figuur van de kluizenaar, een van de favoriete thema’s van de Wu-school.
Ook Ming loyalisten trokken zich terug uit het mondaine leven. Enkelen onder hen werden monnik zoals Shitao (1642-1707) en Bada Shanren (1626-1705), beiden waren familieleden van de keizerlijke familie. Ze zochten onderdak in de tempels en inspiratie in de bergen.

Naast werken van deze loyalisten en de Wu-school toont deze tentoonstelling ook werken van de Songjiang school, gelegen in een stadsdeel in het zuidwesten van Shanghai. In de late Mingdynastie werd Songjiang de hoofdplaats van de schilderkunst, waarvan Dong Qichang (1555-1636) de belangrijkste vertegenwoordiger is.

Het Kunstmuseum van Hong Kong bezit meer dan 7000 kalligrafieën en schilderijen. De meest waardevolle maken deel uit van de Chih Lo Lou collectie, gelegeerd door de overledene Ho Iu-kwong, zelf een verzamelaar en een filantroop. Hij gaf zijn collectie een literaire bijnaam, zoals de geletterden van vroeger deden. Chih Lo Lou betekent ‘het paviljoen van de perfecte gelukzaligheid’. Een gelukzaligheid die we ervaren bij het contempleren van deze meesterwerken!

Geef een antwoord