Meningsuiting in de media

Een artikel van Yu Hua (2)

Hierbij het vervolg van mijn vertaling van Yu Hua’s artikel “De verschillende facetten van de Chinese censuur”.

“De censuur tov de pers is soepelder dan die tov de film, maar strenger dan die tov de boeken.Dit is omdat de communstische partij een groter belang hecht aan de controle van de pers ( “ journalisme is de spreekbuis van de regering”).
Maar de censuur is daar weer wat soepelder dan voor de film, omdat de pers zijn weg moet maken op de markt. Kranten hebben nood aan inkomsten van  publicaties en publiciteit en publiceren dus reportages van maatschappelijke problemen en onrechtvaardigheden, daar de lezer zulke arikels graag mag. In het verleden kreeg de pers regeringssubsidies en was ze de regering politiek en economisch veel verschuldigd. Nu hoeven ze de regering niet meer dankbaar te zijn en het aanwenden van politieke connecties wordt hoe langer hoe meer onbetrouwbaar. Zonder economische basis gaat een dergelijke onderneming wankelen.


Gedurende vele jaren publiceerde Southern Weekend, een krant van Guandong, kritische artikels over misdaad en corruptie en streefde naar meer transparantie, ze werd één van China’s meest populaire kranten. Op een heel handige manier bracht ze schandalen uit andere provincies  aan het licht met als resultaat dat de lokale censoren toegevender werden.
 Kranten van overal in China begonnen een voorbeeld te nemen aan Southern Weekend, en stuurden reporters naar andere provincies die daar het negatieve beklemtoonden terwijl ze positief nieuws van hun eigen provincie brachten.

In januari senibiliseerden betogingen tegen de censuur van Southern Weekend de publieke opinie: dit was een zeldzaam fenomeen. Een, zoals die demonstraties in China genoemd worden, “massaconflict” over de media. Een hoofd van de propaganda dat uit Beijing was geparachuteerd, had zich op zo’n grove manier in het routinewerk van de redactie bemoeid dat hij een betoging bij de redacteurs en de reporters uitlokte. Andere kranten van de provincie Guandong supporterden de demonstranten. Op Internet was de aanval nog heviger.
Dit incident werd snel geneutraliseerd. De krant werd verder uitgegeven. De autoriteiten engageerden zich vaag tot een soepelere censuur maar ondernamen stil represailles tegen degenen die positie hadden genomen.
Het conflict resulteerde finaliter in een overwinning van de regering maar de censuur had, voor het eerst in tientallen jaren, een grote weerstand ondervonden van de pers die vanaf dan minder dociel werd.

Ooit grapte ik op Weibo ( nvdr: de Chinese Twitter) over het verband tussen de filmcensuur en de food safety.
 

Iemand zuchtte met ongenoegen: “het probleem van de food safety in China herhaalt zich telkens opnieuw, hoe kan het opgelost worden?

Ik antwoordde lachend:” dat de food safety op dezelfde krachtige en dynamische manier wordt gecensureerd als de film, dat de voedselinspectie net als de filmcensuur gestadig tracht haar werk te verbeteren, nog meer te muggeziften, en het probleem van de food safety zal snel opgelost zijn.”

Deze uitspraak lokte 12.0000 reacties op. Een antwoord luidde als volgt:

Ik heb dé oplossing gevonden: geef opdracht aan de verantwoordelijke censors van film, pers en boeken om censuur uit te oefenen op het voedsel en geef opdracht aan de voedselinspecteurs om film, pers en boeken te censureren. Alzo zal er in China vrijheid van meningsuiting zijn en zal er food safety zijn.”

 

Meningsuiting in de media

Een artikel van Yu Hua (1)

 Het zoveelste voedsel schandaal dat China teistert inspireerde Yu Hua
(°1960, Hangzhou), één van China’s belangrijkste auteurs, om een pamflet te schrijven over een mogelijke wisselwerking tussen de censuur en de food safety in China.

Hierbij mijn vertaling van zijn artikel “ De verschillende facetten van de Chinese censuur”.

“De Chinese censuur komt bij ons over als een strenge, rigiede macht waarmee niet te lachen valt. In werkelijkheid wordt ze op verschillende media toegepast… die veelal met elkaar in tegenspraak zijn. Een roman kan in China gedurende 20 jaar heel goed verkopen terwijl de film die naar deze roman is gemaakt gedurende diezelfde 20 jaar verboden wordt.

Dit komt wat vreemd over maar in feite is het heel eenvoudig uit te leggen.  China heeft meer dan 500 uitgeverijen, elke uitgeverij heeft haar eigen hoofduitgever (die tegelijk zijn eigen censor is). Wordt een boek door een uitgeverij geweigerd dan is er toch nog kans dat het door een andere uitgeverij wordt uitgegeven.
Voor de film is dat anders. Slechts wanneer het hoofdkwartier van Beijing’s grote staatsfilmindustrie tevreden is mag een film gereleased worden. Het is genoeg dat één filmafdeling zijn veto stelt of de film heeft nooit meer een kans om vertoond te worden.


De verschillende vormen die de Chinese censuur kan aannemen zijn te wijten aan economische belangen, niet aan de regering.
Chinese uitgeverijen werden vroeger door de regering gefinancieerd,  maar sinds vele jaren worden ze op een commerciele basis gerund. De druk die de verantwoordelijke van een uitgeverij ondervindt is zuiver commercieel: hij moet zoveel mogelijk winst maken. Zelfs indien een boek een politiek risico loopt, zal de uitgever toch, indien het boek kans maakt om een bestseller te worden, het risico willen nemen om het uit te geven.

 Natuurlijk hebben uitgeverijen ook hun limieten zoals het Tiananmen incident van 1989 bijvoorbeeld, dat taboe is. Maar de beperkingen op het domein van het boek zijn minder groot dan op die van de film.
De reden daarvan is dat de filmcensoren heel verschillend zijn van de uitgevers: ze hoeven zich geen zorgen te maken om winst. Elke filmscenario moet censuur ondergaan, pas nadien mag het  verfilmd worden. De censoren worden steeds strenger. Want zelfs indien ze een filmscenario censureren zal hun wedde er geen invloed van ondervinden. Waarom zouden ze dan politieke risico’s nemen? Dat is de reden waarom  de Grote Culturele Revolutie en andere gevoelige onderwerpen  dikwijls in boeken bediscussieerd worden, maar in films nog steeds verboden zijn.

TV censuur is relatief gezien minder streng. De directeurs van TV zenders beslissen zelf wat ze uitzenden alhoewel het ministerie van propaganda dikwijls verandering eist in de programma’s die aan het  lopen zijn.
In tegenstelling daarmee oefent de regering uiterst strenge controle op China Central Television, de staatstelevisie. Lokale zenders hebben wat meer vrijheid. Het nieuwsprogramma wordt streng gecontroleerd,ontspannings- en sportprogramma’s krijgen wat meer vrijheid.”

(wordt vervolgd)

Chinees leren in de hutongs

Sinology Institute Beijing

Het is heerlijk rondslenteren in Gulou, één van de oudste wijken van Beijing.
Gulou is de Chinese naam voor de Trommeltoren.
Gulou werd gebouwd in de Yuandynastie (1279-1368) en had als functie het avond-en ochtenduur aan te kondigen. Dat gebeurde met 25 reuzegrote trommels die verdwenen zijn maar sinds enkele jaren vervangen door kopieën.
In dezelfde as, enkele tientallen meters ten noorden van Gulou, ligt Zhonglou, de Klokketoren. Die werd ook in de Yuandynastie gebouwd. Zhonglou diende als horloge: de grote klok klonk om de twee uren want in die tijd waren de vierentwintig uren  ingedeeld in tijdeenheden van twaalf maal twee uren.
Wie de moed kan opbrengen om tot boven deze toren te klimmen wordt beloond met een spectaculair zicht over de hutongs.


Op 30 december 2012 opende een nieuw metrostation op Jiu Gulou Dajie, de brede straat die je naar het hart van die oude wijk leidt. Dat bracht jammer genoeg het slopen van enkele hutongs met zich mee.
Wanneer  je het metrostation via uitgang E verlaat kom je uit op een hutong die je leidt naar een van de beste taalinstituten van de stad: The Sinology Institute.
The Sinology Institute is een veelvuldig bekroonde school waar Mandarijnen-Chinees wordt gedoceerd.
Het instituut werd opgericht in 2005 en is één van de enige professionele scholen die volledig door het Ministerie van Onderwijs is geaccrediteerd.
Gelegen in de bruisende oude wijk vormt het instituut, een charmante courtyard,  een oase van rust.

De lesgevers onderwijzen het lezen, het spreken en het schrijven van de Chinese taal.
Ook bereiden ze de studenten voor op het afleggen van het HSK examen, het enige erkende taalvaardigheidsexamen dat uitgaat van de Chinese regering en een getuigschrift verschaft, een vereiste om als niet-Chinees tot een Chinese universiteit toegelaten te worden of werkgelegenheid in een Chinees bedrijf te vinden.
De studenten van het Sinology Institute worden aangemoedigd om slechts Chinees met elkaar te praten, wat in het begin verre van gemakkelijk is!

Het Instituut verzorgt ook accommodatie voor de studenten, gaande van romantische courtyard hotels tot internationale vijf sterren hotels.

Onderwijsmethode

Het instituut heeft een heel aparte onderwijsmethode uitgewerkt, de 3S onderwijs filosofie: Separation of Speech and Script. De kerngedachte van deze filosofie is dat het leren schrijven van Chinese karakters moet worden gescheiden van de andere aspecten van de studie van het Chinees.
Ter illustratie, een tabel met de tijd die nodig is om volgende taken uit te voeren:

een karakter leren uitspreken              3 à 4.5 sec
een karakter leren begrijpen                5 sec
een karakter herkennen                        4 sec
een karakter leren schrijven                 10 minuten!

De theorie is gebaseerd op de Input Theory van de linguist Stephen Kraschen. Deze theorie stelt dat de verwerving van de taal plaatsgrijpt wanneer de student input krijgt één stap verder dan zijn/haar niveau. Indien alle disciplines voor het aanleren van de taal in een holistisch systeem, dus tegelijk worden aangewend, zal het inputniveau niet harmonieus zijn omdat de tijd die nodig is om een karakter te leren schrijven veel hoger ligt dan voor de andere deelaspecten.
Door het tijdrovende en monotone leren schrijven van karakters van de rest te isoleren, kan het ritme van de taalverwerving aldus versneld worden . De student zal progressief meer succes boeken met de methode van deze Input Theory.

Chinees leren zou aldus gemakkelijker gaan dan via de andere klassieke methodes!

Dank aan Jiao Yu, directeur van het Instituut, die dit vernieuwend leerplan op punt heeft gezet.

 

Wie Chinees wil leren via een immersie ter plekke kan zijn gading vinden in de hutongs nabij Gulou en Zhonglou.

De draak ontwaakt

Longtaitou 龙抬头
De draak heft het hoofd op

Op woensdag 13 maart greep in Beijing (en in de rest van China) iets ongewoons plaats: ’s morgens openden de kappers hun salon vroeger dan gewoonlijk omdat ze die dag een grote toeloop klanten verwachtten.
 

Ik informeerde naar de oorzaak van die ongewone oploop en kreeg, zoals te verwachten was, een bloemrijk verhaal te aanhoren.

13 maart van onze zonnekalender kwam overeen met de 2° dag van de tweede maanmaand (
二月二). Die dag was volgens de maankalender of “landbouwkalender”, een traditionele feestdag: “longtaitou”, “de draak heft het hoofd op”.
Die dag stond de draak, koning van alle schepselen en symbool van vrede en voorspoed, weer eens centraal.
Op die dag “heft de draak zijn hoofd op” en wordt drager van regen, een belangrijk en onmisbaar natuurfenomeen in elke landbouwmaatschappij.
Zegden de keizers niet “
龙不抬头,天不雨” long bu tai tou, tian bu yu (zolang de draak het hoofd niet opheft, valt er geen regen).
Niet alleen de draak ontwaakt dan uit zijn winterslaap, ook de insecten. Deze ontwaking luidt het begin van de lente in en wordt vergezeld van de eerste weldoende regenbuien. Van dan af begint de aarde ook op te warmen.
Dit festival staat symbool voor een goede oogst in de komende maanden.


Maar dit volksfeest gaat ook gepaard met een“haircut”.
Op 13 maart, de tweede dag van de tweede maanmaand, openden de kappers dus hun salon twee uur vroeger en meteen verdubbelde of verdriedubbelde het klantenaantal!!! Allemaal Chinezen die, Longtaitou indachtig, nu eindelijk hun haar mochten laten knippen: een volks geloof zegt dat men in de eerste maanmaand van het nieuwe jaar zijn haar niet mag laten knippen of scheren.
Deed men dit toch dan zou er onheil over de familie komen: de ooms langs moeders kant zouden sterven.
Een maandlang is een haircut dus verboden.
Slechts op de dag dat de draak zijn hoofd opheft is die kappersbeurt weer toegelaten…

Niet alle Chinezen zijn bijgelovig: een Pekinese vriendin van mij, een hoogopgeleide vrouw met een “wetenschappelijke geest”, ging enkele dagen voor het festival  naar de kapper voor een knipbeurt.
Maar ze was onthutst en ongerust toen haar tweejarig zoontje de dag daarop zonder enige oorzaak hoge koorts opliep en dringend in het hospitaal moest opgenomen worden.
Mijn vriendin was heel angstig voor een nefaste afloop.
Haar zoontje herrees enkele dagen later, even plots als de koorts was opgekomen…

 

Duivels!

Buzadans in Yonhegong 雍和宫

Ik ben net terug uit Beijing waar ik dit keer rechtover de statige Lamatempel logeerde.

Voor een tweetal weken, op 13 maart, was de Lamatempel van Beijing, Yonghegong, “the place to be” . Daar werd naar traditionele gewoonte de jaarlijkse Buzadans vertoond.

“ Tempels zijn slechts ver in de bergen te vinden, hun paleizen steken uit boven de wolken” ,zegt men in China.
Alhoewel tempels dus zelden in centrum stad werden gebouwd, zijn er tal van uitzonderingen op die regel. Yonghegong is daar één van: die tepel is gelokaliseerd aan de 2° ring, dus centrum stad. De reden van die centrale lokalisatie is dat Yonghegong oorspronkelijk geen tempel was maar de huisvesting van de eunuchen tijdens de Mingdynastie.

In 1694 gaf Qingkeizer Kangxi dit paleis aan zijn zoon Yin Zhen, de latere keizer Yongzheng
雍正. Toen deze de troon besteeg, gebruikte hij dit paleis als een ontspanningspaleis. In 1725 gaf Yongzheng het paleis zijn huidige naam: Yonghegong雍和宫,“het Paleis van de Eeuwige Harmonie”. Later veranderde Yongzheng zijn paleis in een Tibetaans lamaklooster. Het klooster werd een verbinding tussen de centrale regering en de lokale Tibetaanse en Mongoolse regeringen en speelde al snel een belangrijke religieuse en politieke rol. De VI° Panchem Lama en de XIII° Dalai Lama logeerden er tijdens een pelgrimtocht naar Beijing.

Na 1949 ging het Lamaklooster in verval maar in 1961 kwam het Paleis van de Eeuwige Harmonie als eerste op de lijst van belangrijke, te beschermen monumenten. In de Volksrepubliek China herwon het klooster zijn politieke en religieuse rol: de X° Panchem Lama kwam er een tiental keer ter inspectie en ook om er belangrijke bouddhistische samenkomsten voor te zitten.
In  1981werd het officieel voor het publiek geopend.


Vandaag fungeert dit paleis niet alleen als Tibetaanse bouddhistische tempel maar ook als een belangrijke plaats voor culturele en religieuse uitwisselingen.

Sinds 1987 is de Buzadans in ere hersteld. Die dag, de 30° dag van de eerste maanmaand, is de climax van een acht dagen durende ceremonie tijdens dewelke de monniken niet alleen bidden voor vrede en voorspoed in het nieuwe jaar maar ook bidden  om onheil en geesten te bezweren.
Het woord Buza heeft een Mongoolse oorsprong en betekent “de duivels verslaan”.
Dit ritueel wordt gedurende een maand voorbereid en door jonge lama’s uitgevoerd daar het fysieke kracht en volhardingsvermogen vereist.
 

In de morgen van de 30° dag van de eerste maanmaand cirkelen de lama’s  rond de tempel met een gouden beeld van Maitreya, ook nog de lachende bouddha genoemd.
Om 15 uur verschijnt de lama en zijn gevolg, allen gemaskerd en gehuld in rituele kledij. Achter de opperlama slaan twaalf lama’s op trommels en cimbalen: het gevecht met de demonen is begonnen.

 
De lama’s begeleiden een skelet dat symbool staat voor de duivel. Het skelet wordt tot aan de zuidelijke poort van de tempel gedragen en in het vuur geworpen, onder het geprevel van bouddhistische schrifturen. Dan komen ze terug en delen ze de toeschouwers snoep uit om hun voorspoed toe te wensen.

Dit jaarlijkse ritueel trekt steeds meer toeschouwers.

Traditionele snack

Jianbing
煎饼

Jianbing is een traditionele snack die veelal ’s morgens als ontbijt wordt gegeten maar overdag ook nog te verkrijgen is, wat niet voor alle ochtendsnacks het geval is.
Een jianbing is een heerlijke, brosse pannenkoek die op een snel draaiende warme plaat wordt gebakken.


De pannenkoek wordt aan de hand van een penseel met dikke soyasaus bestreken.


Daarbovenop komt wat sla, een knapperige cracker, koriander, lenteui, pikante saus …waarna de jianbing tot een vierkant wordt geplooid en in een plastiek zakje aan de klant wordt aangeboden.

De jianbing zou “uitgevonden” zijn in de periode van de Drie Koninkrijken (220-280).
Zhuge Liang was de toenmalige kanselier van de provincie Shandong. Tijdens een of andere oorlog moest hij snel een middel vinden om zijn leger te voeden daar geen enkele soldaat nog in het bezit was van zijn wok! Daarom beval hij de legerkoks een deeg te maken van water en bloem en die uit te spreiden op een koperen plaat die boven een vuur werd gehangen. Dit gerechtje kikkerde de soldaten weer helemaal op. Het werd heel populair in de provincies Shandong en Hebei.


Nu nog is het heel in trek bij iedereen die bij een straatkoopman snel zijn honger wil stillen.
Het gerechtje is ongelooflijk lekker, verslavend…

 

 

Tashi delek

Neige
Pema Tseden

Enkele weken geleden verscheen bij Philippe Piquier “Neige”, een bundel van zeven onuitgegeven Tibetaanse kortverhalen van Pema Tseden.
Het is een juweeltje van hedendaagse Tibetaanse fictie, een uiterst geslaagde selectie van novellen geschreven tussen 1994 en 2011. Ze werden gekozen met het akkoord van de schrijver die zowel in het Tibetaans als in het Chinees schrijft.
Drie verhalen werden door tibetologe Françoise Robin vertaald , de vier andere door sinologe Brigitte Duzan.

De verhalen dompelen de lezer in de landelijke Tibetaanse wereld. Ze zijn een mengeling van traditie en moderniteit en geven een grote plaats aan het bouddhisme zoals die nu door het volk wordt beleefd en beoefend.

Pema Tseden (°  1969 in de provincie Amdo, het actuele Qinghai) is van boerenafkomst.
Hij behaalde een master degree in de Tibetaanse taal in het Instituut van de Nationaliteiten van het Noord-Oosten in Lanzhou, China. Dit Instituut staat bekend als de bakermat van de Tibetaanse intellectuelen.
Eerst onderwees Pema Tseden het Tibetaans, later werd hij vertaler Chinees-Tibetaans.
Uiteindelijk werd hij toegelaten tot het Filminstituut van Beijing waar hij in 2004 als eerste Tibetaan zijn diploma in de productieafdeling behaalde.

  Pema Tseden is reeds twintig jaren bekend om zijn novellen die hij zowel inTibetaanse als Chinese tijdschriften laat verschijnen.
Hij is ook een talentvolle filmmaker en wordt beschouwd als de vleugelman van de hedendaagse Tibetaanse cinema. In 2012 werd hij in het festival van La Rochelle bekroond.

De grote verdienste van Pema Tseden is zijn weergave van het hedendaagse Tibet die hij volledig heeft ontdaan van de hypnotische kracht en de misverstanden die in buitenlandse  literatuur over zijn heimat zo aanwezig zijn.
Deze kortverhalen zijn levendige, hedendaagse  tafereeltjes die het alledaagse leven uitbeelden. Ze beantwoorden aan een persoonlijke expressie die gepaard gaat met een zoektocht naar mysticisme.
Pema Tsedens verhalen zijn voor het eerst naar het Frans vertaald, dankzij het enthousiasme en de  “uitgeversdurf” van Philippe Piquier. Dank hiervoor!
Zijn verhalen worden weldra ook naar het Amerikaans en het Japans vertaald.

 

Er rest ons dus dit meesterwerkje in het Frans te lezen, het is echt de moeite waard!

Neige
Pema Tseden
Editions Philippe Piquier, janvier 2013

Het jaar van de slang

Bei gong she ying 杯弓蛇影

Gisteren, zondag 10 februari is het nieuwe Chinese kalenderjaar ingegaan. Twee weken lang zal er gevierd worden met prachtig vuurwerk en talrijke familiebezoekjes met lekker eten. Het jaar van de draak maakt plaats voor het jaar van de slang, in 2013: de waterslang.
De slang wordt gekenmerkt door de elementen water en vuur, wat op zichzelf spanning aangeeft. Het zesde teken van de Chinese dierenriem staat als symbool van yinenergie. Intelligentie, sluwheid en mysterie kenmerken zij die geboren zijn in het jaar van de slang. Jaloezie, ontrouw en onbetrouwbaarheid zijn de keerzijde van de medaille.

Het  slangenjaar 2013 zou staan voor creativiteit en slim onderhandelen.
De slang wordt veel aangewend in de chengyu’s (voor definitie van chengyu zie de blog van 21 november 2012). Een leuke reden om het vandaag over een “slangen chengyu” te hebben…
Bei gong she ying: de weerkaatsing in een glas van een aan de muur hangende boog voor een slang nemen.
Op een dag nodigde Le Guang een vriend uit om thuis een glas te komen drinken. Ze zaten daar gezellig te praten en te drinken tot op het moment dat de vriend in zijn glas plotseling de vage schaduw van een slang zag bewegen. Hij voelde zich daardoor heel misselijk worden.
Hij keerde terug naar huis en werd ziek.
Toen Le Guang dit vernam vroeg hij zijn vriend onmiddellijkbij hem thuis te komen.
 Hij liet hem in dezelfde zetel zitten en legde hem uit dat de slangenschaduw in zijn glas in werkelijkheid de schaduw was van een boog die aan de muur hing.


Zodra de vriend inzag hoe de situatie in elkaar zat, genas hij van zijn ziekte.

Deze chengyu staat dus voor extreme zenuwachtigheid en ongegronde vrees alsook voor extreme nervositeit en achterdocht.

 

 

蛇年快乐

Happy year of the snake!

Schaterlach

Yue Minjun, l’Ombre du fou rire

In de Fondation Cartier loopt een tentoonstelling van Yue Minjun, één van China’s meest invloedrijke schilders. Hij maakt deel uit van het “Cynisch Realisme”, een beweging die in 1989 ontstond. Maar Yue weigert in deze categorie gestigmatiseerd te worden en zegt dat hij zich niet betrokken voelt tot de stroming waarin de mensen zijn kunst plaatsen.

Yue werd geboren in 1962, in de noordelijke provincie Heilongjiang. Hij kwam naar Beijing toen hij tien jaar was. In 1983 gradueerde hij aan de Hebei Normal University en startte met portretten in olieverf.
Hij provoceerde de sociale en culturele welvoeglijkheid met het radicaal en abstract uitbeelden van voorwerpen of politieke situaties.
De theoreticus Li Xianting beschrijft Yue’s zelfportretten als “een zelfironisch antwoord op het spiritueel vacuum en de waanzin van het hedendaagse China”.
Yue leeft met meer dan duizend andere artiesten in Songzhuang Artist Village bij Beijing.
Zijn werk wordt internationaal erkend. Yue zelf is heel bescheiden gebleven.

De tentoonstelling in de Fondation Cartier laat een brede waaier aan werken uit het begin van de jaren 1990 zien.

Yue laat zich uit over enkele van zijn werken tijdens een interview afgenomen in Beijing in 1992.

On the Rostrum of Tiananmen (1992)

“Veel van mijn vrienden waren op zoek naar een levensgevoel of  naar een levensstijl. In zo’n groot land als China is de levensruimte in feite heel beperkt, amper 100 à 200 m2. Daar speelt het leven zich af. Ik beeld mijn vrienden en collega’s af in een ruimte van een hondertal m2. Dit is mijn voorstelling van de gemeenschap van die periode en een nieuwe benadering van de omgeving. Ik beeldde dus enkele van mijn beste vrienden uit binnen die zo belangrijke 100 of 200 m2.”

The Execution (1995) geïnspireerd door “ La Mort de l’Empereur Maximilien de Mexico” van E. Manet (1868).
 

Rond 1995 begon ik me te interesseren voor enkele grote klassieke meesterwerken. Ik besefte toen dat ik deze werken kon herinterpreteren vanuit mijn eigen cultuur. Daardoor zouden ze aan densiteit winnen en bijdragen tot het transformeren van een context uit het buitenland tot een context die ons eigen is. Andere schilders hadden reeds dat idee gehad: schilderijen van Goya, Manet en Picasso hadden ze als voorbeeld genomen en verwerkt tot werken met een grote culturele en historische waarde.
Ik wou ook een nieuwe zin geven aan een origineel onderwerp om alzo een beter bevattingsvermogen van de historische gebeurtenissen te geven. Dit schilderij is mijn lievelingswerk.


Ik beschouw mijn schilderijen als tragische en pijnlijke uitdrukkingen. Ik mag zelfs zeggen dat ze alle gevechtsscènes zijn. Ik schilder dingen in een  brutale context en dan realiseer ik me dat wat ik uitbeeld tragisch en pijnlijk is. Maar we mogen niet altijd de dingen op een te directe manier weergeven. Ik denk dat men zich best uitdrukt via de lach. Alzo hebben we de indruk dat er altijd blijdschap is.
Om het anders te zeggen: ik druk pijnlijke emoties uit in een komieke stijl. Enerzijds is vreugde een gevoel dat voor iedereen aanvaardbaar is. Anderzijds, als men mijn schilderijen lang genoeg bekijkt, voelt men dat ze droefheid en smart uitdrukken.”

Great Joy (1993)
 

“Een ander thema uit mijn jeugd is in de rij staan, terwijl iedereen dezelfde kleren draagt.
De mensen staan lachend in de rij: het is dus een jolige scène. Er is een vrolijke ambiance om aan deze of gene activiteit deel te nemen maar uiteindelijk blijkt het resultaat deze mensen niet tevreden te stellen.
Mensen van een andere cultuur hebben moeite om dat te begrijpen maar in mijn herinnering is dit wel degelijk het echte leven.”

“Met mijn werk heb ik een onmetelijke denkbeeldige ruimte geschapen.”

Yue Minjun, l’Ombre du fou rire
Fondation Cartier
261, bd Raspail, Paris
metro Raspail of Denfert-Rochereau

De tentoonstelling loopt nog tot 17 maart 2013
 

Kamp 99

“Les quatre livres”  四书

Yan Lianke

In 1958 lanceert Mao Zedong zijn meest krankzinnige project: de Grote Sprong Voorwaarts.  Als gevolg hiervan zouden zowat 40 miljoen Chinezen door hongersnood omkomen. Het officiële Chinese cijfer is 14 miljoen doden.
 
Yan Lianke schreef een boek over de verschrikkelijke gevolgen van de Grote Sprong Voorwaarts.
Hij gaf het de titel “Sishu”
四书. Het werd het eerst naar het Frans vertaald als “Les Quatre Livres”. Het onderwerp was volledig taboe en is het nog. In dit boek heeft Yan zichzelf geen autocensuur opgelegd (zoals bijvoorbeeld in zijn “Dream of Ding Village” dat AIDS als onderwerp heeft en dat uiteindelijk in China toch publicatieverbod kreeg). Daarom werd het, zoals de meeste van Yans boeken, niet in China mainland uitgegeven maar in Hong Kong. Maar Yan Lianke is tevreden dat hij, in tegenstelling tot zoveel Chinese schrijvers, het boek heeft kunnen schrijven dat hij wou schrijven.


De Grote Sprong Voorwaarts startte met een wedren naar de industrialisatie: Mao wou Engeland en Amerika op industrieel vlak inhalen maar ook en vooral niet op zijn beurt zelf ingehaald worden door de Soviet Unie. De succesvolle afvuringen van Sputnik I en II in 1957 waren hem een doorn in het oog.


De Grote Sprong Voorwaarts hield verregaande economische hervormingen in, naar socialistisch model, om van China een supermacht te maken.
De instelling van de communes, waarin boeren en arbeiders moesten samenwerken en waar het moeilijk was om voorraden verborgen te houden, en de industrialisatie waren de belangrijkste punten van de Sprong.
De staalproductie moest verdubbeld worden tot 10,7 miljoen ton staal voor 1958 en daarna naar 30 miljoen ton per jaar. Door enkel de bestaande productie in hoogovens op te voeren en hoogovens bij te bouwen zou de staalproductie niet snel genoeg stijgen. Daarom werd van de boeren en arbeiders geeist dat ze al het metaal dat ze bezaten zouden smelten in door henzelf gebouwde dorpshoogovens. Dit ging van eetgerei en woks tot zelfs landbouwwerktuigen.


De Grote Sprong Voorwaarts werd één grote mislukking. Het leverde geen staal op maar integendeel onbruikbaar ijzer. Doordat de bevolking met de ijzerproductie bezig was en geen tijd meer had om op het land te werken, was de oogst een fiasco. Dit leidde tot hongersnood. “ Drie moeilijke jaren” die zelfs culmineerden in kannibalisme. De journalist Yang Jisheng bracht onlangs een boek uit, “Steles”, een hulde aan zijn vader die in 1959 van honger stierf.
                                


Wat Yan Lianke in zijn boek vooral aan de kaak stelt is niet alleen de grote hongersnood en de “abnormale sterfgevallen” maar vooral de vervolging van de intellectuelen die startte met Mao’s Honderd Bloemen campagne.
De personages die in Yans roman centraal staan zijn intellectuelen die in het kamp 99 “heropgevoed” worden.


Yan noemde zijn meesterwerk “De Vier Boeken”. Daarmee verwijst hij naar de vier confucianistische klassieken. Maar tegelijk roept de titel de vier evangelies op. Een prachtige vermenging van de Chinese en de westerse godsdienst, filosofie en cultuur.

De vier boeken zijn vier verhalen met elk een titel, wat ongebruikelijk is in de chinese literatuur:
“L’enfant du Ciel” is een anoniem relaas in bijbelse stijl
“Le vieux lit” vertelt dekampherinneringen van een gedetineerde intellectueel
“Des criminels” is een gedenkboek van de handelingen van de gevangenen
“Le nouveau mythe de Sisyphe” verwijst naar de legende, maar dan aan de hand van een subversieve herlezing ervan.


Yan heeft zijn roman lang in zich gedragen.
Alles begon in 1990. Yan was toen nog in het leger. Vrienden kwamen terug van een patrouille in Gansu. Daar hadden ze in het zand mensenbeenderen gevonden. Na onderzoek bleken het de resten van intellectuelen uit heropvoedingskampen te zijn: ze waren slachtoffer geweest van de Grote Hongersnood.
Na een rijpingsproces van twintig jaar vond de schrijver dat hij er eindelijk een boek over kon schrijven, zonder zelfcensuur. Hij heeft het snel geschreven: in vijf maanden was het af.


De roman is hard. Sommige passages zijn afgrijselijk om te lezen.
Maar het is prachtig geschreven, en heel mooi vertaald door Sylvie Gentil.
De Engelse vertaling is voorzien voor dit jaar. Hopelijk volgt ook een nederlandstalige versie.

Les Quatre livres
Yan Lianke
Philippe Picquier, 2012