Chinese Allerheiligen

Allerheiligen in China
中元节zhongyuanjie

Vandaag vieren we uitbundig het Halloweenfeest: griezelige heksen, vleermuizen en vampieren zullen ons doen huiveren terwijl we ons tegoed doen aan lekker eten, drinken en lachen bij het licht van de kaarsen in uitgehaalde pompoenen.

Morgen echter vieren we Allerheiligen, een dag waarop we onze overledenen speciaal indachtig zijn.

Ook in China wordt Halloween gevierd. Pompoenen worden opgeluisterd met de karakters 捣蛋daodan, wat letterlijk kattenkwaad uithalen betekent.
 

Allerheiligen, 中元节 zhongyuanjie integendeel wordt op een heel ander tijdstip van het jaar gevierd: op de 15° nacht van de zevende maanmaand. Dit komt overeen met een van onze zomermaanden. Deze maand wordt dan ook 鬼月de “Spookmaand” genoemd. Om middernacht gaan de poorten van de hel open. De lijdende geesten mogen dan terug naar hun families waar ze grote feesten bijwonen. Deze vakantie duurt slechts een maand, nadien keren ze terug naar de hel.
De voornaamste dag van deze maand valt dus in het midden ervan:   zhongyuanjie.
Op de rivieren drijven ‘s nachts waterlantaarns. De Chinezen zijn van mening dat de hel onder de oceaan gelegen is. De waterlantaarns zullen een weg verlichten om de spoken en geesten te verwelkomen op het feestelijke avondmaal.

 

Zowel taoïsten als boeddhisten vervullen rituelen om het lijden van de overledene te verzachten.
Deze rituelen bestaan uit het uitstallen van voedseloffers, het branden van wierook, het vervaardigen van papier mâché voorwerpen in de vorm van kleren, goud en andere mooie spulletjes…

 

Volgens zowel de taoïstenals de boeddhisten zou de oorsprong van dit festival terug te vinden zijn in de boeddhistische kanonieke geschriften. Nochtans verwijzen vele ceremoniële aspecten van het festival naar de Chinese volksgodsdienst. Dit synchretisme is niet beperkt tot China: ook in Cambodja bijvoorbeeld zijn er parallellismen tussen het Theravada boeddhisme en het Spookfestival…

En zoals het hoort in China zijn er tijdens die maand heel wat taboe’s te respecteren als:

Niet trouwen tijdens die maand
Niet verhuizen
’s Nachts geen kleren buitenhangen en ook niet zwemmen
Niet buiten kamperen
Zich om middernacht niet in de spiegel bekijken, maar ook:

Geen operatie laten verrichten die maand!!!

Chinezen, zelfs hoogopgeleiden en zelfs de trendy jeugd, zijn ongelooflijk bijgelovig en traditioneel.
Weer eens een bewijs van de enorme kloof die er bestaat tussen het traditionele China en de toekomstige economische wereldleider.

Cernuschi

Bronzen kunstvoorwerpen uit het Keizerlijke China van de X° tot de XIX° eeuw

Tot 19 januari 2014 loopt in het Parijse Musée Cernuschi een merkwaardige tentoonstelling van bronzen kunstvoorwerpen van de Songdynastie (960-1279) tot de Qingdynastie (1644-1911).

De bronzen van de Songdynastie zijn paradoxalerwijs minder bekend dan die van het antieke China. Het zijn  laattijdige werken die ‘slechts’ kopieën zijn van de bronzen uit de Shangdynastie (van 1570 tot 1045 voor Christus).

Het Cernuschimuseum heeft meer dan duizend Chinese bronzen voorwerpen en krijgt daarom terecht de naam de grootste collectie bronzen ter wereld te bezitten.


Brons is reeds vanaf de Shangdynastie het meest geliefde metaal aangewend ter vervaardiging van gebruiks- en kunstvoorwerpen.
De zuidelijke Songdynastie (1127-1279), die volgt op de noordelijke Songdynastie (960-1127), kent een hoogtepunt op economisch en cultureel gebied.  Maar politiek is ze sterk verzwakt.
De keizerlijke macht moet dus versterkt worden. Daartoe worden de oude Keizerlijke cultus van de Voorouders alsook de cultus  van Hemel en Aarde in ere hersteld. Aldus begint de zoektocht naar antieke voorwerpen die voor deze cultussen worden gebruikt.
Het verzamelen van de voorwerpen, het catalogeren ervan en de ontcijfering van de opschriften worden de favoriete bezigheid van vele geletterden. De bronzen worden samen met de schilderijen en de kalligrafieën heel sterk door verzamelaars uit die tijd gegeerd.


Tegelijk ontstaan restauratie-, imitatie- en vervalsingtechnieken die vrij snel een grote bloei kennen. Tijdens de Songdynastie ontstaan immers verchillende technieken om een vaas antiek te doen lijken: patina’s die bijna zwart zijn, pigmenten die na het aanbrengen op de vaas nadien met lak worden gefixeerd…

De antieke motieven en vormen van de Shangdynastie komen weer in zwang en gaan alle domeinen van de  Chinese kunst beïnvloeden tot in de Qingdynastie. Voorwerpen voor geletterden en voor de boeddhistische cultus zijn er een typisch voorbeeld van.

Het is de eerste maal dat een tentoonstelling wordt gewijd aan dit weinig bestudeerd domein.
Ding tripoden, Jue vazen, Bian vazen, zijn alle uit brons vervaardigd.
In de tentoonstelling ziet men ook voorwerpen voor geletterden als penseelhouders in de vorm een kleine keten van drie of vijf bergen. Ze zijn uit jade, porselein en ook uit brons vervaardigd. Ze zijn een ware streling voor het oog.


Om al deze redenen is het echt de moeite waard deze tentoonstelling van nooit eerder getoonde bronzen te bezichtigen.

Musée Cernuschi
7 Avenue Vélasquez
75008 Paris
Tot 19 januari 2014
Métro : Villiers

Chinezen lezen de thorah

Joodse gemeenschappen in China

Joden vestigden zich in China reeds vanin de VIIIe eeuw. In de XXe eeuw kwamen er veel joden bij, o.a. zij die het nazisme konden ontvluchten. Ze vormden er de moderne joodse gemeenschap.

De oude joodse gemeenschap is die van Kaifeng, een stad gelegen in de provincie Henan. Ze is de meest geheimzinnige en paradoxaal meest gekende joodse communauteit. Ondanks haar isolement, duurt zij het langst in de geschiedenis.

Tijdens de Songdynastie (960-1279) vestigen de eerste joden zich in Kaifeng. Het zijn Perzische handelaars die China via de Zijderoute binnenkomen. Ze worden door de keizer aangetrokken met de bedoeling het spinnen, het weven en het verven van katoen te promoten. 
De eerste informaties omtrent de aanwezigheid van deze joden in China bereiken Europa slechts in de XVIIe eeuw, via de in Peking geïnstalleerde jezuieten. Matteo Ricci, de jezuïtische missionaris en missionaris Jean Domenge rapporteren dat de joden van Kaifeng conform het jodendom leven maar progressief geassimileerd worden. Ze kleden zich als Chinezen, dragen een Mantsjoevlecht als bewijs van onderwerping, binden de voetjes van hun dochters, spreken het lokaal dialect.


Een belangrijkefactor voor de assimilatie van de joodse denkwijze en het joodse leven is het Confucianisme. De joden willen immers opklimmen in de Chinese administratie. De vereiste daarvoor is het afleggen van en slagen voor de keizerlijke examens. Daarvoor is een heel grondige studie en kennis van de Confucianistische teksten vereist. Deze studie van de Klassieken is tijdrovend en valt nadelig uit voor de joodse studies.

In die tijd lijkt de synagoge op een Chinese tempel en draagt de naam van “De Tempel van de Zuiverheid en van de Waarheid”.
Huwelijken tussen joodse mannen en Chinese vrouwen worden toegelaten maar het omgekeerde is verboden daar het judaïsme door de moeder wordt voortgezet. Deze rassenvermenging heeft als gevolg dat de joden Chinese gelaatstrekken vertonen.

De joodse gemeenschap van Kaifeng kent haar hoogtepunt onder de Mingdynastie (1368-1644) en telt op dat ogenblik  5000 zielen. Een Mingkeizer die de joodse namen niet kan uitspreken geeft ze daarom Chinese namen. Hij verkondigt dat ze slechts zeven namen zouden dragen zodat ze gemakkelijker te identifiëren zijn:  Ai, Gao, Jin, Li, Shi, Zhang en Zhao. Leuk te vermelden is dat Li afgeleid zou zijn van Lévy. Shi betekent steen en Jin betekent goud.
De joodse gemeenschap van Kaifeng zal progressief verdwijnen ten gevolge van een steeds grotere assimilatie. De vernietiging van de synagoge ten gevolge van een overstroming midden 19e eeuw en de verdwijning van de laatste rabbijn zijn doorslaggevend.
Ondanks dit alles  blijft de oude joodse gemeenschap besnijdenis uitvoeren en leeft ze nog bepaalde regels van zuiverheid na.
Het verval van de druk gebruikte Zijderoute heeft als gevolg dat de joodse communauteit steeds armer wordt. In 1850-51 is deze gemeenschap, die in 1723 halsstarrig had geweigerd de bijbelse rollen aan de Europese jezuïeten te verkopen, genoodzaakt haar thorahrollen aan een Canadese missie te verkopen. Daarentegen weigeren alle joden bekeerd te worden.

Vandaag zouden er in Kaifeng slechts 200 à 300 joodse afstammelingen overblijven. Ze vormen geen echte gemeenschap meer en kennen elkaar vaak niet eens.
Nochtans zou het bezoek van toeristen en nieuwsgierigen een revival van deze bijna uitgedoofde groep kunnen betekenen: bezoekers van de stad Kaifeng begeven zich naar de gedenkplaat waar eens de beroemde synagoge stond. De familie Zhao Pingyu is in het bezit van een maquette van deze synagoge. Een andere familie, die van Shi Zhongyu recenseert de zeden en gebruiken van deze bijzondere communauteit. Nog anderen doen genealogische onderzoekingen…

De moderne joodse gemeenschap in China begint rond de eeuwwisseling van de  20e eeuw met de settlement van Russische joden in Mantsjoerije, hoofdzakelijk in de stad Harbin, die in 1909 bijna 8000 joden telt en er haar eerste synagoge bouwt. Enkele jaren later zwelt de gemeenschap aan met bijna 4000 vluchtelingen die de Oktoberrevolutie in Rusland zijn ontvlucht.

In Shanghai ontstaat een joodse gemeenschap rond 1930. Men onderscheidt er drie groepen: de Sefaraden zijn de eersten om zich in Shanghai te vestigen, ze zullen een belangrijke rol spelen in de economische groei van Shanghai. Daarna komen de joodse Russen en tenslotte de vluchtelingen van centraal Europa die op het einde van de jaren 1930 vluchten voor het nazisme.
Na de oorlog en het vertrek van de vreemdelingen uit de concessies in 1949 en 1950, zullen demeeste joden van Shanghai uitwijken naar de USA, Australië en Israël.

De joden uit de oude gemeenschap van Kaifeng hebben sterk geleden onder het onbegrip, zowel dat van de Europeanen als dat van hun eigen ras. Voor de Europeanen waren ze slechts vreemde vogels, de joden daarentegen trokken hun judaïsme in twijfel.
Nu dat China zich voor de wereld opent is de tijd misschien aangebroken om hen die zich beroepen op hun joodse roots, bij te staan.
Indien Israël deze nieuwe aliyah niet kan bijstaan, is het de taak van de internationale gemeenschap om zulks te doen.

Het Gele Gevaar

Lao She in London

Begin dit jaar was ik in Beijing, zo kreeg ik opnieuw de gelegenheid het Literary Bookworm Festival bij te wonen. Dit jaar greep het festival plaats van 8 tot 22 maart. Bijna honderd Chinese en niet-Chinese schrijvers stelden het publiek hun laatste boek voor.

Heel boeiend was de lezing van Anne Witchard die een essay wijdde aan één van mijn meest geliefde schrijvers: Lao She.
Dr. Anne Witchard is lector aan de universiteit van Westminster (afdelingen Engels, taalkunde en cultuurstudie).
Na afloop van de voorstelling kocht ik het boek en begon er nog dezelfde avond enthousiast in te lezen.

 

Lao She (1899-1966) wordt geboren in een verarmde Mantsjoefamilie. Hij verliest heel vroeg zijn vader. Zijn moeder doet huishoudens om in het onderhoud van haar kroost te voorzien.
Lao She volgt les aan de Normaalschool en op negentienjarige leeftijd studeert hij af als onderwijzer.

Amper vier jaar later gaat hij naar Londen om er les te geven aan de Universiteit in de afdeling Oosterse talen.
Reginald F. Johstone, zijn boss, is niemand  minder dan de vroegere preceptor van Pu Yi, de laatste keizer.
Londen bevalt Lao She niet: hij heeft er slechts enkele Chinese vrienden, hij heeft een hekel aan het Engelse eten en het klimaat.

Tussen 1925 en 1928 deelt hij een appartement met Clement Egerton samen met wie hij de klassieker “Jin Ping Mei” zal vertalen. De blauwe plaat op de voorgevel van het huis gesitueerd in 31, St James’s Gardens, is in Londen de enige plaat met Chinese karakters.


Na die drie jaar gaat de schrijver bij een Engels koppel inwonen, dat later zal model staan voor zijn novelle Mr. Ma and Son.



In Londen start zijn literaire loopbaan met“deFilosofie van Lao Zhang”, “Zhao Ziyue” en, in 1929 Mr. Ma and Son.
Deze novelle is een medogenloze satire op de Engelsen en op bepaalde karaktertrekken van de oudere Chinese generatie.
In “ Mijn letterkundige ervaring”  (1937) schrijft Lao She: “Wat de Engelsen betreft, ben ik er niet in gelukt hen enige menselijke consistentie te geven. Hun enggeestige vaderlandsliefde is de bron van al hun misdaden. Ze hebben slechts vooroordelen en hun voorkomen ademt verveling…”

Witchards boek leert ons veel over het literaire modernisme en het toen alomgangbare idee van het  “Gele Gevaar”. Dankzij haar studies over Limehouse, de Chinatown van Londen, kwam Witchard op het spoor van Lao She. Ze was immers op zoek naar een Chinese opinie die de documenten, boeken, films en artikels over het “Gele Gevaar”  zou komen bevestigen.

 

Bijzonder interressant zijn de passages over de Londense intellectuele avant-garde en de Bloomsbury groep die veel interesse vertoonden voor China en haar cultuur.
Ook de mode gaat inspiratie zoeken in de Chinese cultuur: de Chinees geïnspireerde mode van de Parijse Paul Poiret zal immers in 1911 naar Londen overwaaien.

Ondanks dit alles bevat dit essay enkele onjuistheden. Zo bijvoorbeeld beweert Witchard dat Lao She zelfmoord gepleegd heeft (p.135). Zou ze geen weet hebben van de controverses rond Lao She’s dood tijdens de Culturele Revolutie? Zijn vrouw sluit suicide uit en zelfs de (heel voorzichtige!)schrijver Ba Jin schreef in 1979 dat “hij nog steeds niet weet of Lao She’s dood een suicide is of een moord”!

 

Deze onjuistheden terzijde gelaten geeft Witchard ons veel interessante gegevens over de invloed van China op de Londense avant-garde en over de dwanggedachte van het “Gele Gevaar” .
Ze toont ook aan, en dat is het voornaamste, dat de vier jaren die Lao She in Londen doorbracht, een wezenlijke etappe waren in zijn carrière als schrijver.

Lao She in London
Anne Witchard
Hong Kong University Press 2012
ISBN 978-988-8139-60-6

Tatoeage (2)

Chinese blundertattoos in het westen

Vele westerlingen houden ervan Chinese karakters op hun lichaam te laten tatoeëren. Chinese karakters zijn esthetisch, mysterieus en prikkelen de nieuwsgierigheid. Vooral van hen die de karakters kunnen lezen…

Onvolledige karakters, getuimelde karakters, karakters in spiegelbeel getatoeëerd, uiteen gehaalde karakters, karakters die in een verkeerde zin worden gebruikt of nog, karakters die geen zin hebben…deze zijn de meest voorkomende tattooblunders die het lichaam van de fiere westerling versieren …en wie ze kan lezen aan het lachen brengen!

Hier volgen enkele voorbeelden. De juiste schrijfwijze staat rechts op de foto.

Foto 1
“Rijkdom en welvaart eerbiedigen”: in het tweede karakter ontbreekt een horizontale streep en gaat de vertikale streep niet tot beneden. Het volledige karakter is

Foto 2

 

 “Gouden varken”. Misschien staan de twee karakters voor de Chinese zodiak van de westerling. Jammer genoeg staat het tweede karakter op zijn kop. Wou de tatookunstenaar met zijn klant misschien een gekke streek uithalen?

Foto  3

 

Op het eerste na zijn alle karakters in spiegelbeeld getatoeëerd en hebben geen betekenis.

Foto 4

 

“Godin”. Jammer dat het tweede karakter in twee is gesplitst.
De juiste schrijfwijze is
,

Foto 5

 

“Eunuch”. Er bestaat geen andere vertaling voor huanguan! Of wou de klant de wereld misschien verkondigen dat hij “unique” is?

Foto 6

“Kip”. Dit sierlijk, niet vereenvoudigde karakter, duidt waarschijnlijk op de Chinese zodiak van de dame. Zij weet zeker niet dat dit karakter ook staat voor “vrouw van lichte zeden”…

Foto 7

 

“Dit is een tattoo”. Voor hen die het niet zouden begrepen hebben.

Foto 8

 

“Gekke waterval”. Prachtige, niet vereenvoudigde karakters die jammer genoeg nog een andere betekenis kunnen hebben, die van  “diarrhee”.

Foto 9

“Ik eet geen vlees maar ik bijt”. In ’t Chinees wil dat niets zeggen, bij ons ook niet.

Het belachelijke aan al deze tatoeages (mooie, maar foute karakters) is voor ons, westerlingen,  beter te snappen bij het bekijken van de laatste foto waar op de bovenarm van een mooie Chinese een pittig woord staat: water.


Commentaar op dit meesterwerk: “Indien Chinezen zich nu eens zinloze Engelse woorden lieten tatoeëren…”

Tatoeage (1)

Chinese tattoos versus westerse tattoos

中国纹身对西方纹身

De zomer is eindelijk aangebroken en we profiteren ervan zo weinig mogelijk kleren te dragen en zoveel mogelijk bloot lijf te tonen.
Alzo kunnen we volop genieten bij het zien van een alsmaar groter aantal designs die het lichaam van de getatoeëerden versieren.

Ook in China is tatoeage hot maar, hoe kan het anders, de drijfveren zijn er verschillend van die in het westen.

Bij ons zien we steeds vaker tattoos in milieus waar we ze niet zouden verwachten,  bij mensen die “gewone” burgers zijn.
 In het alledaagse leven  sijpelen de tattoos immers door in alle lagen van onze maatschappij.
In het westen is een tattoo een expressie van een persoonlijke herinnering of van een herdenking. Soms is de tattoo ook een uiting van rebellie, individualiteit of sterkte. Hoe unieker en persoonlijker de tattoo, des te beter.

In China ligt dit anders.
Tijdens de Chinese geschiedenis waren er periodes waar tattoos aanvaard werden. Tattoos werden wel geassocieerd aan de lagere klassen van de maatschappij en aan de onderwereld. “Beschaafde” Chinezen hadden slechts misprijzen voor die barbaarse techniek.
In het communistisch China van na 1949 werd de tatoeage totaal in diskrediet gebracht en zelfs verboden.

Maar sinds enkele tientallen jaren is de tattoo in China in ere hersteld. Nochtans is de motivatie voor een tattoo er heel verschillend dan in het westen.
In China is een tattoo een praal, een vertoon, iets dat je wil laten zien aan de buitenwereld. Hij is zelden specifiek voor de persoon getekend. Bijna alle tattoodesigns  worden gekozen uit flash books. Er is weinig of geen betekenis achter het design te zoeken.
Belangrijk in China zijn de omvang van de tattoo, zijn plaats op het lichaam en gewoon het feit dat je er een draagt.
In China hebben tattoos toch nog steeds een negatieve connotatie. De eigenaar van een tattoo,  ongeacht het gekozen motief, wordt door de maatschappij beoordeeld. Dit is nog steeds een voortvloeisel uit het Confucianisme: beschaafde lui zijn hun ouders en voorouders respect verschuldigd; het lichaam is een geschenk van de ouders en de mutilatie ervan doet de familie schande aan. Zoals gecultiveerde Chinezen geen rauw vlees eten en hun lichaamshaar niet scheren, zo ook laten ze zich niet tatoeëren.

Tatoeagemotieven en hun onderliggende motivatie

Bij mannen

Traditionele motieven zoals draken, tijgers en krijgers die een omvangrijk deel van het lichaam sieren, zijn geliefd door diegenen die snel rijk zijn geworden en misschien ook wel criminele activiteiten hebben. Gecombineerd met een geschoren schedel wordt deze tattoo etalage meestal niet geassocieerd met “eerlijke jongens”.
Met een kleinere tattoo op de schouder of bovenarm wil de eigenaar laten weten dat hij tot de artistieke wereld behoort. Zijn tattoo zegt :“Ik ben geen schoft maar heb wel een harde kern: meisjes houden van macho’s”.

Een kleine tattoo op de hand is frekwent in de modewereld, bij fotografen en hairstylists.

Bij vrouwen

Een kleine tattoo op de enkel of de bovenarm betekent dat men zich mooi en trendy voelt, dat men vrijgevochten en zelfstandig is.


Een kleine tattoo op de hand vindt men dikwijls terug bij vrouwen die in de schoonheidssector werken (hairstylist, manicure) of die als model werken.


Een “sletstempel” op de lage rug zegt dat de eigenares modern is en een open geest heeft. Ze is modebewust en aarzelt niet om veel blote huid te laten zien.


Chinese getatoeëerden van beide geslachten gaan een vrij groot engagement aan. Ze worden dikwijls aangezien als bad boys en bad girls.
Maar de Chinese maatschappij is toch wel meer geneigd tot het aanvaarden van bad boys dan van bad girls. Gelijkheid tussen man en vrouw, what else?

Een wereld in harmonie (2)

Zandmandala

Een zandmandala is een oude, heilige uiting van Tibetaanse boeddhistische kunst. In het vajrayâna (Tibetaans) boeddhisme wordt beweerd dat daar waar een zandmandala wordt gemaakt, de omringende mensen en de omgeving gezegend worden. Als je als kind naar een mandala kijkt, doe je positieve indrukken op die met de jaren als vredespruitjes zullen ontkiemen.

Het bijzondere aan een zandmandala is dat de mandala gecreëerd wordt met gekleurd zand. Wanneer de mandala af is, grijpen er ceremonies plaats. Elkeen dient de mandala goed in de geest te prenten. Aansluitend wordt hij op een rituele wijze afgebroken. Deze vernietiging van de zandmandala symboliseert de boeddistische doctrine van het transitorische karakter van het materiële leven…

Constructie van de zandmandala

De Tibetaanse monniken starten met een openingsceremonie waarbij de locatie van de mandala en het zand geheiligd worden door een dertig minuten durende presentatie van zang, muziek en opzeggen van mantra’s.
Daarop volgt het afmeten en tekenen van de architecturale lijnen van het design. Dit gebeurt met een regel, een kompas en een pen met witte inkt.
Dit preciesiewerk neemt zo’n drie uren in beslag.
Dan gebeurt de invulling met zand. Vroeger werd een zandmandala gemaakt aan de hand van, tot fijn gruis geplette, gekleurde edel- en halfedelstenen zoals lapis lazuli (blauw),  robijnen (rood) enz.
 Nu wordt hij gemaakt met zand dat met natuurlijke verf is gekleurd.

Het gekleurde zand wordt dan aan de hand van buisjes, pijpjes, trechtertjes en schrapertjes aangebracht tot het vooraf getekende patroon volledig is ingevuld.
Zo’n constructie duurt voorbeen team monniken één tot verschillende weken daar het werk heel precies moet worden uitgevoerd. De monniken werken steeds van het centrum naar de periferie.
Een mandala heeft een diameter van ongeveer 1,22 meter.

 
Destructie van de zandmandala

De destructie van de mandala gebeurt ook heel ceremonieel: de goden worden volgens een specifieke opeenvolging weggehaald samen met de rest van het zandtapijt tot wanneer het volledig is afgebroken.
Het zand wordt nadien in een kruik vergaard, de kruik wordt in een zijden doek gewikkeld en in een rivier neergelaten opdat het zand van de mandala verder zijn zegening zou kunnen verspreiden.
Deze daad symboliseert de tijdelijkheid van het leven en de wereld: alles wat leeft heeft een begin,  een midden en een einde.
 
Vorig jaar in augustus ontwierpen monniken van de Drepung Loseling Phukhang Khamtsen in het San Francisco Asian Art Museum een merkwaardige zandmandala. Het werk duurde vier dagen, nadien braken ze hem af en wijdden de omstanders met een deel van het zand.
In 1995 werd, ter gelegenheid van een tentoonstelling over thangka’s, in het toenmalig Ethnografisch Museum Antwerpen ook een zandmandala opgebouwd. De constructie duurde vijf dagen, van 25 tot 30 oktober.
De zandmandala was een creatie van de Tibetaanse monniken van het Tibetaanse Instituut ‘Karma Sonam Gyamtso Ling’ te Schoten.
De centrale figuur hierin was Bhaisajyaguru, de Medicijn-Boeddha.
De zandmandala was te bezichtigen tot 20 december van dat jaar.
Die dag werd de mandala op rituele wijze opgeruimd. Het zand werd door de monniken in processie naar de Schelde gebracht om daar uitgestrooid te worden…

Een wereld in harmonie (1)

Mandala

Het woord mandalais afgeleid van het Sanskrit en betekent cirkel, cosmogram, wereld in harmonie. De mandala is veelal op een papieren hangrol of een houten tablet geschilderd. Hij is een spiritueel en ritueel symbool in het hindoeïsme en in het mahâyâna en theravâda boeddhisme. Hij is de voorstelling van het universum. De erudieten van het Namgyal klooster beschrijven de mandala als “een wereld in perfecte harmonie waarvan de bewoners verlichte wezens zijn”.
Een mandala is een tweedimensionele voorstelling van een heilige driedimensionele structuur. Hij is een boeddhistisch hemels paleis dat bewoond wordt door verlichte wezens. De mandala is meestal rechthoekig van vorm met daarbinnenin één of meer cirkels en een centraal punt .

De mandala wordt beschouwd als een ‘plaats’ die gescheiden en beschermd is van de steeds veranderende en onzuivere buitenwereld, de samsara : de nooit eindigende cyclus van dood en wedergeboorte. De mandala wordt bijgevolg beschouwd als een soort “Boeddhaveld” waar nirvana (verlichting) en vrede heersen.

Een welbekend type mandala stelt het hele universum voor, met als centrum de Meru berg die omgeven wordt door de verschillende werelddelen.
De buitenste cirkel van deze mandala symboliseert de wijsheid. De ring van acht scharnierplaatsen is de voorstelling van de boeddhistische aansporing om de dood steeds in gedachten te hebben. Deze ring legt het accent op de gevaarlijke aard van het menselijke leven.
 

Een ander welbekend type van mandala is die van de “Vijf Boeddha’s”. Deze archetypische boeddha’s stellen de verschillende aspecten van verlichting voor, naargelang de boeddhistische school en het specifieke doel van de mandala.
Een veelvoorkomende mandala van deze soort is die van de “Vijf Wijsheden Boeddha’s”. Dit zijn Vairocana (de boeddha van het verleden), Aksobhya (de boeddha van het bewustzijn),  Ratnasambhava (de boeddha van de sereniteit), Amithaba (de boeddha van het oneindige licht) en Amoghasiddi (de boeddha van de tenietdoening van de afgunst).

 

Mandala’s worden doorgaans gebruikt door tantristische boeddhisten als een hulp bij meditatie. De mandala wordt herhaaldelijk gecontempleerd tot verzadiging toe zodat de prent van de mandala volledig verinnerlijkt wordt tot in de kleinste details en dan kan opgeroepen worden en naar believen  kan worden gecontempleerd als een helder en duidelijk beeld.
Aan elke mandala is een liturgie geassocieerd.
Zulke meditaties worden beschouwd als bijzonder doeltreffende methodes om onze gewoonlijk verkeerde perceptie en verwrongen wereldbeschouwing te boven te komen. Want onze verkeerde perceptie en verwrongen wereldbeschouwing zijn de oorzaak van onze misverstanden en van ons lijden. Door zelfmeditatie, zoals de goden van de mandala die het rijke symbolisme weerspiegelen en bijzondere interne praktijken  inschakelen, gaan we onze dagelijkse perceptie, die chaotisch en egocentrisch is, transformeren naar een perceptie gericht op transcendentie. 
Door meditatie zullen we toegang verkrijgen tot een perfekte wereld et tot wijsheid en zullen we deel uitmaken van de wereld van de verlichte wezens.

One evening in Tibet

Tibetaanse momo’s

Een van mijn favoriete restaurants in Beijing is zonder twijfel Makye Ame. Makye Ame staat bekend als het beste Tibetaanse restaurant.
De traditionele en hedendaagse Tibetaanse gerechten, de vlotte bediening door personeel in traditionele klederdracht, de dansen met live-orkest maken Makye Ame tot een trekpeister voor Beijingers en toeristen.
Makye Ame opende een eerste vestiging in Lhasa, nadien in Sichuan en in Beijing, dichtbij de Friendship Store.
Het restaurant is rustiek, cosy en versierd met Tibetaanse ornamenten.
Gebedsvlaggen, een reusachtige koperen gebedsmolen waar eenieder een draai mag aan geven, thanka’s, een grote ethnische sofa in het midden van de zaal maken dat  je je in Tibet waant.

De naam Makye Ame komt van het gedicht geschreven door Tsangyang Gyatso (1683-1706), zesde Dalai Lama. Het gedicht vertelt ons zijn ontmoeting met een jong meisje in een oude wijnshop in Lhasa.

     Rijzend boven de hoogste bergtop
     daar is de heldere, verleidende maan
     zij herinnert me Makye Ame’s glimlach
     die straalt, diep in mijn hart.

Makye Ame’s beste gerechten zijn zonder twijfel: gegrilde lamskoteletten, gegrilde wilde paddestoelen, curry aardappelen en tsampa. Dit zijn dumplings gemaakt van gerst, boterthee, yakkaas en een snufje suiker.
Maar mijn favoriete dish is zonder twijfel: momo’s!

Hieronder volgt het recept met vlees vulling, waarbij ik jammer genoeg niet aan yakvlees kan geraken en dus maar gewoon rundsvlees gebruik.

Deeg: meng 400 gram gewone bloem met water. Kneed met de handen en voeg beetje bij beetje water toe tot het deeg soepel en elastisch is. Dek af zodat het deeg niet uitdroogt.
Vulling: meng 500 gram rundsgehakt met
     2 gehakte uien
     een stuk gember van 2,5cm (fijngehakt)
     3 teentjes fijngehakte look
     een bos grofgehakte koriander
     2 soeplepels donkere soyasaus
     2 soeplepels sesamolie

Momo’s: rol het deeg tot een lange ‘worst’ (dikte van een bloedworst!). Snij of trek het tot balletjes van ongeveer 5 cm en rol ze tot schijven die in het centrum wat dikker zijn dan aan de buitenkant.
Vul het deeg met een dikke koffielepel vulling en ‘draai’ de randen tot momo’s.

 

Stoom ongeveer 10 minuten.

Dompel de momo’s in hete sepen, een Tibetaanse, erg pikante saus die je ogen doet tranen en die je aan het hoesten brengt. 
Voor gevoelige, westerse magen is deze saus écht te heet, vervang ze zo nodig door een milde tomatensaus en …enjoy!

 

Examenkoorts

Keizerlijke examens in het oude China

Om een ambt te bekomen in het keizerlijke China voor de Handynastie (206 v.Chr.-220 n.Chr.)  kon men zich laten aanbevelen door ambtenaren of kon men een ambt kopen.
In de Handynastie was aanbeveling de meest frekwente vorm van rekrutering. Maar tegelijk werden  tijdens deze dynastie ook de keizerlijke examens ingevoerd. De examenleerstof voor het behalen van een ambt moest steunen op de vijf Confucianistische Klassieken.
Dank zij dit examensysteem werden de meest uitmuntende kandidaten geselecteerd die dan als topambtenaren een regerende functie zouden vervullen.
De keizerlijke examens bestonden tot het einde van de Qingdynastie, in 1905. Gedurende al die eeuwen, op enkele periodes van onderbreking na, waren deze examens, waaraan alleen volwassenen van het mannelijke geslacht mochten deelnemen,  de enige methode tot sociale promotie. Opklimmen in de ambtelijke hiërarchie gebeurde op basis van periodieke evaluaties.Voor diegenen die op een functie in de regering aasden en  politieke verlangens hadden was dit de enige manier om dit te verwezenlijken.

Tijdens de opeenvolgende dynastieën namen de keizerlijk examens verschillende vormen aan, de regels werden meermaals veranderd.
De frekwentie van het uitschrijven van de examens (van om de drie jaar tot elk jaar), de examenstof en de klassificatie van de ambtelijke titels varieerden door de dynastieën heen.
In de Ming- (1368-1644) en Qingdynastie (1644-1911) werd de organisatie van de examens voor de laatste keer aangepast.

Eerst werd men geselecteerd op districtniveau voor de titel xiucai 秀才’bloeiend talent’.
Hierop volgde een examen in de provinciehoofdstad (dat slechts om de drie jaar werd georganiseerd) tot het behalen van de titel  juren
举人’naar voren gebrachte geleerde’.
Het derde examen greep plaats in de hoofdstad, en werd eveneens om de drie jaar georganiseerd. Indien men slaagde kreeg men dan de graad van jinshi
进士 ‘die de graad van geleerde heeft behaald’.
Het laatste examen was het paleisexamen of dianshi 
殿试, voorgezeten door de keizer. Wie deel uitmaakte van de slechts één procent geslaagden werd toegelaten tot de Hanlin-academie. Deze academie werd in 740 opgericht en was het hoogste intellectuele instituut in het keizerrijk. Ze verenigde dichters en geschiedschrijvers, inspecteurs  en examinatoren . Verschillende instituten onder de Hanlin-academie bereidden de kandidaten voor op de staatsexamens.

 

De keizerlijke examens werden dus kort voor het einde van de Qingdynastie afgeschaft.
De hedendaagse Chinese studenten worden op de proef gesteld door de gaokao.
De gaokao
高考, het grote ingangsexamen dat toelating verleent tot de universiteit of hogeschool (ziemijn  blog 27/5/2012)eindigde vorige week. Nu  volgt een spannende periode waarin elke student hoopt op jinbang timing en liyu tiao longmen.

金榜题名 jinbang timing

Deze chengyu betekent letterlijk “je naam hebben op de gouden bang, d.i. de gouden lijst van de kandidaten die in het oude China geslaagd waren voor de keizerlijke examens. Dus je naam hebben op de gouden bangbetekent dat je het gemaakt hebt, dat roem, geld, sociale en politieke status in het zicht komen. Dit is ook een garantie dat je familie van een grote jarenlangdurende eer, van een koninklijk en edel leven zal genieten.
Zelfs na de afschaffing van de keizerlijke examens is deze chengyu dus nog steeds populair en de ouders van de gaokao kandidaat krijgen dan ook van hun vrienden wensen van welslagen voor  jinbang timing toegestuurd.
 

鲤鱼跳龙门 liyu tiao longmen

De student hoopt ook op: “de karper springt over de Drakenpoort”.
Wanneer, volgens een legende, een karper in de Gele Rivier over de Drakenpoort springt, verandert hij in een draak. De Drakenpoort verwijst naar een grote waterval in de vallei tussen de provincies Shanxi en Shaanxi. Deze waterval heet nu Yumenkou.
Nu nog refereert liyu tiao longmennaar succes in de keizerlijke examens of naar een onverwachte, plotse promotie.
Vele Chinese ouders maken een karper klaar voor hun kind dat de gaokao gaat afleggen en hopen alzo dat het “over de Drakenpoort zal springen”.
 

怎么 迷信的 !  Zo bijgelovig!