Literatuur van de honger (2)

In 1960 heerste hongersnood in gans het land, de mensen stierven werkelijk van de honger, overal heerste chaos uitgezonderd in Yunnan. Dat jaar behaalde ik mijn diploma en begon ik in de bergen te werken, op zoek naar mijnen.
Maar ik verloor mijn weg, ondanks mijn kompas. Ik had honger, ongelooflijk veel honger. Ik geraakte in paniek. Ik dacht dat het voor mij gedaan was. Als men niet genoeg eet geraakt men verwakt. Als men al de suiker van de lever verbruikt heeft, begint men te zweten tot wanneer men niet meer zweet.
Men durft zelfs niet meer na te denken want dan zouden de hersenen het meeste energie verbruiken. Men blijft dan languitgesterkt op de grond, met een zure smaak in de maag, heel zwak.

Dan voelt men vanuit de buik de koorts opstijgen. Nadien loopt de koorts naar de voetzolen, de hals, de vingertoppen, men wordt steeds heter. Was het Andersen niet die “ Het meisje met de zwavelstokjes” schreef? Die oude Deen had gelijk:  voor ze sterven van de honger hebben de mensen koorts. Als de koorts verdwenen is, gaan ze dood.

Ik stierf niet. Hoe was ik anders met jou kunnen trouwen? Hoe had Schone kunnen geboren worden?

Toen ik weer bij zinnen kwam had ik enige tijd nodig om de dingen rond mij duidelijk te onderscheiden. In de verte zag ik rook. Toen had ik maar één gedachte : het kon niet anders dan rook uit een keuken zijn. Ik sleepte me er naartoe. Ik zou echt niet kunnen zeggen hoe ik er geraakt ben. Ik kwam aan bij een huis. Ik duwde op de deur en vroeg om hulp, om eten. Niemand antwoordde. Misschien was mijn stem te zwak, ik ging naar binnen.

Bij het vuur zat een man die zo mager was dat zijn lippen zijn tanden ontblootten. Zijn blik was zo glinsterend dat hij er angstaanjagend uitzag. Ik vroeg, geef me iets te eten. De man schudde het hoofd. Ik zei, je bent mijn grootvader, mijn voorvader, geef me wat te eten. De man bleef het hoofd schudden. Ik zei, bedoel je dat niets hebt? Wat kook je dan op het vuur? Een slok warm water is ook al goed. Dan is die man beginnen wenen.

Ik kon het niet meer houden. Ik strekte mijn hand en hief het deksel van de kookpot op.  Toen de walm verdampt was, kon ik het zien.
In de kookpot sudderde een kinderhandje.

Literatuur van de honger (1)

“Rook uit een keuken” is een kortverhaal van A Cheng  (°1949). Begin jaren ’80 baarde Chengs “Koningstrilogie” veel opzien. Het eerste deel ervan,  King of the Children werd door Chen Kaige verfilmd.

Honger en voedsel zijn belangrijk themata in de Chinese literatuur na de Grote Sprong voorwaarts. Deze strekking wordt 
饥饿文学 ji’ewenxue genoemd, de literatuur van de honger. Het gaat over de grote hongersnood die het gevolg was van de Grote Sprong Voorwaarts (1958-1961).
Deze “drie moeilijke jaren” zouden ongeveer 36 miljoen mensen het leven hebben gekost. Dit onderwerp is nog altijd taboe in China.

Onderstaand  kortverhaal speelt zich af in Yunnan, waar de schrijver een groot deel van de Culturele Revolutie heeft  doorgebracht.
Waarschijnlijk heeft men hem dit verhaal verteld.

Rook uit een keuken
炊烟

A Cheng
阿城
vertaling: Maud Thiery

Zhang kreeg een dochter. Zhang zei: heel goed, maar moge ze later niet op mij lijken, of ze vindt geen man.

Hij noemde zijn dochter Schone. Haar familienaam was Zhang, natuurlijk. Zijn universiteitsvrienden zegden, Schone, die naam is niet slecht gekozen maar wel een beetje volks. Zhang, je bent een belezen man, waarom vind je geen elegantere naam?
Waarop Zhang antwoordde: waarom zou deze naam volks zijn? Hij is concreet. Wat wens je meer in onze tijden? Het is een stevige naam.

Zhangs vrienden zegden: stevig? Mineraal zou dan beter passen, of nog Vulkaanrots of nog, Sedimentrots. Stevigheid, dat kennen we, het is onze specialiteit.
Zhang had aan de universiteit geologie gestudeerd.

Zhang was dol op zijn dochter.
Zhang was een roker. Zijn vrouw zei, je wil een kind, dus moet je stoppen met roken. In de boeken staat dat roken de genen van de foetus kan schaden. Zhang, die aan de helft van zijn sigaret was, wierp ze onmiddellijk op de grond, doofde ze met de voet en stopte met roken.
Na de geboorte van Schone kocht Zhang een pakje sigaretten. Zijn vrouw zei, wil je dat Schone van kleinsaf zwarte longen krijgt? Zhangs gezicht versomberde.
Zijn vrouw zei, rook maar, maar doe het niet in het bijzijn van Schone.

Schone was in de winter geboren. Toen het lente werd pakte Zhangs vrouw Schone warm in en nam ze mee naar buiten voor een zonnebadje.
De wind was komen te staan. Waarom keer je niet terug naar binnen met die wind? vroeg Zhang aan zijn vrouw.
Als ze geen zonlicht krijgt zal Schone de calcium die ze inneemt niet kunnen assimileren, was het antwoord.
Leg ze dan in de zon naast het raam. Maar zijn vrouw argumenteerde dat de ultravioletstralen niet door het glas kunnen en dat het organisme deze stralen nodig heeft voor de calciumassimilatie. Het heeft dus geen zin om ze achter een raam te leggen.
Wacht dan toch tot de wind verzwakt is om naar buiten te gaan, zei Zhang.

In het najaar was Schone al wat gegroeid. Ze kon dingen met de vinger wijzen. Ze wees naar mama, ze wees naar papa. Ze greep naar de oren, naar het haar van mama, naar de neus van papa.
Op een dag hield Zhangs vrouw Schone in haar armen. Naast haar stond Zhang al spelend knipogen te trekken, Schone stamelde woordjes van plezier…
Zhangs vrouw had het kindje bij Zhangs gezicht gebracht, Schone stak haar handje in papa’s mond.

Zo snel als de bliksem hief Zhang zijn hand en sloeg moeder en dochter die wankelden onder de slag.
Bij het verrichten van geologisch onderzoek gebruikte Zhang dagelijks een hamer om de stenen te breken, hij had een herculische kracht. Zijn vrouw, die de klop niet had zien aankomen zakte in elkaar op de grond. Haar moederreflex deed haar in extremis omdraaien om op de rug te vallen, Schone stevig tegen haar borst aangedrukt.
Schone barstte in tranen uit. Zhangs vrouw bloedde uit haar achterhoofd. Zij die nooit iemand had uitgescholden, schold haar man uit, Zhangs vrouw schold Zhang uit.


Zhang stond daar wezenloos, hij beefde over gans zijn lichaam, hij was versteld, het zweet liep hem in zijn nek.
Zhang werd naar het ziekenhuis gebracht. Pas na twee dagen vertelde hij—–

Verplichte rust na de bevalling

Zuo yuezi, de maand zitten
坐月子

Een volle maand rust na de geboorte van je baby: dit wordt de jonge moeder volgens de traditie opgelegd. Niet alleen in China maar ook in vele andere Oost- Aziatische landen als Japan, Zuid Korea, Thailand en Cambodja is dit het geval.

Men zegt dat, als een vrouw ziek wordt tijdens die maand, ze deze ziekte voor de rest van haar leven zal blijven behouden, dus dient ze alles te doen om dit te voorkomen.

Deze opgelegde rust van een maand gaat echter gepaard met tal van taboos en musts, van verboden en geboden.

In vroeger tijden waren de regels bijzonder strict en als volgt:

NIET

*niet naar buitengaan en direct contact met wind vermijden

*geen fruit, geen groenten, geen zout
*hielen niet blootstellen, geen sandalen dragen
*bij het zitten geen ruimte laten tussen de lenden en de stoelrug (een kussentje moet de holte opvullen)
*geen bad, geen shampoo, geen tanden poetsen
*en, recenter, geen TV kijken
WEL

*dikke soep eten, gemaakt van kip, varkensribbetjes, varkenspoten en sojabonen want dit bevordert de eetlust en de melksecretie

*eieren voor de proteïnen, aminozuren en mineralen
*zhou van gierst
*rode etenswaren als bruine suiker, jujubes, rode bonen want ze bevatten ijzer en calcium die bloedverstevigend zijn
*vis voor zijn hoge voedingswaarde en omdat vis de melkproductie bevordert, in het bijzonder de karper
*sesamzaden voor hun hoog eiwitgehalte, ijzer en calcium
*borstvoeding geven want dat bevordert de baarmoedercontractie en de moedermelk is rijk aan antilichamen wat het kind obesitas, diabetes, coronaire hartziekten, eczeem en asthma zal besparen.

 

Zuo yuezi” , deze verplichte rust in de maand na de bevalling,heeft zijn oorsprong niet gevonden in de TCM (Traditional Chinese Medecine)maar wel in het Boek van de Riten, een van de Vijf Klassieken. Daarin wordt dit gebruik beschreven als een postnatale familiale ceremoniële rite die symbool staat voor de transformatie van de jonge vrouw tot moeder en van haar definitieve intrede als volwaardig familielid in de familie van haar man.
De toepassing van deze rite vindt zijn oorsprong in de Songdynastie (960-1279).

Zuo yuezi”  wordt nog steeds door de jonge Chinese moeders nageleefd, zelfs door de meest moderne onder hen.
Gelukkig zijn de regels wat versoepeld dankzij de wijdverspreide moderne hygiëne.


Baden is nu wel toegelaten. Post-natale infecties wegens onhygiënisch sanitair zijn nu uit den boze. Een bad mag vanaf de derde dag na de verlossing. Idem voor het wassen van het haar (mag wel pas vanaf de zevende dag na de bevalling) en het poetsen van detanden.
De moeder mag zes uur na de bevalling uit bed om te urineren, na 24 uur mag ze in bed rechtop zitten en na 10 dagen mag ze postnatale oefeningen doen.
Maar…geen sex gedurende 100 dagen!

 

Al deze dont’s en musts worden door de ervaren schoonmoeder goed in het oog gehouden en nagevolgd, tenminste als ze niet buitenshuis gaat werken.
In dat geval zal de jonge moeder misschien kiezen om die maand door te brengen in een “zuoyuezi center”.
Deze centra zijn sinds de jaren 1980 bijzonder populair geworden.
Een eerste mogelijkheid is de maand door te brengen in het centrum vande kliniek waar men bevallen is.
Een alternatief bieden de private centra, die op hotels lijken maar wel adequaat verplegend personeel hebben.

Vrouwen die net bevallen zijn, zijn zwak en worden heel yin. Ze hebben energie nodig en moeten dus meer yang voedsel innemen.
Het in acht nemen van de bovengenoemde zuoyuezi regels zal ook de yang in hun lichaam doen toenemen. Aldus zullen de jonge moeders vlugger van hun zwangerschap en bevalling herstellen en niet ziek worden.

In China wordt onze westerse slogan “Obey your body” wel op een heel oosterse manier nageleefd…

Harbin

Ijs-en sneeuwsculpturen in Harbin

Elk jaar grijpt in het uiterste noorden van China, in de provincie Heilongjiang die aan Siberië grenst, een feëriek festival plaats: het ijs-en sneeuwsculpturenfestival van Harbin 哈尔滨国际冰雪节 Ha’erbin guoji bingxue jie.
Officieel starten de festiviteiten op 5 januari en duren een maand. Maar het is eigenlijk niet ongewoon dat ze vroeger starten en/of later eindigen, afhankelijk van het weer…


De oorsprong van dit festival loopt terug tot de Qingdynastie.
Meer dan honderd jaar geleden holden lokale vissers stukken ijs uit en plaatsten kaarsen erin om zich ’s nachts te verlichten. Mettertijd evolueerden de ijslantaarns van functionele naar esthetische voorwerpen.
Winter 1963 werd de eerste Ijslantaarnshow gehouden. Na een onderbreking tijdens de culturele revolutie werd hij in 1984 in ere hersteld.
Deze ijsshow werd ieder jaar groter en in 2001kreeg hij de naam van China Harbin International Ice and Snow Sculpture Festival.
Dit jaar viert het festival zijn 30 jarig bestaan! Het is werelds grootste ijs en sneeuwfestival.

 
Twee weken voor de opening haasten meer dan 15.000 mensen zich om meer dan 1000 m3 ijs te bewerken.
Dit gebeurde vroeger met de hand, nu wordt ook de laser aangewend.
Verkleinde versies van de Verboden Stad, de Lange Muur, kastelen en noem maar op worden in allerijl op ware hoogte ‘gebouwd’, men kan dus in de sculpturen wandelen.


Bij sommige stukken wordt gedeïoniseerd water gebruikt om het ijs zo transparant te maken als glas. Die transparantie samen met het gebruik van polychroom licht verhoogt de multidimensionele sfeer en schoonheid van de sculpturen.


Als de zon ondergaat gaan de kleurrijke lichten aan: dit is het beste moment om in de ijs- en sneeuwsculpturen rond te lopen.


 

Het jaar van het Paard

Het paard in de Chinese cultuur

Op 31 januari vieren de Chinezen hun traditionele nieuwjaar. Op die dag eindigt het jaar van de slang en begint het jaar van het paard.

Paarden hebben altijd een grote rol gespeeld in de Chinese geschiedenis. Zonder paarden zouden  de Chinezen  nooit zo’n groot territorium hebben kunnen veroveren en administreren. De keizerlijke edicten werden door paarden van de ene regio naar de andere regio gebracht om er te worden voorgelezen of op een publieke plaats te worden opgehangen.

De cultus van de Chinezen voor hun paarden blijkt duidelijk uit opgravingen: vanaf de 4° eeuw v.chr  vindt men in de koninklijke graven afbeeldingen van paarden als machtssymbool.
 

De aristocratie wendde ook paarden aan voor vermaak, zoals jacht en polospel. De rijkdom werd bepaald door het aantal paarden dat de rijkoets van de heer vooruittrok.
De lagere klassen mochten geen paarden berijden.

Het paard is in de schilderkunst en de keramiekkunst alom vertegenwoordigd.
De prachtigste paardenportretten dateren uit de periode van de Tangdynastie (618-907).
Night-Shining White was de naam van een paard met een heel gespierde borstkas. Het ontleende zijn naam aan zijn glinsterende maanwitte vacht. Het was het favoriete paard van keizer Xuanzong, de machtigste keizer van de Tangdynastie.


Night-Shining White poseerde voor zijn portret tussen 740 en 756. Het werd dikwijls door Han Gan, de beroemde paardenschilder die werkzaam was aan het hof van keizer Xuanzong, geschilderd. Maar het werd ook door andere Tang schilders ‘geportretteerd’ en tegelijk bezongen door de beste hofdichter van de Tangdynastie, Du Fu.
In  de Tangdynastie krijgt het paard zijn adelbrief: de keizers stellen selectieve programma’s op punt om volbloed paarden te kweken en alzo hun paardenstapel te verbeteren.


 
In diezelfde periode werden tegelijk de mooiste keizerlijke sancai paarden vervaardigd: dit zijn keramieken beelden in de kleuren rood,groen en okergeel.

Paarden, die weleens met draken werden geassocieerd, speelden al heel vroeg in op de verbeelding van de Chinezen.
Ze hadden niet alleen een artistieke en  mythische rol. Ze waren ook onmisbaar op militair gebied:  China werd constant bedreigd door de barbaren uit Noord- en Centraal Azië die uitblonken door hun paardrijkunst en door hun kleine en heel snelle paarden (Dzengis Kahn zou uiteindelijk dan toch China veroveren en in 1279 de Mongoolse Yuandynastie stichten (1279-1368)).
En laten we niet vergeten dat paarden ook een belangrijke rol speelden voor de handel langs de zijderoute.

De laatste jaren gaan rijke Chinezen zich opnieuw interesseren voor dit dier. China telt ongeveer 500 paardencentra. Paardrijden en paardenkoersen zijn trendy, vooral in Shanghai en Tianjin.
Chinese en Mongoolse paarden zijn te klein voor competitie. Daartoe worden meestal kruisingen met Argentijnse, Arabische en Franse paarden aangewend.

Het paard heeft altijd deel uit gemaakt van de grote projecten  van de mens, maar in China heeft het blijkbaar een complexer  rol gespeeld dan waar ook.
 Het jaar dat op 31 januari start zal een vrolijk lentefeest kennen dat in het teken van het paard een jaar succes belooft:

春节快乐

马到成功

Eerste nieuwjaarsfeest

Labajie

腊八节

China vierde vorige week woensdag (8 januari) labajie 腊八节,letterlijk het festival jie van de achtste dag ba van de twaalfde maanmaand la. Daarmee werd het begin van het Chinese nieuwjaar ingeluid.
Op labajie volgen chuxi
除夕, Chinees oudejaarsavondop 30/1 en Chinees nieuwjaar op 31/1. De feestelijkheden worden twee weken later afgesloten met yuanxiaojie 元宵节, het lantaarnfestival.
 

Labajie vindt zijn oorsprong in de Chinese oudheid. Een uitzonderlijke oogst werd door het volk aangezien als een zegen van god. Het volk hield dan ook een grote ceremonie om de oogst te vieren: de laceremonie, de ceremonie van de laatste maanmaand. Deze ceremonie hield ook een offerritueel voor de voorvaderen in, waarna de aanwezigen getracteerd werden op een porridge, zhou , bereid met de nieuw geoogste koren en pluimgierst. Dit feest was een van de eerste traditionele uitingen van een gemeenschapsfestijn.
 In de 5° eeuw officialiseerde de regering dit festijn: op de 8° dag van de 12° maanmaand zou men het labafestival vieren.

Toevallig zou Sakyamuni op de 8° dag van de 12° maand de verlichting hebben bereikt. Bijgevolg, door de introductie van het boeddhisme in China ( 5° eeuw), werd deze dag ook gevierd als de dag van de Verlichting.
Men vertelt dat Sakyamuni  reeds gedurende vele jaren het boeddhisme had beoefend en daardoor heel sterk was vermagerd en verzwakt. Hij stond op het punt om alles op te geven toen een herdersmeisje hem een kom zhou te eten gaf. Na het eten ervan kreeg Sakyamuni opnieuw energie, dit bracht hem opnieuw op het rechte geloofspad.
Hij ging mediteren onder een bodhi boom en kreeg dus de verlichting…op de 8° dag van de 12° maanmaand.
Om deze gebeurtenissen te herdenken maken de boeddhisten zhou met gedroogd fruit en noemen het labazhou
腊八粥.

Het eten van labazhou werd heel populair in de Qingdynastie (1644-1912). De keizer, de keizerin en de prinsen gaven labazhou aan zowel overheidspersonen als aan dienaren te eten.
Iedereen genoot van de dis in familieverband, tegelijk werden gelukswensen uitgewisseld.

Er bestaan vele soorten labazhou. Traditioneel moet de zhou bestaan uit 8 hoofdbestanddelen en 8 supplementaire bestanddelen.
Hoofdbestanddelen zijn bvb: rode bonen, mungobonen, wilde weit, gierst, groene bonen, erwten, kleefrijst, koren, haver …
Supplementaire bestanddelen zijn bvb: opgelegde perziken en abrikozen, walnoten, dadelpasta, kastanjes, kaki’s, meloenzaden, lotuszaden, peanuts, hazelnoten, pijnboompitten…

Eerst worden de hoofdbestanddelen met water op zacht vuur gegaard, nadien worden de supplementaire bestanddelen samen met suiker, rozebottel en zoete osmanthus toegevoegd.


De lekkerste labazhou eet men in Beijing, zo beweren de fijnproevers
Vorige week woensdag werd in Yonghegong,  de lamatempel, gratis kommen labazhou uitgedeeld. Een dag waar de talrijke bedelaars rond de tempel vast naar hebben uitgekeken…

Merry X-mas!

Kerstbomen in China

Kerst is in China geen traditioneel feest.


In China is slechts een heel klein percentage van de bevolking katholiek. Kerst is bijgevolg in dit land zo goed als niet gekend, tenzij in grote steden waar veel expats wonen. Daar kan je mooi versierde kerstbomen bewonderen en kerstversiering kopen.

Chinezen hebben thuis geen kerstboom. Zo ze er uitzonderlijk toch een hebben is het een namaakboom.

Een traditie die de laatste jaren meer en meer populair wordt is het geven van appels. Deze speciale appels kan je kopen in de winkels. Ze zijn met een kleurig papier aangekleed.
De Chinezen geven elkaar op kerstmisnacht appels omwille van de homoniemen
苹果pingguo (appel) en平安夜 pinganye (stille nacht).

Waar Chinezen uit grootsteden wel in uitblinken, is in het ontwerpen van heel speciale kerstbomen.
Hier volgen enkele voorbeelden.
 
 
 
 
 
 
 
 
 

                                               Vrolijk Kerstfeest!
                                                    圣诞节快乐!

Tom Van de Weghe’s Beestig China (2)

Zhou Youguang, de uitvinder van het pinyin

Zhou werd in 1906 geboren. Tom Van de Weghe interviewde hem voor het eerst toen hij 102 was. De auteur van “Beestig China” wijdt aan dit interview een hoofdstuk (zie ook mijn vorige blog).

Zhou woonde in een bescheiden flat, gelegen binnen de derde ring van Beijing.
Hij werd geboren in de zuidelijke provincie Jiangsu. In Sjanghai studeerde hij economie en koos als keuzevak linguïstiek: taal intrigeerde hem toen al. In die tijd kon hij al Engels schrijven op een typemachine. Maar om Chinese karakters te schrijven moest hij nog altijd een penseel gebruiken. Hij vond dat er ergens iets niet klopte…
Tijdens een heropflakkering van de burgeroorlog tussen nationalisten en communisten  week hij met zijn vrouw naar Amerika uit. Hij had een aanbieding gekregen om zijn bank in Sjanghai te vertegenwoordigen in New York.
In 1950 keerde Zhou naar Sjanghai terug waar hij tegelijk bij de bank werkte en economie doceerde aan de Universiteit voor Financiën en Economie.
Hij bleef geboeid door linguïstiek en schreef een boekje over de Chinese taal. Daarin schetste hij de ontwikkeling van de Chinese taal. Het boekje heette ‘Over het alfabet’. Een contradictie want de Chinezen hebben geen alfabet! En zo wekte hij de interesse op van Mao Zedong.
Mao droomde ervan om het Chinees te vereenvoudigen. Het China van begin jaren vijftig werd immers geplaagd door analfabetisme.
In 1955 kreeg Zhou de vraag om een werkgroep te leiden die een nieuw standaardsysteem  voor het Mandarijn op punt moest stellen want er bestonden toen verschillende transcriptiesystemen waarvan geen enkel bevredigend was.
Meer algemeen kan gesteld worden dat China toen kampte met vier grote taalproblemen. Zhou bespreekt ze in zijn interview met Tom Van de Weghe.
Het eerste was de communicatie: Chinezen uit verschillende provincies verstonden elkaar niet, hun spreektaal was verschillend. Er moest een ‘Algemeen Beschaafd Chinees’ komen.
Het tweede probleem betrof de schrijftaal. Vroeger spraken de Chinezen anders dan ze schreven: men moest dus meer zoals de spreektaal schrijven.
Her derde probleem was dat de oude karakters zo ingewikkeld waren dat ze moesten vereenvoudigd worden. Daarbij kwam nog dat die karakters op verschillende manieren konden geschreven worden: het was dus één grote warboel.
En tenslotte gaven de Chinese karakters niet aan hoe ze moesten uitgesproken worden, de kinderen moesten aan de leraar vragen hoe ze uit te spreken.
Zhou en zijn team vonden een standaardsysteem uit waardoor de karakters meteen konden worden uitgesproken en waarbij de tonen werden aangeduid: de pinyin was geboren.
Pinyin
拼音, letterlijk “aan elkaar rijgen van klanken”, “klanken combineren tot lettergrepen”. Elk Chinees karakter heeft een fonetische transcriptie “yin”. En “pin” staat voor de fonetische transcriptie van twee of meer  karakters.
Met deze methode kunnen de karakters zonder moeite uitgesproken worden. Maar in de Chinese taal zijn er veel homoniemen. De betekenis ervan wordt in het pinyin aangeduid door de tonen. In het Mandarijn zijn er vier tonen en één neutrale toon. Het beheersen van de tonen is essentieel wil je in China misverstanden vermijden.
Een voorbeeldje: “yan” betekent naargelang de toon oog, woord, sigaret, zout, streng, kanker, zwelgen, inspecteren, zwaluw, banket…om er maar enkele te noemen. De toon, maar (soms) ook de combinatie met een ander karakter en de context maken duidelijk wat deze “yan” nu betekent. Verstaan twee Chinezen elkaar toch niet omdat ze hun tonen niet goed plaatsen of vanwege hun accent, dan schrijven ze het karakter neer: dan is er geen twijfel meer mogelijk (zo ze correct kunnen schrijven!).
Na heel veel verzet mocht Zhou van zijn oversten voor het pinyin het Latijnse alfabet overnemen. Dat was niet zo evident voor een land die na de vernedering door het Westen op zoek was naar een nieuwe identiteit.
In 1958 werd het pinyin als nationale standaard aanvaard.
Door deze en andere inspanningen werd het  analfabetisme van 80% in de jaren vijftig teruggebracht tot 4% in 2010.
Dit pinyinsysteem maakt het ook mogelijk om vlot de computer te gebruiken.
Het fonetische pinyinsysteem werd geïntegreerd in alle toetsenborden en is een onmisbaar instrument geworden in het leven van alledag…
Zhou stierf enkele maanden voor zijn 107de verjaardag. Hij had geen plannen gemaakt om deze verjaardag te vieren. Hij lachte: het verschil tussen de Chinese regering en mij is dat zij ‘vijfjarenplannen’ maakt maar dat ik mij beperk tot een ‘eenjaarplan’.

 

Tom Van de Weghe’s Beestig China (1)

Een portret van het huidige China

Ik las met veel enthousiasme”Beestig China” van VRT-correspondent Tom Van de Weghe. In dit boek schetst hij een portret van het huidige China. Daartoe beschrijft hij twaalf personnages die elk tot één van de twaalf tekens van de Chinese dierenriem behoren.  
 
 

In 2007 streek Tom Van de Weghe (°1975, Gent) als VRT-correspondent neer in China. Vijf jaar lang konden de Vlamingen via zijn reportages een kijkje nemen in alledaagse vreemde, dramatische of nog “verborgen te houden” gebeurtenissen in China.
Zijn verslaggevingen waren (soms noodgedwongen!) heel kort. Zijn boek heeft hem toegelaten de tekortkomingen van zijn reportages aan te vullen.

Hij snijdt niet alleen de grote problemen op gebied van politiek, economie, corruptie…aan maar spreekt ook over de Chinese cultuur en over de nog heel vastgeankerde traditionele waarden, zeden en gewoonten die ook door de jeugd worden gerespecteerd.

De wereldberoemde kunstenaar Ai Weiwei, de Haan, mocht natuurlijk in de portrettengalerij niet ontbreken. Van de Weghe schildert de charismatische, menselijke en verdraagzame kanten van deze dissident die dankzij zijn handigheid en de druk van de mondiale media voor het ogenblik nog relatief “vrij” zijn kunst kan beoefenen.


Er is het verhaal van de Os Zhang Xianling, de Tiananmenmoeder. Haar zoon stierf tijdens de bloedige repressie op Tiananmen, op 3 juni 1989. In 1995 richtte ze de ‘Tiananmenmoeders’ op, een vereniging ter ondersteuning van de ouders van de slachtoffers. De eerste organisatie die publiek wou optreden en het recht eiste om in het openbaar te rouwen om de slachtoffers, om een einde te stellen aan de vervolging van de slachtoffers en hun familieleden, en de vrijlating eiste van de gevangenen die nog steeds zijn opgesloten vanwege hun betrokkenheid bij de gebeurtenissen van 1989…

De Tijger Wu Yulu, de robotboer, is op zijn minst een heel originele uitvinder. Een selfmade man die met zijn vreemde robots zijn eigen Chinese droom waarmaakt. Hij wordt regelmatig in tv-programma’s en realityshows uitgenodigd: hij is de beroemdste boer van China!

Konijn Sun Haiyang werd van zijn zoontje door een kinderhandelaar beroofd. Weer eens een prangend onderwerp die vele ouders bezig houdt: kinderroof is een courant verschijnsel in het huidige China.

En zo gaat Van de Weghe verder: portretten die ons een beeld geven van de complexiteit en de omvang van vele wantoestanden waarmee China wordt geconfronteerd…

Het portret waar ik het meest van genoten heb is dat van de Slang, Zhou Youguang, de oudste dissident van China en tegelijk de uitvinder van het pinyinsysteem. Hierop ga ik in een volgende blog nog even door.

Van de Weghe’s boek behoort tot de betere reportageliteratuur en is opgeluisterd met heel mooie foto’s die alle door de journalist zelf werden genomen.

Beestig China, een beestig goed boek!

Beestig China
Tom Van de Weghe
Borgerhoff & Lamberigts
ISBN: 9789089313157

Wat humor rond karaktertrekken

Pictogrammen

Hoe zien wij de Chinezen ? Hoe zien de Chinezen ons?
Yang Liu, een in Beijing geboren grafische vormgeefster, leeft sinds 1990 in Duitsland en stelde deze hippe en soms raadselachtige pictogrammen samen. Ze maakt hierin een karikatuur van de verschillen in gedrag, cultuur, psychologie …tussen Duitsers (blauw) en Chinezen (rood).
De prenten lijken wel op testen van Rorschach.
Het veralgemenen van karaktertrekken van bevolkingsgroepen is een gevaarlijke onderneming. Bekijk dus deze humoristische pictogrammen met een korreltje zout!

fig.1 Benadering van een probleem
 

fig. 2 Zelfgevoel

fig. 3 Uiting van emoties

 

fig. 4 Assertiviteit

 

fig. 5 Straatzicht op zondag

 

fig. 6 Geluidsmaat in restaurant

 

fig. 7 Vastlegging van herinneringen

 

fig. 8 Vervoermiddel

 

fig. 9 Food trends

 

fig 10 Hoe elke groep de andere stereotypeert